Categorie Archieven: Levende Woorden

  • -

Levend Woord – november 2017

Categorie:Levende Woorden

Wie overwint, zal samen met Mij op Mijn troon zitten.
(Openbaring 3: 21)

Deze tekst komt uit de laatste brief die Jezus in een visioen aan Johannes dicteert en is gericht aan de christenen in Laodicea. Nabij het rijke Laodicea bevond zich in de heuvels een kuuroord dat gevoed werd met water uit de hete waterbronnen van Pamukkale (vroeger Hierapolis) genoemd. Het kalkrijke water stroomde van het kuuroord naar Laodicea, waar het zijn warmte dan al grotendeels verloren was. Het stroomde langs de stad als lauw kalkrijk water, dat te koud was om in te kuren en te warm en smerig van smaak was om de dorst te lessen. Het water was onbruikbaar.

Laodicea was een rijke stad. Het kende een artsenopleiding en een laboratorium waar een beroemde ogenzalf gemaakt werd. Ook was er een bedrijvige linnenindustrie en zetelde er een belangrijke internationale bank. De mensen waren zelfvoldaan en rijk in vele opzichten. Maar niet in Jezus’ ogen.

Als deze laatste brief wellicht ook bedoeld is voor de laatste tijd vlak voor Jezus terugkomst, moeten wij deze brief nu wellicht extra ter harte nemen. Eén overeenkomst is in ieder geval duidelijk: wij leven ook in een rijke maatschappij, waar veel belang gehecht wordt aan geld, opleiding en positie (kleding). De sociale en economische druk om daaraan mee te doen is zeer groot. De offers die dit kost zijn tegelijkertijd ook wezenlijk. Meer en meer jongeren bijvoorbeeld krijgen tijdens hun studie al een burn-out!

Hoe kunnen we onze jongeren daarin bijstaan? Hoe kunnen we hen voorleven dat we het moeten hebben van Gods kracht en leiding en niet van ons eigen kunnen en onze eigen prestaties? (Jes. 40: 29-31). Onze eigen maatschappij is blind voor die goddelijke waarheid. Haar ogen azen op geld, zelfontplooiing en (liefst snelle) bevrediging van als maar meer verlangens. Zij erkent de levensvisie van Jezus niet Die ons vraagt om ons voor te bereiden op het Koningschap dat Hij ons geeft, door goed te doen aan onze naaste en door de mensen in alle nederigheid te dienen. (Lucas 22: 24-30)

Hoe kijkt Jezus dan naar Laodicea en hoe kijkt Hij wellicht ook naar onze maatschappij? Zal Hij trots zijn op onze rijke positie, hoog in de ranglijst van de wereldeconomie?

Vrij vertaald zegt Jezus hierover in de brief aan het rijke Laodicea:

Bah! Ik kan niets met jullie! Jullie zijn zo nutteloos als het lauwe, smerige water dat langs jullie stad stroomt, Laodicea! Jullie leven lijkt rijk en gelukkig, maar het is leeg en waardeloos. Jullie kijken met vreugde naar jullie goud en geld, maar het zal je niet helpen als God gaat oordelen. Koop van Mij goud (genade) dat gelouterd is en wel stand zal houden in het goddelijke vuur. Jullie denken goed gekleed te gaan, maar zonder mijn vergeving van zonden ben je naakt. Kom bij Mij toch je zuivere witte kleding halen! Jullie denken goed te zien, maar zijn blind voor de goddelijke waarheid. Koop toch van Mij zalf voor je ogen om echt te kunnen zien!

Ik geef om jullie, Laodicea, daarom waarschuw Ik jullie. Ik schrijf jullie dit zodat jullie je leven radicaal kunnen veranderen. Aan ieder van jullie zeg ik: Laat Mij toch je leven binnenkomen, dan mag je bij Mij aan tafel zitten. Je leven wordt dan opvallend anders en dat zal niet altijd even makkelijk zijn. Maar als je volhoudt en overwint, mag je met Mij op Mijn troon zitten, net zoals ik volgehouden heb en met Mijn Vader op Zijn troon mag zitten.

En dat zegt jezus ook tegen ons, via de Bijbel. Maar is het nog wel mogelijk om tegenwoordig Jezus’ weg te gaan? Ja, want het is naar Gods wil dat we deze weg gaan. Jezus zegt: Wees niet bevreesd, kleine kudde, want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven. (Lucas 12: 32)

Wie overwint zal samen met Jezus op Zijn troon zitten!


  • -

Levend Woord – oktober 2017

Categorie:Levende Woorden

Tijdens de bijeenkomsten wordt inmiddels zoveel levendig besproken en komen zoveel onderwerpen aan bod, dat we in de verslaggeving in het vervolg slechts enkele treffende onderwerpen naar voren zullen laten komen, om het schrijven en ook het lezen van de verslagen behapbaar te houden. Tegelijk is er de hartelijke uitnodiging om zelf de bijeenkomsten te bezoeken, indien dat in uw vermogen ligt. Dan hoeft u geen detail van het besprokene te missen.

De zaaier is Hij die het woord zaait.
(Markus 4: 14)

Wat bijzonder dat Jezus in gelijkenissen spreekt. Zou het niet veel makkelijker zijn als Hij gewoon direct zegt wat Hij bedoelt? Nu blijken we allemaal andere beelden en ideeën te hebben bij deze gelijkenis. We praten er een hele avond over en moeten elkaar steeds weer uitleggen wat wij er in zien.

Maar wat een rijke avond is het daardoor geworden. Door het moeten verwoorden van onze visie en het luisteren naar andere inzichten, is de gelijkenis tot leven gekomen en dieper in ons verstand en in ons hart doorgedrongen. We hebben geluisterd naar de woorden van Jezus, ze overwogen diep in ons hart en ervan getuigd naar anderen. Dat lijkt wel heel erg veel op het volgen van Jezus! Het spreken in gelijkenissen van Jezus was zo gek nog niet. Zo zaait de Zaaier Zijn Woord!

En welke vruchten levert dat dan op?

Interne vruchten: Je leven richt zich in doen en laten steeds meer naar Gods wil. Dit kan op het ene levensvlak sneller gaan dan op het andere vlak, maar vruchten mogen zich uiteindelijk op alle gebieden in je leven gaan vormen.

Externe vruchten: Het doorgeven van het Evangelie in woord en daad, zodat nieuwe mensen van Gods Koninkrijk horen en zich bekeren en Jezus’ redding aanvaarden. Zij mogen op hun beurt ook weer zaad gaan dragen en zo groeit het Koninkrijk van God tot eer van Zijn Naam.

Dat opgroeien uit zaad tot zaaddragende halm gaat niet vanzelf. Zorgen en aardse genoegens kunnen zo onze aandacht opeisen, dat er geen ruimte meer over is in ons leven voor het zaad om te groeien. Het wordt weggedrukt door al het andere kruid dat uiteindelijk onkruid blijkt te zijn, omdat de aandacht daaraan besteed, geen waar geluk brengt en eeuwig leven.

Het zaad kan ook ontkiemen en vervolgens te weinig wortel hebben om staande te blijven onder verdrukking. Als je bijvoorbeeld moet kiezen tussen je status of het volgen van Jezus, of als je moet kiezen tussen je veiligheid of het volgen van Jezus, dan blijkt pas echt hoe diep je keuze voor Jezus is. Jezus windt daar geen doekjes om. In Lukas 9: 23 zegt Hij: “Als iemand achter Mij wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis dagelijks opnemen en Mij volgen. Want wie zijn leven wil behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven verliezen zal om wille van Mij, die zal het behouden.”

Kiezen voor Jezus is een ingrijpende keuze. Maar tegelijk staat er de belofte dat, áls wij ons daadwerkelijk overgeven aan Jezus met ons hele leven, ons leven vrucht zal dragen, veel vrucht: dertig, zestig of zelfs wel honderdvoudig!


  • -

Levend Woord – september 2017

Categorie:Levende Woorden

Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.
(Mattheus 9: 12b)

Daar gaat Jezus’ reputatie

“Waar je mee omgaat, word je mee besmet”, is het niet doordat je je gaat gedragen zoals je vrienden, dan wel doordat je over de tong gaat bij de goegemeente vanwege je vrienden. Zo ook bij Jezus. Wie gaat er nu om met tollenaars, die samen heulen met de bezetter en die vanuit die machtspositie geld aftroggelen van hun volksgenoten? Wie kiest er nu voor zulke slechte vrienden?! De Farizeeën hebben geen goed woord over voor Jezus.

Maar Jezus weet wat hij doet; Hij heeft een doel voor ogen: de genezing van hen die ziek zijn. Zijn antwoord aan de Farizeeën maakt voor iedereen duidelijk waarom Jezus juist omgaat met zulke slechte mensen als de tollenaars: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn. Maar Jezus geeft de Farizeeën er nog een vreemde instructie bij: ‘Ga heen en leer wat het betekent: Ik wil barmhartigheid en geen offer’.

Wie is er nu eigenlijk ziek?

De aanklacht van de Farizeeën en hun oordeel over Jezus, maakt hun harde houding tegenover ‘slechte mensen’ zichtbaar. Maar zodra de farizeeën zouden inzien dat God juist een warm kloppend hart vraagt (barmhartig betekent letterlijk ‘zacht van hart’) voor deze mensen, dan zouden ze zien dat ze zelf ziek zijn. Want in plaats van barmhartig te zijn, veroordelen ze deze mensen keihard, aan de hand van de strenge regels die ze zichzelf hebben opgelegd als een offer om God te dienen. Als ze zouden gaan inzien dat ze zelf ziek zijn in hun hart en dus ook een dokter nodig hebben, zouden ze Jezus wellicht wel als Redder en Heelmeester toelaten in hun leven.

Dit advies van Jezus aan de farizeeën is dus erg liefdevol, omdat Hij daarmee ook hen de weg naar hun heil wijst. Hij wil ook de dokter zijn voor de farizeeën. Jezus is niet gekomen om te veroordelen, zelfs niet om de farizeeën te veroordelen, maar om de hele wereld te redden! (Johannes 12: 47b) Hij wil iedereen tot bekering roepen.

Oordeel maar liever niet

Hoe voorzichtig moeten wij dan zijn met ons oordeel over andere mensen. Jezus waarschuwt ons in Mattheus 7: 1,2 : ‘Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt; want met het oordeel waarmee u oordeelt, zult u zelf geoordeeld worden; en met welke maat u meet, zal er bij u ook gemeten worden.’

In ons menselijk oordeel gaan we vaak af op de buitenkant en op wat we op dat moment zien. Maar vaak is er een voorgeschiedenis die we niet kennen. God kijkt naar de binnenkant en weet van de last die mensen met zich meetorsen of de schade die zij geleden hebben in hun ziel, waardoor ze wellicht onbegrijpelijk handelen en…..Hij heeft ze lief.

Bestaan er hopeloze gevallen?

Maar, zo kan je je afvragen, is het echt altijd onmogelijk voor ons om te oordelen? Soms, heel soms lijkt toch wel echt duidelijk dat iemand er helemaal naast grijpt? Neem nu iemand die lange tijd kerkelijk zeer meelevend is geweest, maar nu volledig de andere kant heeft gekozen en flink tegen de kerk aan schopt. Kan je dan niet zeggen dat iemand in zo’n geval verloren is?

‘NEE!’, zegt Ezechiël in Ezechiël 18: 21-32. Zolang je leeft is ommekeer mogelijk en op dat moment zal je (weer) zijn alsof je nooit gezondigd hebt! Al je overtredingen, die je begaan hebt, zullen je niet meer in herinnering gebracht worden (vers 22), want God schept geen behagen in de dood van een goddeloze. Als je je bekeert dan zal je leven! (vers 23) Iedereen kan terugkeren, ook na zich eerst afgekeerd te hebben, want God roept daar Zijn volk Zelf toe op in vers 30b-32: ‘Keer terug en bekeer u van al uw overtredingen, dan zal de ongerechtigheid u geen struikelblok worden. Werp al uw overtredingen, waarmee u overtreden hebt, van u af en maak u een nieuw hart en een nieuwe geest. Waarom zou u sterven, huis van Israël? Ik schep immers geen behagen in de dood van een stervende, spreekt de Heere HEERE, dus bekeer u en leef!

Dus zolang iemand leeft, is het verhaal nog niet af en is er hoop! God redt hem zonder aarzeling zodra hij zich omkeert naar Hem toe, want Hij wil dat iedereen zal leven (zie ook 1Timoteus 2: 4, 2 Petrus 3: 9). Jezus is immers gestorven voor de hele wereld, dat wil zeggen voor iedereen (Johannes 3: 16) . En Jezus is ook de enige weg tot God, zoals staat in de Bijbel (Johannes 14: 6) en dat geldt ook voor alle mensen.

Maar wat als je Jezus helemaal niet kent?

Maar wat als je helemaal nooit over Jezus geleerd hebt, zoals moslims bijvoorbeeld? Heb je dan wel een kans op vergeving van je zonden en het eeuwige leven? En wat te denken van mensen die zo geraakt zijn in het leven, soms zelfs binnen de kerk, dat ze niets meer willen weten van de God die daarmee, in hun beleving, te maken heeft. Ze willen dan ook niets meer horen over Jezus, Zijn zoon. Hun beeld van God en Jezus is beschadigd door wat hen is geleerd of overkomen en ze keren zich van die God af. Kunnen zulke mensen dan nog wel gered worden?

Ook al weten wij geen volledig antwoord op deze vragen, toch zijn er vertroostende Bijbelteksten te noemen.

  • Jacobus leert ons in Jacobus 4:17: ‘Wie dan weet goed te doen, en het niet doet, voor hem is het zonde.’ Hieruit zou je kunnen opmaken dat je geoordeeld wordt naar datgene wat je weet.
  • Ook Jezus zegt iets dergelijks tegen de farizeeën die uit de Heilige Geschriften heel goed zouden kunnen weten dat Jezus de Messias is, maar het niet willen erkennen: Als u blind was, zou u geen zonde hebben maar nu u zegt: Wij zien, zo blijft uw zonde. Dit zou je kunnen vertalen met: Als u de Heilige Geschriften niet zou kennen, zou u geen zonde hebben, maar nu u zegt: wij kennen de Heilige Geschriften wel, is het zonde dat u Mij niet erkent. Dus opnieuw wordt geoordeeld naar wat je weet of weten kunt.
  • En Jezus leert ons ook dat degenen die Zijn wil niet gekend hebben en dingen gedaan hebben die slagen verdienen, maar met weinig slagen geslagen zullen worden. (Lucas 12: 47,48) Ook hier lijkt weer dat er geoordeeld wordt naar wat je hebt kunnen weten.
  • Ook Paulus schrijft hierover in Romeinen 1: 16-23. Hij schrijft dat God enkel en alleen mensen die geloven als rechtvaardig aanneemt en dat Zijn toorn zal komen over al het kwaad en onrecht van hen die met hun onrechtvaardigheid de waarheid geweld aandoen. Vervolgens schrijft Paulus dat alle mensen op aarde iets van God kunnen weten, want ook al kan je God niet zien, je kan wel zien wat Hij gedaan heeft. Hij heeft namelijk de hele wereld geschapen en daaruit kan je Zijn eeuwige macht opmaken en begrijpen dat Hij God is. En op basis van die aanwijzingen kan een mens beslissen of ze in eerbied en dank willen leven voor de Schepper van dit alles, of dat ze hun leven richten op eigen verzadiging en al hun kracht en tijd besteden aan het ‘aanbidden’ van de schepping zelf, hetgeen leidt tot hebzucht, jaloezie, boosheid en onrecht (Romeinen 1: 29-32). De mensen weten ten diepste dat je niet zo hoort te leven, maar doen het toch of keuren het toch goed. Tegen die achtergrondkennis zal God de mensen oordelen (vers 18).

Dat alles werpt intussen een prachtig licht op de mensen die in liefde, trouw en rechtvaardigheid leven en mensen om hen heen tot steun zijn en die toch God en Jezus (nog) niet kennen…. Zou de Heilige Geest hen wellicht al onderwijzen over liefde, trouw en rechtvaardigheid, en over een Schepper van alles om hen heen voor wie zij moeten buigen, zonder dat ze de Bijbel en Jezus al kennen.…???

Als ze Jezus ooit eens zullen leren kennen zoals Hij werkelijk is, hoe zeer zullen ze dan van Hem houden, Hij die, nog veel meer dan zijzelf, een en al liefde, trouw en rechtvaardigheid is.

En wat nu als je ‘verkeerd gelooft‘?

Ook binnen Gods gemeente kunnen we heel gemakkelijk elkaar oordelen. De één geeft christen-zijn een heel andere vorm dan de ander. Die verschillen zie je tussen individuele christenen binnen één gemeente, maar ook tussen verschillende gemeentes.

Hoe zal God aankijken tegen onze ‘interne’ oordelen over andere christenen en kerkelijke stromingen? Zal God Zelf ons ook ooit oordelen op basis van onze kennis over Hem, of onze leerstellingen die we aanhangen of onze dogma’s die we aanvaard hebben? Moeten we bij de hemelpoort eerst een schriftelijk examen afleggen om te toetsen of onze leerstellingen wel correct zijn geweest? Wellicht zouden we allemaal zakken, omdat dit ons allemaal boven de pet gaat, vanuit Gods ogen bekeken.

Natuurlijk gaat het daar niet om; het gaat God om barmhartigheid, niet om onze offers of kennis. Het gaat Hem om ons hart, of daarin barmhartigheid, liefde, eerlijkheid en trouw te vinden is (Hosea 6: 6, Micha 6: 6-8, Mattheus 9: 13)

Een eerlijk en heerlijk oordeel

Jezus zal voor iedereen de enige weg zijn tot God (Johannes 14: 6) en gelukkig zal Hij daarbij ook de Enige zijn Die eerlijk (rechtvaardig) zal oordelen over alle mensen. En dat oordeel zal dan ook volkomen eerlijk en goed zijn voor alle mensen, daarop mogen we vertrouwen. En het zou zomaar eens kunnen zijn, dat we verrast zullen zijn, als we straks zien wie er allemaal op de nieuwe aarde zullen leven. Want Paulus schrijft in Romeinen 14: 4 aan mensen die elkaar binnen het geloof menen te moeten terechtwijzen: Wie bent u, dat u de huisslaaf van een ander oordeelt? Of hij staat of valt gaat alleen zijn heer aan. Hij zal echter staande gehouden worden, want God is bij machte hem staande te houden.

Genezen!

Jezus toont ons in Matth. 9 dat alle mensen, ‘goed’ of ‘slecht’, Jezus nodig hebben als hun geneesheer. Maar hoe gaat de genezing door Jezus dan in zijn werk?

Als de mensen zich bekeren en Jezus als hun Redder aanvaarden, zullen hun zonden voor goed vergeven zijn en zullen ze door Gods Woord en de Heilige Geest anders in het leven gaan staan. Ze zullen rechtvaardigheid en barmhartigheid belangrijk gaan vinden. Ze zullen leren om te vergeven en ze zullen een innerlijke rust en vrede gaan ervaren. Ze zullen meer en meer gaan leren vertrouwen op God en minder over elkaar gaan oordelen. Ze zullen graag meer willen leren uit de Bijbel over God en Jezus en steeds meer wijsheid en inzicht ontvangen. Ze zullen het fundament van hun leven op Jezus en Zijn verlossing gaan bouwen.

Ze zullen het reddende werk van Jezus wel nodig blijven hebben, want geheel vrij van misstappen zullen ze, tot hun spijt, in dit leven nooit worden. Maar in Jezus zijn zij toch volkomen rechtvaardig, want Christus woont in hen (Galaten 2: 20).

Ja, ze zijn genezen. Ze zijn voor eeuwig kinderen van God geworden (Galaten 4: 6)!


  • -

Levend Woord – juni 2017

Categorie:Levende Woorden

Maar ik, ik heb Uw geboden lief
(Psalm 119: 127a)

Lyrisch over Gods Woord

Psalm 119, waaruit onze tekst komt, is de langste psalm van alle 150 psalmen. Tweeëntwintig keer acht verzen, en ze gaan allemaal over hoe geweldig de Thora is! De Thora beslaat de eerste vijf boeken van onze Bijbel. Daarin geeft God o.a. Zijn geboden en verboden via Mozes door aan Zijn volk. Maar, in deze psalm verwijst het woord Thora ook naar het hele Oude Testament, dat voor de schrijver toentertijd het hele Woord van God was. De psalmist raakt niet uitgesproken over de rijkdom van Gods Woord. Het geeft leiding, troost, wijsheid, kracht en blijdschap.

Dat er sprake is van 22 keer 8 verzen is niet zomaar. Het Hebreeuwse alfabet bestaat uit 22 letters en van iedere set van acht achtereenvolgende verzen is de beginletter dezelfde letter uit het alfabet. Op deze manier wordt systematisch het hele alfabet doorlopen.

Naast acht regels per letter komt het getal acht ook nog op een andere manier terug in de psalm: de schrijver gebuikt acht verschillende woorden om de Thora aan te duiden.
Acht komt vaker voor in de Bijbel: op de achtste dag wordt een Joods jongetje besneden en valt dan onder het verbond ofwel onder de wet. Maar ook acht mensen (Noach en zijn gezin) werden gered door middel van de ark, waarna God een verbond sloot met Noach en hem de Noachitische wet gaf (Genesis 9: 1-17). En het Loofhuttenfeest, waarop men de reis van het volk Israël uit het land Egypte herdenkt, duurt ook acht dagen(Leviticus 23: 36). Op die reis ontving het volk de wet.

De psalmist is lyrisch over Gods Woord en Zijn geboden. Maar wat roepen “Gods geboden” eigenlijk bij ons op?

Niet 10 maar 613 verplichtingen?!

Vaak denken we bij “Gods geboden” of “Gods wet” aan de tien geboden. Maar het is goed om ons te realiseren dat er veel meer geboden en verboden in Gods Woord staan, zoals spijswetten (wat mag je wel en niet eten), offerwetten (wanneer moet je wat offeren aan God), reinigingswetten (hoe wordt je weer rein om voor God te kunnen verschijnen), sociale wetten (hoe draag je zorg voor de zwakkeren), juridische wetten (hoe leef je rechtvaardig). Volgens de rabbijnse traditie zijn het er wel 613 in totaal!

De zegen van de wet

De geboden die God ons in Zijn Woord voorhoudt, geven aan hoe we op een goede manier met elkaar en de wereld om kunnen gaan. Als we ons aan die richtlijnen houden, voorkomt dat chaos en biedt het een veilige leefomgeving voor alle mensen. Want deze geboden gaan uit van liefde en respect voor elkaar, voor al het leven, voor de hele schepping en voor de Schepper. Jezus vat deze geboden krachtig samen met de woorden: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. (Mattheüs 22: 37-40)

Wie zou in een wereld waarin consequent zo geleefd wordt niet willen leven?!

Ware en valse veiligheid

Vanwege haar grote waarde is, bij sommigen, Gods wet er al van jongs af aan goed ingeprent. Het betrof dan met name de tien geboden en allerlei daaraan gerelateerde geschreven en ongeschreven leefregels. Er werd daarbij geleerd zich daaraan te houden, zodat het zeker zou zijn dat je God niet zou teleurstellen of zelf zou afdwalen. Op die manier geeft de wet veiligheid ten opzichte van God en een weg naar het eeuwige leven. Maar … dat is een schijnveiligheid, of nog sterker, een misleidende veiligheid!
Want als je probeert om je vlekkeloos aan de wet van God te houden, leidt dat tenslotte altijd tot een mislukking, want niemand leeft volkomen zonder zonden, niet één (Romeinen 3: 12). Daarom kan je niet rechtvaardig worden door de wet. Je merkt alleen maar hoe zondig je eigenlijk bent als je hem probeert te houden en steeds weer faalt (Rom. 3:20) Jezus leert ons een andere weg, namelijk die van het geloof. Ieder die in Gods eniggeboren Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven. (Johannes 3: 16)

Geen oordeel meer maar vrijheid

En daarmee komt de wet in een heel ander daglicht te staan. We worden niet meer beoordeeld aan de hand van de wet en we krijgen straks geen voldoende of onvoldoende meer voor ons leven. Als je het vergelijkt met een schoolrapport dat je aan het einde van het schooljaar krijgt, dan weten wij nu al, midden in het jaar, dat we zullen overgaan! We zullen, ondanks de strenge wet die onze meetlat is, “voldoende staan”, omdat Jezus voor ons gestorven is ter verzoening van al onze blunders tegen diezelfde wet.
Daarmee is de angst en de dodelijke scherpte van de wet af, maar blijft zij wel als zeer waardevolle richtlijn voor ons leven bestaan. We mogen haar wijsheid omarmen en uit liefde voor elkaar en God haar zo goed mogelijk leren doorgronden en toepassen in ons leven.

Zie, hoe Psalm 119 haar op deze manier bejubelt!

Dat betekent dus geen starheid meer, maar een onmisbare hulp bij het vinden van respectvolle omgang met God en met elkaar. Zie hoe Elisa hiermee omgaat in 2 Koningen 5: 18. Naäman, bevelhebber in het leger van de koning van Syrië, is door God via de profeet Elisa genezen en Naäman is zo gelukkig dat hij uitroept dat hij nooit meer aan enige andere afgod zal offeren. Dat is geweldig, helemaal volgens de wet ‘Gij zult u voor afgoden niet buigen noch hen dienen.’

Maar dan … dan realiseert hij zich plotseling dat hij verplichtingen heeft op zijn werk. Als zijn heer de afgod Rimmon in zijn tempel gaat vereren, steunt zijn heer altijd op Naäman die met hem mee gaat bij de aanbidding. Als zijn heer dan voor de afgod buigt, moet Naäman ook mee buigen om zijn heer te kunnen ondersteunen. Hoe moet dat nu? Kan God hem deze handeling vergeven? Het staat duidelijk in de wet dat hij dit niet doen mag! Elisa stelt hem gerust en zegt: Ga in vrede.

En kijk ook eens hoe Paulus, opgeleid als farizeeër en zeer trouwe en strenge Joodse wetsbetrachter, omgaat met de wet in Romeinen 14. Hij pakt daar het dilemma van de sabbatsviering. Vertaal het maar naar onze zondagsviering. (vers 5) De één maakt er een gewijde dag van en houdt zich aan bepaalde regels. De ander gaat gerust zijn auto wassen op die dag en naar de film. Wie doet het nu goed?

Paulus zegt dat wie God aan het einde van de dag kan danken voor alles wat hij op die dag gedaan heeft, het goed gedaan heeft. Leven voor God gaat verder dan een uiterlijke uitvoering van een regel, het gaat om je hart, je intentie, je oprechtheid. Heb je God lief en toon je dat in jouw manier van leven? Alleen God kan dat beoordelen, dus hoeven wij aan elkaar daarover geen rekenschap af te leggen. Maar, uit liefde en zorg voor elkaar, zullen we elkaar op dit punt ook niet willen kwetsen of in verlegenheid willen brengen, want we hebben elkaar lief. (Tot zover uit Romeinen 14)

En zie daar, hoe de wet (heb elkaar lief als jezelf) in zo’n heikele kwestie een houding van liefde en respect brengt in plaats van oordeel. Zij brengt zelfs een dienende houding, omdat wij elkaar geen aanstoot willen geven, in plaats van een heersende houding, die zich kan uiten in felle discussies om de ander van de eigen inzichten te overtuigen.

Weet hebben van onze tekortkomingen, maar toch vrij zijn van oordeel door de wet én vrij zijn van oordeel over elkaar, dat heeft God ons gegeven door Jezus die de wet voor ons volbracht heeft en voor ons gestorven is, zodat de wet niet meer over ons heerst.

Hoe ga je om met zoveel vrijheid?

Als het dan zo is dat je in vrijheid mag leven, dan valt er plotseling heel veel te kiezen en te overwegen. De strenge regels waarmee je wellicht opgevoed bent vallen weg. De keuzes in je leven zijn ineens niet langer meer simpelweg zwart-wit. En het kan zelfs voorkomen dat je in verschillende situaties anders kiezen zult. Hoe weet je nu of je het goede kiest? Hoe leef je met zoveel vrijheid?

Daar heb je wijsheid voor nodig! Gods Woord staat vol wijsheid. En de Bijbel roept ons op om die wijsheid te zoeken. En als je wijsheid te kort komt, mag je erom vragen aan God (Jacobus 1: 5). God belooft ze overvloedig te schenken.

Om het heel concreet te maken, hier een suggestie. Begin elke dag met de vraag om wijsheid aan God voor die dag. Lees en bestudeer ook elke dag Gods Woord, opdat je leert wie God is en hoe God wil dat je leeft. Deze aanpak wordt immers vol blijdschap bezongen in psalm 119. En laat jezelf vervolgens die dag mede leiden door de Heilige Geest die in je woont. En wees dan niet bang. Geen mens leeft zonder fouten, maar God verwacht van ons geen foutloos leven. Hij vraagt van ons geloof, geloof in Zijn liefde en Zijn genade en barmhartigheid gegeven in Zijn Zoon Jezus. Hij veroordeelt ons niet, dus laten wij onszelf ook niet veroordelen, wat er ook ooit fout gegaan mag zijn in onze eigen ogen, in andermans ogen en/of gemeten naar Zijn wet.

We kunnen zonder vrees en met blijdschap Gods wet omarmen omdat ze ons niet meer veroordeelt maar in alle vrijheid een rijke bron van wijsheid is om eerlijk en in liefde met elkaar en God te kunnen leven. En zo’n leven is met geen goud te betalen! (Psalm 119: 127b)


  • -

Levend Woord – mei 2017

Categorie:Levende Woorden

Bid en u zal gegeven worden
(Mattheüs 7: 7)

De telefoon gaat. Een afmelding voor de groep die het levende woord gaat bespreken: “Het spijt me, ik kan niet komen deze keer, want God heeft mijn gebed verhoord. Ik had gebeden om te mogen werken in Zijn koninkrijk en nu kan ik er niet bij zijn want ik moet werken!!! God heeft mijn jarenlange gebed verhoord!”

Wat een blijdschap als God onze gebeden zo duidelijk verhoort!

Bid en God zal geven

Hoeveel gebeden worden niet elke dag tot Hem opgezonden! We hebben zoveel noden in deze gebroken wereld. God weet dat en zegt: Bid en u zal gegeven worden! (Mattheüs 7: 7) Ik zál u het goede geven. (Mattheüs 7: 11)

Maar dat bidden is in de praktijk wel vaak hard werken. Het is meestal niet zo simpel als een bestellijst insturen naar de boodschappenservice van de supermarkt en dan maar wachten tot de bestelling wordt thuisbezorgd.

Bidden is volharden en ook onderwezen worden door God. Het is zoeken en kloppen, maar dan belooft God ook dat je zúlt vinden en dat de deur open zál gaan.

Lastig te geloven

Verhoort God dan echt al onze gebeden? Dat valt voor ons rationele westerlingen soms maar moeilijk te geloven. Het is goed te beseffen dat we daarin uitzonderlijk rationeel en sceptisch zijn ten opzichte van onze medebroeders in Azië en Afrika. Dat gegeven zou ons te denken kunnen geven over ons eigen (on)geloof… (Mattheüs 13: 58)

Toch zal je ontvangen

Maar de vraag blijft staan: Krijgen we dan alles waar we God om vragen? Mattheus vertelt ons dat God ons goede gaven zal geven als we tot Hem bidden. (Mattheüs 5: 11) In Lucas 11: 9-13 staat dat we, als we erom bidden, zeker Gods Heilige Geest zullen krijgen. Dat laatste is misschien niet het eerste waar we aan denken als we bidden omwille van een alledaagse zorg. Wat heb je dan aan de Heilige Geest?

De Heilige Geest

De Heilige Geest is een Geest van wijsheid, inzicht, raad, sterkte, kennis en vreze des Heeren. (Jesaja 11: 2) Die dingen heb je hard nodig als je in de problemen zit. En… de Heilige Geest deelt ook gaven uit onder de gemeenteleden en laat vruchten groeien in ons leven waarmee we elkaar kunnen bemoedigen en bijstaan in onze zorgen.

Voorbeelden van vruchten van de Geest staan in Galaten 5:22-26. Liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
En voorbeelden van gaven van de Geest staan in 1 Korintiërs 12: 4-11. Het spreken van wijze woorden of woorden van kennis, geloof, de gave van genezing, wonderen of profetie, onderscheiding van geesten, tongentaal, uitleg van tongentaal.

De Heilige Geest leert ons dat we kinderen van God zijn en dat er een prachtige toekomst voor ons openligt en dat Jezus de Weg is naar dat eeuwige leven.

Met al deze gaven kunnen wij met elkaar een gemeente zijn en elkaar dienen te midden van de ellende van deze gebroken wereld. Sterker nog, door onze onderlinge liefde en hulp aan elkaar tonen we ook nog eens onze eenheid door de Heilige Geest aan de wereld. Dat zal een getuigenis zijn van Jezus en God voor alle mensen die het zien.

De Heilige Geest is daarmee in wezen de grootste gave die God ons kan geven en een grote troost in onze zorgen en nood. Toch vragen we daarnaast aan God vaak om het wegnemen van onze problemen. Daar bad Jezus eveneens om in de hof van Getsemane. Maar in het hogepriesterlijk gebed bad Jezus ook anders (Johannes 17: 15, 20-23): “Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze. En Ik bid niet alleen voor dezen (de discipelen rondom Jezus), maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven, opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt. En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zullen zijn, zoals Wij Eén zijn. Ik in hen, en U in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en opdat de wereld erkent dat U Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt, zoals U Mij hebt liefgehad.”

En je ontvangt nog veel meer

Gods plan is blijkbaar meeromvattend. Het is nog niet de tijd van het wegnemen van al onze problemen. Deze, onder de zondeval zuchtende, wereld bestaat nog en wij leven daarin. Toch hielp Jezus tijdens zijn leven op deze aarde vele mensen en genas Jezus, door de werking van de Heilige Geest in Hem, velen als teken van Zijn (vol)macht en als teken van het komende Koninkrijk. En, zo Vader zo Zoon, Jezus liet zien hoe de Vader is. (Johannes 14: 9b) Dus we mogen ook nu uitredding vragen uit onze problemen en wonderen verwachten van onze Vader. God geeft graag en overvloedig op onze gebeden (Psalm 81) en belooft daarbij ook dat Zijn wondertekenen ons zullen volgen als we geloven in Jezus. (Marcus 16: 17)

God geeft overigens aan álle mensen goede gaven, of ze er nu om vragen of niet. Als schepper geeft God aan alle mensen bijvoorbeeld eten, gezondheid en kinderen. In Mattheüs 5: 45 staat immers dat God de zon op laat gaan over bozen en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

Voor Gods kinderen echter geldt daar bovenop een heel mooie belofte (1 Johannes 3: 22-24): “Wat we ook maar bidden, ontvangen wij van Hem, omdat wij Zijn geboden in acht nemen en doen wat Hem welgevallig is. En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon, Jezus Christus, en dat wij elkaar liefhebben, zoals hij ons een gebod gegeven heeft. En wie Zijn geboden in acht neemt, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan weten wij dat Hij in ons blijft, namelijk aan de Geest, Die Hij ons gegeven heeft.”

Dus God zál onze gebeden zeker verhoren, als we in Jezus blijven en Zijn gebod van liefde volgen.

Waarom merk je dan soms niks?

Toch… als God dan zeker zal verhoren, wat kan het dan soms toch lang duren voordat God verhoort!

Jezus wist daarvan en moedigt ons aan in Lucas 18: 1-8 om vol te houden met vragen aan God en te blijven aandringen in ons gebed. Jezus eindigt daar met de opmerking: “Zal God dan geen recht doen aan Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij hen soms lang laat wachten? Ik zeg u dat Hij hun met spoed recht zal doen.”

De Bijbel laat wel een reden zien waarom verhoring op zich kan laten wachten. Ooit bad Daniël intens tot God. Hij vroeg oprecht om inzicht in Gods Woord en wilde zich voor God verootmoedigen. Hij vastte door zichzelf te ontzien van alle luxe en geneugten en wijdde zich volledig aan zijn smeekbede. Hij moest dit drie volle weken volhouden alvorens hij antwoord kreeg. In een visioen zag hij een boodschapper van God die hem vertelde dat de gebeden van Daniël al op de eerste dag door God gehoord waren en dat hij daarom was gekomen. Hij was echter onderweg tegengehouden door de vorst (engel) van Perzië. De vorst (engel) Michael was hem na drie weken te hulp gekomen, zodat hij verder kon.

Hoewel wij er vaak niet bij stilstaan, is er om ons heen een felle geestelijke strijd gaande. God verhoort onze gebeden vaak ook in het geestelijke gebied en soms is dat niet (meteen) zichtbaar in onze fysieke wereld. Door geloof kunnen we weet hebben van deze strijd en soms ervaren we die zelfs voelbaar in onze gebeden en in ons leven. Als we niet direct antwoord zien met onze fysieke ogen, dan komt het aan op geloof. Zoals Hebreeën 11: 1 zegt: “het geloof is de zekerheid der dingen die men hoopt, en het bewijs der dingen die men niet ziet.”

Die geestelijke strijd is ook in Enschede heel reëel. Zo worden de kerken in Enschede steeds leger, maar ontstaat tegelijkertijd een netwerk van broeders en zusters vanuit heel verschillende kerken die elkaar vinden in hun Heer Jezus en samen gaan bidden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de nacht van het gebed van Open Doors. Dit netwerk van broeders en zusters uit alle hoeken lijkt de kracht te hebben van een vangnet: we vangen de klappen met elkaar op en zijn samen sterk in Hem.

Het is goed om te weten dat de gebeden van ons, als kinderen van God, in deze geestelijk wereld behoorlijk wat te weeg brengen. Het is niet voor niets dat Jacobus schrijft: “een gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand.”

Dus houdt vol in je gebed, en zoek daarbij eventueel bemoediging en steun bij broeders en zusters. God zal verhoren. Dat belooft Hijzelf. Zal God ons dan, op ons gebed, uiteindelijk echt van alle narigheid verlossen?

Uiteindelijk zeker wel, er zal volkomen afgerekend worden met alle kwaad. Maar dat zal niet altijd het geval zijn in ons leven in deze wereld. Daar weet Paulus alles van en toch moedigt hij ons aan om al onze zorgen bij God te blijven brengen: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God.” (Filippenzen 4: 6) Want God zál uitkomst bieden.

God gaat daarbij vaak wel een heel andere weg dan wij zouden wensen en waar wij om gebeden hebben. Achteraf blijkt het dan vaak toch beter dan wat wij zelf voor ogen hadden. Maar soms zal dat pas duidelijk worden als we eens Gods totale plan kunnen aanschouwen. Dat vergt veel geloof van ons hier op aarde en vertrouwen in de goedheid en wijsheid van onze Vader. Daar is de hulp en troost van de Heilige Geest zeker bij nodig. En Die krijgen we zeker al hier en nu!

We staan niet alleen in ons gebed

Het is goed om te weten dat de Heilige Geest Zelf met ons mee bidt (Romeinen 8: 26,27) en dat Jezus voor ons pleit in de hemel (Hebreeën 4: 14-16): “Wij hebben immers een Hogepriester, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God. Laten wij dan aan deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip”.

Jezus begrijpt onze nood en God zál ons helpen!!

Johannes leert ons dan ook: “Dit is de vrijmoedigheid die wij hebben in het toegaan tot God, dat Hij ons verhoort, telkens als wij iets bidden naar Zijn wil. En als wij weten dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, dan weten wij dat wij het gevraagde, dat wij van Hem hebben gebeden, ontvangen.” (1 Johannes 5: 14, 15)

Laten we dan God, onze Vader, danken in ons gebed!!!


  • -

Levend Woord – april 2017

Categorie:Levende Woorden

Legt dus af alle vuilheid en uitwas van boosheid …
(Jacobus 1: 21)

Gij geheel anders

Wij zijn nieuw geboren mensen, herschapen door Gods wil en Jezus’ offer. Daarom mogen en kunnen wij anders leven. Leven naar Jezus’ gebod: Heb je naaste lief als jezelf. Daarom, zo zegt Jacobus, moeten we goed naar elkaar leren luisteren, niet te snel oordelen en al helemaal niet te snel boos worden op elkaar. Menselijke boosheid leidt niet tot rechtvaardigheid, dat doet alleen Gods toorn.

En daarom zegt Jacobus: Leg dus alle vuilheid en alle dingen die voortkomen uit je boosheid van je af.

Als je dat doet, is dat niet alleen een zegen voor diegene op wie je boos bent, maar eerst en vooral een grote zegen voor jezelf. Je zult een grote rust en vrijheid ervaren zodra je je boosheid echt los kunt laten. Simpel is dat echter niet.

Boosheid

Ook al maant Jacobus ons om niet te snel boos te worden, toch kan het gebeuren dat je boos wordt. Dat is niet altijd verkeerd. Boosheid kan volkomen terecht zijn. Jezus werd zelf ook wel eens boos. Denk daarbij maar aan de tempelreiniging of aan de confrontatie met de Farizeeërs, waar Hij ze adderengebroed noemt.

Als iemand onrecht wordt aangedaan, en dat kan ook jouzelf overkomen, is boosheid terecht. Boosheid omdat je eer wordt geschonden of uit jaloezie zijn voorbeelden van slechte redenen om boos te worden.

Soms is het herkennen van boosheid bij jezelf nog best lastig. Bij sommigen slaat boosheid namelijk al heel snel om in verdriet. Maar beide, de boosheid en het verdriet, komen voort uit dezelfde gekwetstheid. Hoe de boosheid gestalte krijgt in jou, hangt af van jouw aard. De één slaat er meteen letterlijk of figuurlijk op los en de ander kropt het zo lang mogelijk op tot de grens bereikt is en de boosheid er als een explosie uitkomt. En sommigen houden het helemaal binnen en raken verstrikt in verdriet en neerslachtigheid.

Het is in alle gevallen niet makkelijk om je boosheid in goede banen te leiden.

Omgaan met boosheid

Hoe kan je dan goed omgaan met je boosheid, zodat je niet te maken krijgt met de vuilheid en uitwas waar Jacobus over spreekt? Paulus geeft in Colossenzen 3:8 een aantal voorbeelden van die vuilheid zoals toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit je mond. Tja inderdaad, wat te denken van alle vuiligheid die over je lippen komt als je hart vol boosheid is… (Jacobus 3: 8). Hoe voorkom je dat?

Als je (terecht) boos wordt, is dat op zich nog niet verkeerd en mag je dat ook toelaten om tijd te krijgen om je boosheid te verwerken. Dat kan je bijvoorbeeld doen door op te schrijven waar je zo boos om bent en dat dan later te verscheuren. Of door een flink eind te gaan fietsen of op een veilige plaats stoom af te blazen, soms alleen, soms bij een wijze vriend of bij God.
Belangrijk echter is, dat je niet in je boosheid blijft volharden. Dat brengt namelijk zelf opnieuw onrecht voort, soms zelfs groot onrecht. De Bijbel staat er vol mee. Denk maar eens aan Kaïn die Abel dood slaat, koning Achab die de wijngaard van Nabot persé wil hebben, wat Nabot het leven kost en aan Herodes die besluit tot de kindermoord in Bethlehem.

Niet in je boosheid volharden is moeilijk. Daar is gebed voor nodig, dan gaat God je helpen. Als je bijvoorbeeld bidt om Zijn wijsheid, zal Hij je die zeker gaan geven. En die wijsheid van boven is ten eerste rein, vervolgens vreedzaam, vriendelijk, gezeglijk, vol ontferming en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd. Die wijsheid leidt ons geleidelijk weer terug naar de weg van naastenliefde en brengt ons ook weer terug naar de heerlijke vrijheid waar Paulus over schrijft in Romeinen 8.

Vergeven

Dit alles kan daarmee het begin zijn van vergeven. Vergeven is een moeilijk proces, vooral als de ‘dader’ niet erkent dat hij onrecht heeft aangedaan en al helemaal niet van plan is om zijn excuses aan te bieden. Maar je kan dan toch vergeven, met hulp van onze Heer!
Vergeven hoeft niet te wachten op de bereidheid van de ander om sorry te zeggen en ook niet op jouw gevoelens en emoties om milder te worden. Vergeven is iets tussen jou en God en begint puur met een keuze. Als je vergeeft, geef je namelijk je recht op genoegdoening uit handen en accepteer je dat je in dit leven zult leven met de gevolgen van het onrecht dat je is aangedaan. Dat betekent dat je de ander nooit meer zult achtervolgen met zijn wandaad tegen jou, ook niet in je gedachten. Je vertelt God je beslissing om te vergeven en vraagt Hem vervolgens om hulp daarbij.

Als je vergeving geschonken hebt, zal je een enorme rust en vrede gaan ervaren van God. De herinneringen aan het onrecht blijven wel, maar de wonden ervan worden niet steeds meer opengescheurd. God kan ze gaan helen en je gevoelens, gedachten en emoties zullen daardoor ook langzaam gaan verzachten en genezen.

Hoe leg ik mijn vuilheid af?

Hoe wordt je weer zuiver, als je vuilheid hebt opgehoest in woede of anderszins? Hoe krijg je weer een zuiver geweten, zonder last van schuldgevoel? Dat kan door schuldbelijdenis! Schuldbelijdenis naar God toe, maar ook naar de mensen. Daar is heel veel lef voor nodig maar brengt ook grote bevrijding. We mogen elkaar nooit veroordelen als iemand schuld belijdt. Het verdient juist respect en ontferming! (2 Korintiërs 2: 5-8)
Zelf redden we het nooit om geheel zuiver te leven, terwijl we wel Gods kinderen zijn. We zijn heiligen in Jezus Naam die ook af en toe zondigen. Maar het belijden van zonden geeft wel dat er verandering komt. We gaan minder zondigen en zuiverder leven. Je gaat met Christus steeds beter de leugens en verleidingen van de satan doorzien.

Volledig zuiver worden voor God kan alleen door Jezus. Daarvan lezen we al in het Oude Testament in een visioen van Zacharia (Zacharia 3): Jozua staat voor de Engel van de Heere (is het Jezus?) en satan staat naast hem en klaagt hem aan bij God, wijzend op al de vuilheid van Jozua. God reageert furieus. Niet op Jozua, maar op satan die hem aanklaagt: “Heb Ik Jozua niet gered!? “, bestraft Hij satan. God laat de vuile kleding van Jozua uittrekken en geeft hem schone hogepriesterkleding te dragen, zonder enige smet. God verklaart Jozua daarmee rein van schuld. Alles is vergeven, Jozua is heilig verklaard. En dan verwijst het visioen in één vloeiende lijn door naar Jezus die alle schuld zal wegnemen: Zie, Ik ga Mijn Knecht, de SPRUIT, doen komen … Ik zal de ongerechtigheid van dit land op één dag wegnemen (Zacharia 3: 8b,9b)

Jezus is de Jozua van het Nieuwe Verbond. Mattheüs 1: 21 vertelt van Hem: ”Gij zult Zijn Naam heten Jezus (=Jozua); want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.”
Jezus legt op Paasmorgen Zijn zondekleed af en doet de zuivere mantel der gerechtigheid aan! En wij staan, in Hem, nu ook zuiver voor God, zonder enige smet!

Maar ik voel me nog steeds vuil! Wat nu?

Soms worstel je met gedachten of verleidingen die steeds weer terugkomen. Bedenk dan, dat jíj het niet bent die die gedachten en verleidingen doet opkomen, maar de verleider, de duivel. Het gaat dan om de geestelijke strijd tussen God en satan om jou. Jij bent niet verantwoordelijk voor de pijlen die satan soms haast onophoudelijk op je afschiet. Dat zijn niet jouw zonden. Het gaat er dan alleen maar om hoe jij je verweert tegen deze pijlen. Als je de gedachten en verleidingen niet omhelst maar ze afweert door je naar God te keren, zondig je niet en ben je ook niet vuil geworden.

Soms kan je ook worstelen met een zonde die maar steeds terugkeert. Als dat hardnekkig zo blijft, ben je in de greep van dat kwade en als het ware slaaf van die zonde (je hebt er zelf geen zeggenschap meer over of je de zonde doet of niet). Dat is een bekend verschijnsel en komt veel voor. Ook daar wil God je graag bij helpen. Hij kan je volkomen bevrijden, zodat je je gedrag weer volledig zelf in de hand hebt. Daartoe zal een weg van schuldbelijdenis horen, die je het beste samen kan gaan met een ervaren gelovige broeder of zuster.

Tot slot kan je je ook nog vergissen in je waarneming. Als je je zonden belijdt, wordt je steeds zuiverder in je manier van leven, maar tegelijk ook gevoeliger voor recht en onrecht. Je geweten wordt gevoeliger en dan zie je elk klein vlekje op jouw kleding terwijl een buitenstaander alleen maar oog heeft voor jouw mooie witte kleding.
Laat je dan niet door satan betichten dat er nog steeds te veel vlekken op je witte kleding zitten, want God kijkt naar ons door Zijn Zoon Jezus Christus en ziet niet één vlek meer, want er is niemand meer die je aanklaagt. Christus heeft de aanklager, satan, overwonnen, voor eens en altijd!


Heer Uw licht en Uw liefde schijnen
waar U bent zal de nacht verdwijnen
Jezus licht van de wereld vernieuw ons
levend woord ja Uw waarheid bevrijd ons
schijn in mij, schijn door mij

(refrein)
kom Jezus kom
vul dit land met Uw heerlijkheid
kom heilge geest stort op ons Uw vuur
zend Uw rivier
laat Uw heil heel de aard vervullen
spreek Heer Uw woord dat het licht overwint

Heer ik wil komen in Uw nabijheid
uit de schaduwen in Uw heerlijkheid
door het bloed mag ik U toebehoren
leer mij toets mij Uw stem wil ik horen
schijn in mij, schijn door mij

(refrein)

Staan wij oog in oog met U Heer
daalt Uw stralende licht op ons neer
zichtbaar tastbaar word U in ons leven
U volmaakt wie volkomen zich geven
schijn in mij, schijn door mij

(refrein)


  • -

Levend Woord – maart 2017

Categorie:Levende Woorden

De Heere zal voor u strijden, en ú moet stil zijn.
(Exodus 14: 14)

Er lijkt geen redden meer aan…

De Israëlieten hebben op bevel van Mozes hun kamp opgeslagen aan de rand van de zee. Dit had God aan Mozes opgedragen. Plots rijzen grote stofwolken op aan de horizon. De Farao en zijn leger stormt op hen af! Het is te laat, de weerloze groep mensen met hun kinderen en vee kan geen kant meer op. De mensen roepen het uit tot God en verwijten Mozes dat hij hen in deze afschuwelijke situatie gebracht heeft: Had ons toch met rust gelaten in Egypte! We waren liever daar gebleven als slaven, dan nu in doodsnood hier!

Ze hebben helemaal geen vertrouwen in God. Maar hoe zou dat ook kunnen? Net bevrijd, is dit hun eerste confrontatie met het kwaad dat hen naar het leven staat. Ze moeten God nog leren kennen!

Mozes doet het hen voor. Hij vertrouwt wel op God, zelfs in deze ogenschijnlijk hopeloze situatie. Hij zegt hen: Wees niet bang, houd stand. Kijk dan toch hoe God jullie vandaag nog gaat redden van die aanstormende Egyptenaren. De heer zal voor jullie strijden en jullie… hold your peace (Engelse vertaling van Exodus 14: 14b).

De Israëlieten konden geen kant meer op, maar juist daardoor werden ze getuigen van één van de grootste uitreddingen die God het volk ooit bewezen heeft. Dit wonderlijke ingrijpen van God gonst nog na tot op de dag van vandaag en versterkte in de loop van de geschiedenis keer op keer het geloof van velen. De kracht die God hier liet zien, liet de omringende volken beven voor Israël, want Israël was Gods volk.

God had Naam gemaakt en met Hem ook Zijn volk. Besef dan nu eens dat deze God ook jouw God is hier en nu en dat jij ook bij Zijn volk hoort.

Ja maar, dat was toch vroeger…

Dit Bijbelgedeelte toont ons hoe machtig en betrokken onze God is, ook bij ons hier en nu. Maar je zou kunnen denken dat God nu toch wat anders werkt dan toen. Waarom zijn er anders zoveel Joden omgekomen in de tweede wereld oorlog? Hoe kan je dat verklaren, als God nu ook strijdt voor Zijn volk?

Omdat het lang geleden is dat Israël in Egypte onderdrukt werd, staan de beelden van de tweede wereld oorlog ons veel scherper voor ogen dan de situatie in Egypte. Maar, lezend in de Bijbel, zien we dat de Israëlieten ook in Egypte afgebeuld werden onder te zware arbeid om hen te decimeren in aantal. We lezen zelfs dat al hun baby jongetjes op den duur zonder pardon in de Nijl werden gesmeten. Hoeveel onschuldige kinderen en volwassenen zijn er door de overheerser (Farao’s) gedood voordat God ingreep? De Israëlieten zijn maar liefst 400 jaar onderdrukt in Egypte!

Dus de onbegrijpelijke vraag waarom God niet meteen ingrijpt lijkt van nu én toen. Maar toch werd uiteindelijk het volk Israël uitgeleid uit Egypte naar het beloofde land.
En toch kregen de Joden na de tweede wereldoorlog een eigen staat. Is God echt zo anders toen dan nu?

God grijpt in op het moment dat Hij de tijd daarvoor rijp vindt. Hij is soeverein en Zijn gedachten en plannen zijn groter dan onze “snelle oplossingen”. Dat accepteren is moeilijk voor ons en vraagt veel vertrouwen. Maar de Bijbel laat ons telkens weer zien dat God betrouwbaar is. Hij geeft uitredding aan Zijn kinderen, dwars door alles heen en laat uiteindelijk niet met Zijn Naam, noch met Zijn volk, sollen.

Vertrouwen is nog niet zo makkelijk

Vertrouwen op God moet je leren. Steeds weer stelde Israël zijn vertrouwen op mensen of afgoden in plaats van op God. God toonde daarin veel geduld maar moest soms toch ingrijpen om het volk weer op Hem gericht te krijgen. Wij moeten ook leren vertrouwen. Soms leren we dat, net als Israël, door moeilijkheden heen. Denk bijvoorbeeld eens aan de discipelen tijdens de storm op het meer. (Mattheüs 9: 23-27) Terwijl de discipelen totaal in paniek raken, ligt Jezus te slapen in de boot. Wat geeft het vertrouwen van Jezus op God Hem een rust! En dan Jezus’ vraag als Hij wakker gemaakt wordt: “Waarom bent u angstig, kleingelovigen?”. Alsof het de gewoonste zaak zou moeten zijn dat wij zonder angst leven in vertrouwen op God!

Dat vertrouwen moet groeien en je kan het voeden door het lezen van Gods Woord. Lees bijvoorbeeld eens Psalm 37 of Psalm 27.

Vertrouwen leer je ook door naar God te luisteren. Mozes hoorde God rechtstreeks spreken, maar dat kan bij ons ook anders. Als je bidt en stil bent voor God kan je soms Zijn stem van binnen horen als een gedachte, een tekst die in je boven komt of een lied. Het kan ook in de vorm van een verlangen of een drang om iets te doen. Maar soms blijft antwoord van God lang uit. Dan komt het aan op vertrouwen. Je vertelt je probleem aan God en daarna vertrouw je op Hem dat Hij het zal oppakken. Dan mag je het loslaten in Zijn handen en rust vinden.

Bidden tegen de klippen op

Dat wil overigens niet zeggen dat je dan ook maar moeten stoppen met ervoor bidden. Jezus leert ons juist om door te gaan met bidden. Na Zijn gelijkenis over de onrechtvaardig behandelde weduwe (Lukas 18: 1-8) zegt Jezus: “Zal God dan geen recht doen aan Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij hen soms lang laat wachten.

En deze aanmoediging geeft God ons vandaag de dag nog steeds. Iemand dacht namelijk na dertig jaar trouw bidden voor het behoud van iemand, om er nu toch maar eens mee te stoppen. Het bidden leek vruchteloos. De persoon voor wie gebeden werd wist niets van het voortdurende gebed af, maar kwam kort na deze beslissing op bezoek en zei, zonder duidelijke aanleiding, plotseling boos: “Ik gooi jou toch ook niet zomaar uit mijn systeem!” Enigszins verbouwereerd heeft de bidder toen onmiddellijk het bidden weer trouw op zich genomen.

Soms vindt verhoring pas zo laat plaats dat je het zelf niet meer meemaakt. Zo gebeurt het tijdens evangeliseren op straat regelmatig dat jongeren een Bijbel aannemen omdat ze weten dat hun oma ook geloofde en ze nu wel eens willen weten wat er in de Bijbel staat. Die oma heeft tijdens haar leven vast gebeden voor haar kleinkinderen… Wat een vreugde geeft dat!

God strijdt

God strijdt voor ons de grote strijd in de hemelse gewesten. De overwinningen daar zijn niet altijd meteen zichtbaar voor ons. Maar het brengt je tot stille verwondering en grote dankbaarheid als je iets mag zien van Zijn grote daden in liefde en rechtvaardigheid.

Als je gaat beseffen dat God voor ons strijdt, verandert je gebedsleven. Dan durf je oprecht te gaan bidden wat Jezus ons leert in het Onze Vader: Laat Uw wil geschieden.
Stil vertrouwen op wat God doet geeft je een innerlijke rust. Je wacht af hoe God het zal leiden. En soms moet je dan ook zelf wat gaan doen, zoals de Israëlieten die hun kamp aan de zee moesten opslaan of Mozes die zijn staf moest opheffen opdat de zee zou splijten. Maar God vraagt nooit het onmogelijke van ons, hij vraagt slechts om Hem te vertrouwen.

Tot slot een prachtige overweging van Ad Roos

Door mij zijn enkele Bijbelvertalingen uit de boekenkast gepakt en met elkaar vergeleken. De Herziene Statenvertaling schrijft: “De HEERE zal voor u strijden, en ú moet stil zijn.” De Groot Nieuws vertaling formuleert het iets anders: “De Heer zal voor jullie strijden, jullie hoeven niets te doen.” De Bijbel in Gewone Taal: “Jullie hoeven zelf niets te doen, want de Heer zal voor jullie vechten.”

In 1 Timotheüs 6: 12 roept Paulus op tot het strijden van “de goede strijd des geloofs”. Dit lijkt een heel andere oproep dan die in Exodus 14: 14, waar gevraagd wordt stil te zijn en zelf niets te doen. Toepassing van Exodus 14: 14 op de geestelijke strijd komt mij voor als onjuist. Onze geestelijke wapenrusting hebben wij immers niet om er helemaal niets mee te doen!

Eerlijkheidshalve dien ik hierbij wel op te merken dat juist in het gebed strijd en stil zijn frappant dicht bij elkaar komen! Is de goede strijd, met gebed als onmisbaar ingrediënt, misschien ook “de stille strijd des geloofs” te noemen?


  • -

Levend Woord – februari 2017

Categorie:Levende Woorden

Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.
(Mattheüs 11: 30)

Twee ossen

Twee ossen ploegen door het land, gebukt onder één juk. De oude wijze os snuift eens flink en zet dan zijn stevige schouders er eens extra onder, want de jonge vaars naast hem let weer eens niet op. “Meekomen, jochie, anders voel je straks de prik”, lijkt hij te zeggen. Ach, het jonge dier is onwetend en nog niet sterk, maar de wijze os loodst hem trouw door het karwei heen. Morgen, morgen zal de jonge vaars weer iets meer kunnen en weten dan vandaag en eens…eens wordt hij net zo wijs en krachtig als de oude os naast hem. Gestaag trekt de wijze os de ploeg voort en de jonge vaars doet al glibberend in de modder dapper mee. Zo is het goed…

Jezus is als de wijze os, die naast ons, jonge vaarzen, meegaat in alles waar wij in ons leven doorheen moeten ploegen. Hij gaat niet vrijblijvend met ons mee, nee, hij heeft zich met ons juk verbonden en trekt mee. Zo zijn wij nooit alleen en trekt hij harder als wij niet meer kunnen. We kunnen niet van het rechte spoor afwijken zolang we Zijn juk op onze schouders hebben. Moeilijk is het ploegen dan soms nog wel, maar we leren van Hem die met ons meeloopt. Als we maar gelijke tred proberen te houden met Hem, dan loodst Hij ons er wel doorheen!

Jezus is daarbij zachtmoedig en nederig van hart; het is heerlijk veilig om naast Hem mee te mogen lopen. Dat kan je van de wereld helaas niet zeggen. Het juk dat deze wereld ons op legt, is vaak hard en harteloos.

Het harde juk en de zware last van de wereld

Ziekte, armoede, afwijzing, schuldgevoel over misstappen die je in het verleden begaan hebt, eenzaamheid, levensvragen waar je mee worstelt, depressiviteit, weggetrapt worden door medechristenen, aanvallen van de duivel. Allemaal lasten die ten diepste hun oorsprong vinden in de zondeval, die nu op onze schouders rusten.

En dan is er ook nog de last om “goed te leven”; de Farizeeën wisten er alles van. De ene wet na de andere werd geformuleerd om vooral maar te voorkómen dat Gods wet op enigerlei wijze overtreden zou kunnen worden. Het werd een zware last voor de mensen. Maar God wenst dat juk van wetten helemaal niet, Hij wil juist een open hart voor de medemensen, zodat mensen simpelweg voor elkaar zorgen in plaats van elkaar een extra juk/druk opleggen. (Jesaja 58: 6-10)
En dat juk van wetten was niet alleen van daar en toen. In Galaten 5: 1 waarschuwt Paulus ook ons om de vrijheid, die Jezus ons geeft, vast te houden en ons niet weer een slavenjuk van regels op te laten leggen.

Een andere last zie je in landen waar christenen vervolgd worden. Daar kan het kiezen voor Jezus verstrekkende gevolgen hebben. Zo was er een jongen die zich wilde bekeren, maar uiteindelijk terugschrok voor de druk die zou komen. Hij durfde niet meer.
De prijs kan ook hier al heel hoog zijn, als je als enige in een niet-christelijk gezin tot geloof komt.

Een zwaar juk dat menigeen meetorst in onze maatschappij, zeker ook jongeren, is de eis om voortdurend te presteren op velerlei vlakken tegelijk. Een kwart van de studenten is overspannen en er komt relatief veel zelfmoord onder jongeren voor. Het valt hen zwaar om alles op en top bij te houden in hun leven: leren, sporten, werken, sociaal media, …

In dit verband is het opvoeden van kinderen ook niet makkelijk. Het is vaak schipperen tussen wat er van de kinderen gevraagd wordt om mee te kunnen blijven doen in hun vriendengroepje, wat er binnen sijpelt via school en wat je als ouders wenselijk acht.
Dan kan het devies voor de ouders zijn: doe als de wijze os en draag samen met je kinderen het juk. De kinderen leren vaak veel meer van een voorbeeld dan van woorden over hoe je in alle hectiek van deze maatschappij Gods weg vindt. Het is een zegen voor kinderen als ze zo begeleid worden in hun jonge jaren. Zo’n juk opgelegd krijgen is goed voor kinderen, zegt Klaagliederen 3: 27.
Niet iedere ouder doet dat. Eli bijvoorbeeld had het nagelaten (1 Samuël 2) en zijn kinderen werden dan ook kinderen Belials genoemd, wat betekent: kinderen zonder juk. Dit tot groot verdriet van God en het volk.

En dit is nog maar een klein deel van alle lasten die mensen in hun leven kunnen meesjouwen.

Kan Jezus echt verlichting brengen in al deze aardse lasten?

Het beeld van de twee ossen, Jezus en jijzelf onder één juk, heeft ooit geholpen om verloren vertrouwen te herwinnen: “Jezus leerde me door dit beeld weer te vertrouwen op mannen en mensen in het algemeen. Juist het sámen met Hem onder één juk lopen gaf veiligheid. Samen ingespannen kun je alleen maar samenwerken terwijl je elkaar níet kunt aanraken. Zo was het veilig dingen samen te doen en groeide vertrouwen. Niet alleen naar Hem, maar ook naar mensen die in mijn buurt kwamen!”

Dit voorbeeld laat zien dat je soms een (lange) weg gaat met Jezus vanuit de duisternis naar het licht. Een last is meestal niet op slag verdwenen. Maar Hij is wel al die tijd bij je. En als we luisteren naar Zijn stem, naar Zijn woord in de Bijbel, dan houden we gelijke tred met hem en komen we er uiteindelijk uit. Want God geeft je nooit meer te dragen dan je aan kunt mét Hem. (1 Korinthiërs 10: 13)

Maar wat heb je hieraan als je diep in de problemen zit of het leven zelfs helemaal niet meer ziet zitten? Hoe doe je het dan?
Deze vraag stellen gaf andermaal blijk van hoeveel lasten er door mensen gedragen worden. De antwoorden waren stuk voor stuk doorleefd.

  • Vraag God erbij, bij je problemen. Dat geeft meer innerlijke rust.
  • Wil je zelf heel graag iets bereiken en loop je vast…kijk dan eens of je misschien je eigen plan trekt in dit leven in plaats van alles in vertrouwen in de handen van God te leggen.
  • Als je lijdt onder onrecht, weet dan dat God jouw pijn ziet en volledig erkent. Hij zal je zeker recht doen. Laat je boosheid en je verlangen tot wraak daarom varen. Hij zal rechtspreken, dat hoeven wij niet zelf te doen. Leg die last bij God neer.
  • Vertrouw op de Heer en bedenk dat een positief woord voor elkaar veel kracht heeft. Zoek steun bij je broeders en zusters en deel je moeite met God en met hen. Weet dat God al je tranen opvangt. Ze zijn Hem kostbaar.
  • Bid samen met anderen om je nood bij God te brengen. Daar waar twee of drie mensen bijeengekomen zijn in Jezus Naam, daar is Jezus in hun midden! En als je zelf helemaal niet meer bidden kunt, laat anderen dan voor je bidden.
  • Je eigen gebed tot God mag kort zijn. Zelfs: “Mijn God, Help!” is genoeg. En ook als je belaagd wordt door twijfel, zal Hij je helpen: “Ik geloof Heer, maar kom Mijn ongeloof te hulp” (Mar.9:24) Bedenk dat Jezus juist ging naar mensen die het moeilijk hadden, twijfelden, eenzaam waren of teleurgesteld.
  • Deel je probleem ook in de kerk, dan kan er meegeleefd worden en meegebeden.
  • Praat steeds weer met God, al fietsend, lopend, in de natuur. Als je Hem je probleem vertelt, dan kan je weer even verder. Meestal gaat het niet direct beter, maar neem de tijd voor herstel en tel intussen ook je zegeningen.
  • God wil je dragen, maar je moet je wel laten dragen.
  • Zingen kan ook helpen, zelfs als je diep in de put zit. God is bij jou, zelfs in de diepste put.
  • Dank God voor alles en geef je over aan Zijn wil: Uw wil geschiede.
  • Bedenk dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid van straks. (Rom.8: 18) Je lijden zal eens voorbij zijn!
  • Lees in je Bijbel; een Bijbelwoord kan troost bieden. Dan blijven de omstandigheden even moeilijk, maar krijg je toch wat rust.
  • God geeft per dag wat je nodig hebt, net zoals het manna in de woestijn. Als je het erg moeilijk hebt, vraag dan alleen kracht voor het komende uur. En als dat voorbij is misschien voor de volgende twee uur. En dank steeds dat je dat weer hebt gekregen. Zo bouw je langzaam verder op.
  • Als je boos bent of verdrietig omdat iets niet is gegaan zoals jij had gehoopt, werk dan toe, samen met God, naar acceptatie. Dan ontstaat rust.

En welk zacht juk en welke lichte last legt Jezus ons dan in plaats daarvan op?

Jezus zegt: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.” (Mattheüs 11: 28-30)

Maar welk juk en welke last legt Jezus ons dan op?
Jezus vraagt ons enkel om in Zijn liefde te blijven door elkaar lief te hebben zoals Hij ons heeft lief gehad. Dan zal Zijn blijdschap in ons blijven en onze blijdschap volkomen worden. (Johannes 15: 9-12)

Elkaar (leren) liefhebben, zoals Jezus ons lief heeft gehad. Ja, dat geeft inderdaad rust in onze ziel en blijdschap in ons hart en zal uiteindelijk al onze lasten verlichten.


  • -

Levend Woord – december 2016 / januari 2017

Categorie:Levende Woorden

Sla uw ogen op naar de hemel
en aanschouw de aarde beneden,
want de hemel zal verdwijnen als rook,
de aarde zal verslijten als een kleed,
als muggen zullen haar bewoners sterven.
Maar Mijn heil zal voor eeuwig bestaan,
Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden.
(Jesaja 51:6, HSV)

Hoofd omhoog in bange tijden

Waar gaat het heen met de wereld?

Afhankelijk van welke Bijbelvertaling je leest, wordt er gesproken over een stellig vergaan van de aarde of van een mogelijk vergaan van de aarde. Maar beide vertalingen nodigen uit om om ons heen te kijken hoe het er met de aarde voorstaat. En niet zomaar, want de mogelijkheid bestaat immers in beide gevallen dat de aarde vergaat. Misschien al snel, misschien later?

Sommigen zien het hard gaan. Zo verwachten we in de eindtijd een grote apocalyptische bedreiging en elke keer vragen we ons af: Is dit het soms? Is het de Islam, zijn het de Russen, of, zo dachten we destijds, de Japanners … of nu Trump? Het is niet zo eenvoudig vooraf te duiden. Toch blijft het goed om op te letten, want er zijn weldegelijk gebeurtenissen in de wereld die laten zien dat het einde van de tijd eraan komt en mogelijk zelfs al dichtbij is.

Israël als teken

In Mattheus 24 : 32-35 instrueert Jezus ons zelf om op te letten. Hij vertelt daarbij dat we aan het uitspruiten van de bladeren van de vijgenboom kunnen zien dat de zomer nabij is. En Hij drukt ons op het hart om zo ook op de tekenen van de tijd om ons heen te letten, om te zien wanneer Zijn komst eraan komt.

De vijgenboom staat in de Bijbel symbool voor Israël. Zien we Israël weer uitspruiten? Het is juist in deze tijdsperiode dat Israël als staat en volk weer tot leven komt. Joden keren terug naar hun land, verloren stammen zoals Manasse en Dan worden teruggevonden in India en keren terug naar Israël.

De Jodenvervolging neemt wereldwijd toe, zelfs in Amerika. En een wereldwijde afkeer van Israël wordt steeds meer zichtbaar. Dit past eventueel allemaal in de aanloop naar een te verwachten strijd en aanval op Israël aan het einde van de tijd.

Verspreiding van Gods woord

Ook de verspreiding van het evangelie over de hele wereld is in een vergevorderd stadium. Alhoewel er nog in een aantal talen geen Bijbel is vertaald, betreft het nu toch maar een heel klein deel van alle mensen op de wereld die nog geen Bijbel in hun moedertaal kunnen bezitten. En het evangelie wordt inmiddels ook al lang niet meer alleen via het geschreven woord verspreid. Via radio en internet worden de mensen in de meest afgelegen of afgesloten gebieden, in hun eigen taal, bereikt met het gesproken evangelie en komen tot geloof.

Technologie

Verder ontwikkelt de technologie zich in een razendsnel tempo. Het lijkt op het bouwen van een nieuwe toren van Babel. We zijn er als mensheid van overtuigd dat we binnenkort zelf leven kunnen creëren en dat we onze eigen leeftijdsgrens kunnen uittillen tot ver boven de grens van 120 jaar die God ons ooit gesteld heeft (Genesis 6: 3). Wij bepalen daarbij ook steeds meer zelf welk leven waardevol genoeg is om te leven.

We denken werkelijk alles te kunnen, maar de elektriciteit, het GPS-systeem of internet hoeft maar uit te vallen en we blijken zo kwetsbaar en afhankelijk te zijn als het maar zijn kan. Hoe lang zal God onze hoogmoed nog dulden? En hoe lang zal het nog duren voordat Hij ons leert dat alleen afhankelijkheid van Hem ons redden kan?

Christenvervolging

Ook de christenvervolging neemt snel toe in de wereld, aldus de jaaroverzichten van Open Doors. De Bijbel vertelt ons in Openbaringen dat er in de laatste tijd een enorm grote vervolging zal zijn van de Christenen. Gelukkig treft ons dat hier nu nog niet, maar soms vraag je je af waar het op aan gaat.

Is het niet zo, dat ook wij al gaan voelen dat onze vrijheid om Jezus te dienen ingeperkt gaat worden? Het begon met het fenomeen weigerambtenaar, maar nu is het in sommige branches al lastig om een baan te krijgen als je op zondag vrij wilt zijn voor kerkbezoek.

Voor het mogen evangeliseren op straat in Enschede is toestemming nodig van de winkeliersvereniging, wat inhoudt dat je tijdens het evangeliseren toch steeds de stemming van de omliggende winkeliers in de gaten probeert te houden.

En in tv-programma’s wordt je als christen steeds vaker bespot.

Maar Gods gerechtigheid blijft voor altijd!

Zelfs als de aarde volledig verslijt of vergaat en de mensen bij bosjes sterven, dan nóg blijft Gods gerechtigheid bestaan. Wat is dan toch die gerechtigheid, die nooit verbroken wordt? Gerechtigheid betekent: volgens het recht, rechtvaardigheid. Het houdt in dat je rechtvaardig handelt en iedereen recht doet.

God Zelf is de rechtvaardigheid zelve. Je zult Hem nooit betrappen op het breken van Zijn beloften of op oneerlijk handelen naar iemand. Hij komt juist op voor de mensen die onrecht is aangedaan en Hij veroordeelt het kwaad. Hij is daarin volkomen betrouwbaar, want zijn hele wezen is gerechtigheid. In Jeremia 9: 24b staat:

“Ik ben de HEERE, Die goedertierenheid bewijs, recht en gerechtigheid op de aarde doe, want in die dingen vind Ik vreugde, spreekt de HEERE.”

In het Nieuwe Testament zien we Jezus, die volkomen rechtvaardig is. En door Zijn offer zijn wij ook rechtvaardig voor God, hoeveel wij zelf ook ooit in de fout gingen of nog zullen gaan! Onze gerechtigheid komt niet van onszelf maar van God! En dat allemaal door Zijn Zoon Jezus die als rechtvaardige voor ons stierf! Dat is Gods gerechtigheid die blijvend is.

Maar hoe vaak menen wij nog elkaar te moeten veroordelen op onze daden, en te moeten rechtspreken over elkaar? En hoe vaak trekken we elkaar nog steeds naar beneden door ons menselijk “oordeel” over elkaar? We wijzen op elkaars zonden en daarbij maken we ook nog eens gradaties in zonden: scheiding zou bijvoorbeeld erger zijn dan een rot opmerking maken tegen je partner … Maar, de Bijbel leert ons juist dat als je gezondigd hebt tegen één regel van de wet, je tegen de hele wet gezondigd hebt! (Jacobus 2: 10) Of beeldend gezegd, ook als er een klein gaatje in de voorruit zit, moet de hele ruit vervangen worden.

Het idee van “groot of klein” bestaat eigenlijk niet in de zonden. Eén ongerechtigheid maakt dat je onrechtvaardig bent en dat je niet meer onbevangen voor God kunt verschijnen. En iedereen is daarmee onrechtvaardig in deze wereld. Paulus zegt niet voor niets:

“Er is niemand rechtvaardig, ook niet één.” (Romeinen 3: 10)

Wie zijn wij dan, dat we elkaar zouden beoordelen op zonden? Voor we het weten, zien we onze eigen balk in het oog over het hoofd! En God zal ons met dezelfde strengheid oordelen die wij op elkaar botvieren, waarschuwt Jezus (Mattheus 7: 1-5) Alleen God komt het oordeel toe.

Gods eindoordeel

En hoe dat laatste oordeel eruit ziet kan je onder andere lezen in Openbaring 20: 11-15.
Allereerst oordeelt God ons op basis van wat wij in ons leven gedaan hebben. Maar gelukkig hangt daar ons eeuwig leven niet vanaf! Dat hangt af van het feit of onze naam geschreven staat in het boek des levens, ofwel, of Jezus onze Redder is, of Hij onze gerechtigheid mocht zijn.

Opvallend is wel dat onze goede werken er hier op aarde toch wel toe blijven doen. In Openbaring staat bijvoorbeeld:

“Hier zien we de volharding van de heiligen. Hier komen openbaar die de geboden van God en het geloof in Jezus in acht nemen. En ik hoorde een stem uit de hemel tegen mij zeggen: Schrijf: Zalig zijn de doden die in de Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun inspanningen, en hun werken volgen met hen.” (Openbaring 14: 13).

En over wat die goede werken zoal zijn, kan je lezen in Mattheus 25: 31-46 waar Jezus over het eindoordeel vertelt. Het gaat om omzien naar wie honger heeft of dorst, omzien naar de vreemdeling, de zieke, enzovoorts.

De nieuwe wereld

Als je dan zo je ogen opslaat naar de hemel, en hier beneden de aarde aanschouwt, en als je ziet hoe de aarde en de schepping vertrapt worden evenals veel mensenlevens, dan snap je eigenlijk niet waarom God nog verder gaat met ons. Maar toch, er is een prachtige toekomst!!!

Gods heil blijft namelijk bestaan, zegt de tekst! Door Jezus’ gerechtigheid en offer is er redding, verlossing, bevrijding voor ons en voor heel Gods schepping. Er zal een nieuwe aarde komen en een nieuwe hemel waar volkomen gerechtigheid zal zijn. In Jesaja 11: 6-10 staat een prachtige beschrijving van deze nieuwe wereld:

Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam,
een panter vlijt zich bij een bokje neer;
kalf en leeuw zullen samen weiden
en een kleine jongen zal ze hoeden.
Een koe en een beer grazen samen,
hun jongen liggen bijeen;
een leeuw en een rund eten beide stro.
Bij het hol van een adder speelt een zuigeling,
een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang.
Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil
op heel mijn heilige berg.
Want kennis van de HEER vervult de aarde,
zoals het water de bodem van de zee bedekt.
Op die dag zal de telg van Isaï
als een vaandel voor alle volken staan.
Dan zullen de volken hem zoeken
en zijn woonplaats zal schitterend zijn.

Van Ad Roos mochten we een prachtige natuurkundige verwoording van het vers “Want de kennis van de HEER vervult de aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt.” ontvangen:

“De kennis van de Heer vervult de aarde; dat moet betekenen dat Gods Heilige Geest overal op aarde aanwezig is. Blijkbaar net zoals water de hele bodem van de zee bedekt. In de Bijbel wordt de Heilige Geest voorgesteld als een gas maar ook als een vloeistof. Hij wordt voorgesteld als een gas als er gesproken wordt over de Geest van God die waait waar Hij maar wil (Johannes 3: 8). En Hij wordt voorgesteld als een vloeistof als gesproken wordt over de doop met de Heilige Geest (Marcus 1: 8). Als dan de Heilige Geest de aarde als een gas bedekt, zoals water de bodem van de zee, dan is de Heilige Geest straks overal om ons heen en ademen wij Gods Heilige Geest met iedere ademteug naar binnen! We ademen voortdurend Gods Heilige Geest in, wat we ook doen of waar we ook mee bezig zijn. Met recht vol van Zijn Geest! Wat een heerlijk vooruitzicht!!!”

Dus er is hoop, er is een prachtige toekomst. En we mogen weten dat, wat er ook gebeurt op deze aarde, God de teugels in Zijn hand heeft en ons, door Zijn gerechtigheid en heil die altijd blijven bestaan, leidt naar die prachtige nieuwe toekomstige wereld, vol van Hem.

Reisadvies

Maar hoe komen we eerst deze moeilijke tijd door? En wat ligt er nog misschien nog voor ons? Moeten wij ons daarop voorbereiden?

Veel is nog duister voor ons, wat betreft hoe de dingen precies zullen gaan verlopen. We kunnen daarover wel lezen in de Bijbel en dat is goed om te doen. Ook elkaar bemoedigen en van elkaar leren is goed. Maar blijven piekeren over de dingen die dan toch nog onduidelijk blijven heeft geen zin. Het is dan goed om te weten dat de Heilige Geest ons ook zal voorbereiden. Zo zien we bijvoorbeeld aan de ene kant een leegloop van de kerken, wat ons zou kunnen verontrusten. Maar tegelijkertijd zien we een breed vertakt netwerk ontstaan van christenen uit heel verschillende geledingen en organisaties die elkaar gaan vinden. De kerkgemeenschappen brokkelen in Nederland schijnbaar af, maar als je er anders naar kijkt, kan je het ook zien als een ontpopping van het lichaam van Jezus dat veel groter blijkt te zijn dan in één kerk past!

Wij mogen in deze onzekere tijd van Petrus leren dat als je met Jezus op de golven van de woedende volkerenzee loopt, je je blik gericht moet houden op Jezus en niet op de dreigende wind, zodat je niet wegzinkt in de zee van wanhoop. (Mattheus 14: 22-36).

Jezus zelf leert ons dit zelfs heel letterlijk in Lucas 21: 25-28. Daar zegt Hij wat we moeten doen als Zijn komst nadert:

En er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid vanwege het bulderen van zee en golven. En het hart van de mensen zal bezwijken van vrees en verwachting van de dingen die de wereld zullen overkomen, want de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid. Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, kijk dan omhoog en hef uw hoofd op, omdat uw verlossing nabij is.

Wanneer de wereld radeloos is en de mensen vol angst, dan mogen wij vol verwachting zijn! Kijk omhoog, sla uw ogen op naar de hemel: Onze Verlosser komt eraan!


  • -

Levend Woord – november 2016

Categorie:Levende Woorden

Elke goede gave en elk volmaakt geschenk komt van God (Jacobus 1:17)

Duizelingwekkende gaven

Duizelig word je ervan, alsof je met hoogtevrees de diepte in kijkt, of met ruimtevrees de eeuwigheid probeert te overzien, als je op je in laat werken welke goede gaven God ons geeft.

Zoals je tijdens een wandeling langs de prachtigste, meest verbijsterende, natuurwondertjes kunt wandelen zonder dat ze je opvallen, tenzij een gids je erop wijst, zo is het ook met de gaven die God ons geeft.

Durf je te kijken?
Jouw warme kleding, jouw eten en je beschuttende huis, ze zijn je gegeven en je gebruikt ze gedachteloos. De vrede in ons land in deze tijd, lieve mensen om je heen, God heeft ze ons zomaar toebedeeld!
Heerlijk, als je kunt genieten van een warme douche. Zomaar … het kan!
Maar ook, wat heerlijk dat God ons een lichaam gegeven heeft dat kan genieten van dat warme water, of van de heerlijke smaak van voedsel, of de zachte warme kleding.

Wat heerlijk dat wij emoties hebben gekregen zodat we kunnen lachen en genieten. Genieten van de lach van een kind, van een aanhankelijke viervoeter of van de prachtige zonsondergang of de imposante wolkenluchten die God ons ook al zomaar geeft! En wat heerlijk dat Hij ons een verstand heeft gegeven waardoor wij kunnen leren en wijsheid en inzicht kunnen ontvangen. Wijsheid en inzicht, ook die krijgen we van God, zomaar voor niets en in overvloed!
En een hart, een hart dat kloppen kan van enthousiasme, een hart dat kloppen kan van verwachting, een hart dat kan overstromen van vreugde en liefde.
Besef toch dat wij de enige schepselen zijn met een geest én een lichaam én een verstand om dat bewust te beseffen en ervan te genieten! Hoeveel heeft God ons mensen gegeven!

En … God geeft het aan iedereen, gelovig of niet, omdat Hij van ons houdt. Van alle mensen!
God geeft ons Zijn liefde, Zijn onvoorwaardelijke liefde! Hij houdt van ons, en dat kan je niet stuk maken. Dat blijft. Hij geeft je Zijn liefde zomaar, gewoon, voor niets.

Hij geeft Zichzelf aan ons in Zijn Zoon, zodat wij het goed zullen krijgen. Hij geeft ons zelfs het eeuwige leven, door Zelf door Zijn Zoon de dood te proeven. Hij geeft ons Zijn Heilige Geest om op Hem te gaan lijken als Zijn kinderen. Daardoor leren we Hem meer en meer kennen!
Hij geeft ons een heel vol geschreven boek om Hem te leren kennen en om ons te helpen te geloven, zodat we kunnen weten dat Hij die van ons houdt er is en er altijd voor ons zal zijn! Hij laat Zichzelf aan ons kennen, door en door.

Wat geeft God ons eigenlijk niet?!
Beseffen we eigenlijk wel dat God de hele wereld geschapen heeft, ja alles om ons heen, alles waar je hart naar uit gaat en wat je mooi vindt, en dat Hij die wereld aan ons gegeven heeft?! Wij mogen er leven, wij mogen ervan eten, wij mogen ervan genieten, wij mogen het proeven, voelen, zien, de vogels horen zingen, de geuren opsnuiven, ja, er middenin leven! En Hij gaf ons zelf dat leven, dat eeuwig is, en dat bedoeld is om voor eeuwig te bestaan in Zijn goede schepping! Hij geeft je Zijn liefde in Zijn nabijheid in Zijn geweldige schepping voor altijd, zonder einde!

Waar dan is een einde aan Gods gaven aan ons? Duizelig word je ervan, want er is geen einde.

Maar in onze wereld is zoveel ellende. Waar zijn dan Gods goede gaven?

In ons leven lijken welhaast alle mooie gaven van God ergens gebroken, gerafeld of geknakt. Hoe herken je een gave van God nog in deze wereld?

Een kenmerk van een gave van God is juist dat het goed, vol en compleet, volledig en volmaakt is. Er hoeft niets meer aan verbeterd te worden of aan toegevoegd. Iemand omschreef het meer gevoelsmatig als iets wat je een rilling over de rug doet lopen en je een “wouw”-gevoel bezorgt, zoals bij het zien van een prachtige lucht of een halo rond de zon, of een vlucht trekvogels in de lucht.

Maar diezelfde trekvogels nemen ook de vogelgriep mee!

Een goed geschenk kan beschadigd worden door Satan of door de mensen. Neem het huwelijk. Het is zo mooi als mensen elkaar trouw beloven, soms zelfs in bijzijn van God! Twee stralende mensen die oprecht hun ja-woord aan elkaar geven. De liefde stroomt en het is een prachtige gave van God dat dit kan en gebeurt.
Maar na verloop van tijd kan die belofte breken. Het kwaad komt ertussen. Is het Satan die dit doet, zijn het onze eigen begeerten, zwakheden of kwetsuren? Satan is sluw en de schuldvraag, …daar komen we niet uit en dat op zich trekt ons zo mogelijk nog dieper de ellende en duisternis in.

Of, soms beweren mensen juist heel openlijk dat ze een (genezings)gave hebben gekregen van God, maar gebruiken die tot eigen verrijking of eer. Ook dat is kwalijk. Gaven van God herken je juist doordat je Gód ervoor danken kunt en je er niets voor terug hoeft te geven of te doen. God vraagt niets terug voor Zijn geschenken. Hij geeft uit liefde.

Het altijd herkennen van een goede gave van God is heus nog niet zo eenvoudig, noch met je verstand, noch met je gevoel.

Neem nu het gevoel van God verlaten te zijn. Dat voelt allerbelabberdst. Komt dat dan niet van God?
Van Hizkia lezen we in dat hij een heel goed vorst was voor Juda, dat hij dicht bij God leefde en het volk ook dicht bij God bracht. God is tijdens zijn regering bij hem en het volk en beschermt hen en geneest hen. Op een gegeven moment echter wordt Hizkia ziek, tot stervens toe. Zoiets afschuwelijks kan toch niet van God zijn!
Op smeken van Hizkia geeft God hem nog vijftien extra levensjaren.
In die extra levenstijd verdwaalt Hizkia echter in hoogmoed. God ziet dat en grijpt in. Er staat in 2 Kron. 32:31 dat God zich (tijdelijk) terugtrekt van Hizkia om hem op de proef te stellen om alles te weten wat er in Hizkia’s hart omgaat. En onmiddellijk struikelt Hizkia in zijn hoogmoed. Hij praalt met al “zijn” rijkdom voor zijn aardse vijand en stort daarmee Gods volk compleet in het verderf. Maar door dit ingrijpen van God ziet Hizkia wel zijn hoogmoed in (Kron. 32: 25,26 en 2 Kon. 20: 14-19) en vernedert zich weer voor God. God ontfermt zich ook weer over hem, maar de gevolgen van zijn hoogmoedige daden blijven wel bestaan.
Wat was nu, achteraf gezien, echt een goed geschenk? De Godverlatenheid misschien toch, ondanks het akelige daarvan? Het (te vroege) einde van Hizkia’s leven dat zich zo bruut aankondigde of toch juist de verlenging daarvan met vijftien jaar? Of misschien was beiden goed maar heeft het eigen verlangen van het mensenhart (in dit geval de hoogmoed) het laatstgenoemde prachtige geschenk van extra leven verziekt?

Het lijkt erop dat wij als mensen op aarde niet zo goed kunnen overzien wat goed is, alhoewel we er toch wel een antenne voor hebben gekregen van God. Wij weten immers genoeg om zelf in onze omgeving het goede te kunnen doen en het goede te kunnen genieten! Laten we God dan verder gewoon vertrouwen in alles wat Hij doet. (Prediker 3: 11-14). Het is goed wat Hij doet, want God is goed.

Als alles goed is wat God doet, hoe kan Hij dan zoveel ellende toelaten?

Voor elk portie verdriet geldt steeds de vraag of het je verstikt of dat het je juist dichter bij God brengt. Verdriet kan echter zo erg zijn, dat je niet meer begrijpt waarom het je allemaal overkomt en waarom God dit allemaal laat gebeuren. Dan rijzen er vragen: Waarom laat God dit gebeuren? Waarom moet dit God?! Bestaat U wel God, als U een liefhebbende en almachtige God bent?! Waar bent U dan?
Vragen, en er lijkt geen antwoord op te komen. Of toch wel?

Er was eens een jongetje aan het spelen met zijn autootje. Plotseling brak het achterasje en kwam het jongetje huilend van verdriet naar zijn vader toe met het kapotte autootje in zijn hand. “Papa, kijk nou eens! Hoe kan dat nou gebeuren?”, huilt het jongetje.
Papa kan nu verschillende antwoorden geven:

  1. Ach kereltje, als je te hard op het autootje duwt, dan kan het autootje dat niet aan en zakt het door zijn achterasje heen. Je hebt te wild gespeeld, jochie, je moet voortaan wat voorzichtiger doen.
  2. Ach jongen, wat erg! Dat is de schuld van de fabrikant. Hij heeft het autootje niet sterk genoeg gemaakt. We gaan onmiddellijk een klacht indienen.
  3. Ach kind, wat erg voor je. Geef je autootje maar aan mij, ik zal eens kijken of ik het kan repareren.
  4. Welk antwoord is het meest liefdevolle antwoord? Welk antwoord doet een lach door de tranen heen breken?

Dat antwoord geeft God ons ook.
Geen volledig antwoord over wie schuldig is of over waarom het ons is overkomen, maar wel een antwoord op onze nood en ons verdriet, namelijk Jezus.
Hij neemt ons lijden in Zijn handen en draagt het mee. Hij zal de uiteindelijke heling geven voor al ons verdriet en lijden en ons leiden naar het eeuwige leven waar al onze tranen voor goed zullen worden afgewist door God. Jesaja vertelt het zo mooi:

Voor altijd doet Hij de dood teniet. God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht, de smaad van zijn volk neemt hij van de aarde weg – de HEER heeft gesproken.
Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God! Hij was onze hoop: Hij zou ons redden. Hij is de HEER, Hij was onze hoop. Juich en wees blij: Hij heeft ons gered!’
(NBV Jesaja 25: 8,9)

En zo kan je God vinden in vreugde en in verdriet. Beiden kunnen je dichter bij Hem en je broeders en zusters brengen, zoals iemand zeer intens heeft ervaren: “Mijn geloofsleven is heel sterk gegroeid tijdens de stervensbegeleiding van een geliefde. Ik kreeg toen ook veel hulp van mensen en ervoer dat als een goede gave van God.”

En iemand anders na een periode van een gevoel van God verlaten te zijn geweest: “Door de afstand werd mijn verlangen naar Hem alleen maar sterker. In zo’n periode probeer je toch trouw naar de kerk te gaan, te bidden en Bijbel te lezen. Je blijft je hart op de Heer richten, maar het is een worsteling. Als je God daarna weer ervaart, wat voel je je dan ontzettend blij en gelukkig bij Hem!”

En dat alles vanwege Gods allergrootste geschenk dat wij hebben gekregen en zo hard nodig hebben in deze wereld. Paulus vertelt ervan:

De zonde van Adam had grote gevolgen: voor alle mensen kwam de dood.
De straf voor Adam werd dus de straf voor alle mensen.
Maar er is iets gebeurd dat belangrijker is. God heeft ons een groot geschenk gegeven: Jezus Christus.

Door die ene mens is God goed voor alle mensen.
Dankzij Jezus Christus ziet God ons als goede mensen, ook al hebben we veel fouten gemaakt.
Ons leven wordt niet meer bepaald door de zonde van Adam, maar door Gods grote geschenk.

Vanwege de zonde van één mens, Adam, kreeg de dood macht over alle mensen. Maar dankzij één mens, Jezus Christus, zullen wij allemaal eeuwig leven, samen met Hem. Want dankzij Jezus Christus ziet God ons als goede mensen. Dat is Gods grote geschenk voor ons. (BGT Romeinen 5: 15-17)