De brieven

Gods Koninkrijk groeit!

Na de hemelvaart van Jezus en de uitstorting van de Heilige Geest is het evangelie zich gaan verspreiden over de aarde. Steeds meer mensen, Joden maar vooral ook niet-Joden (heidenen), komen tot geloof in Jezus en zij groeperen zich in gemeentes waar ze elkaar onderwijzen, bemoedigen en steunen.

Paulus, Petrus en Johannes, discipelen van Jezus, Jacobus en Judas, waarschijnlijk broers van Jezus, hebben allen brieven geschreven aan zulke jonge gemeentes, in de eerste decennia na de opstanding en hemelvaart van Jezus. Daarin bespreken zij tal van onderwerpen die spelen in de jonge gemeentes en die daardoor een bedrage leveren aan de opbouw van de gemeentes en het Koninkrijk van God.
Ze geven uitleg en onderwijs over het evangelie, bemoedigen, adviseren en corrigeren in zaken die het gemeente zijn aangaan of ook het persoonlijk leven. Het is een schat aan informatie waar ik graag met jullie induik, te beginnen met Gods beloften aan Israël. Immers, beloofd is beloofd bij God.

 

Gods weg via Israël (Romeinen 9-11)

Jezus, de verwachte Verlosser is gekomen. Hij werd verwacht sinds de zondeval en was beloofd aan de wereld via Abraham me de belofte: in jouw nageslacht zullen alle volkeren gezegend worden. En zo werd Gods belofte daadwerkelijk vervuld via Gods volk Israël. Maar de Israëlieten hebben hun eigen Verlosser niet herkend en geaccepteerd! Stopt hier Gods werk via het volk Israël dan?!
Absoluut niet! roept Paulus in zijn brief aan de christenen in Rome, hier zien we juist het wonderlijke van Gods plan! Want God heeft niet alleen de redding van Zijn volk Israël op het oog maar de redding van heel de wereld, ínclusief Israël.

 

Paulus’ worsteling

Het doet Paulus ontzettend veel pijn dat zijn eigen volksgenoten bijna allemaal een hardgrondige afkeer hebben van het evangelie. Het is alsof hij het ze gewoon niet aan het verstand gepraat kán krijgen. Ze lijken wel blind voor de vervulling van de profetieën uit hun eigen Bijbel, die ze toch zo goed kennen.
De heidenen daarentegen hebben er keer op keer veel meer oor naar. Hoe kan het toch, dat zijn eigen bloedverwanten het niet zien?! Ze blijven zo vast zitten aan hun wet, aan de eis om aan de wet te voldoen! Maar Jezus heeft de wet volbracht. Jezus is de vervulling van de wet. Het gaat nu om aanvaarding van het offer van Jezus, om geloof in Hem. Waarom zien ze dat toch niet?

Het kan toch niet zo zijn dat God Zijn beloftes aan Israël zomaar laat schieten nu?! De Israëlieten doen juist zo hard hun best, ze willen het echt goed doen voor God, maar ze zíen de weg naar het leven gewoonweg niet, die God voor hen openlegt in hun Verlosser.
Paulus bidt en smeekt voor ze bij God; hij zou desnoods zijn eigen heil wel willen opgeven ten behoeve van zijn eigen bloedbroeders.
Paulus zoekt in de Bijbel naar antwoorden.
We moeten bedenken, schrijft hij, dat Israël, het volk van Gods beloftes, in wezen bestaat uit mensen van de belofte. Ze zijn nakomelingen van Izaäk, de zoon die kwam vanwege Gods belofte aan Abraham. Daarom mag iedereen die gelooft en vertrouwt op Gods beloftes bij Israël horen.
Omgekeerd horen niet automatisch alle mensen uit de bloedlijn van Jacob bij Gods volk Israël. Ze moeten wél geloven en vertrouwen op Gods beloftes.
Op die manier kunnen er dus mensen uit de heidenen bij Israël gerekend worden, net zoveel als God erbij wenst te roepen. En zo gaat het nu ook, dat hadden de profeten Hosea en Jesaja langgeleden al voorzegd.

Maar waarom moet nu juist het volk van God van wie God zoveel houdt zich afkeren van Jezus? Paulus blijft het verschrikkelijk vinden.
Hij weet, God werkt in Zijn plan altijd toe naar het bekend maken van Hemzelf en Zijn heerlijkheid aan de mensen. Natuurlijk willen de mensen in dat plan allemaal een mooie rol spelen en een goed voorbeeld zijn. Maar er zijn ook andere “rollen” die God nodig heeft om Zijn almacht aan ons bekend te maken. Bedenk maar eens hoe belangrijk de “slechte” rol van de farao in Egypte destijds was. God verhardde zijn hart om Zijn almacht te kunnen laten zien aan de hele wereld tot op de dag van vandaag. Als God nu Zijn éigen geliefde volk verblindt, hun hart verhardt, (dat móet God pijn doen) wie zijn wij dan om dat te bekritiseren?

Maar toch is er hoop, klampt Paulus zich vast, ik ben immers ook een Israëliet en mét mij heeft een kleine hoeveelheid Joden Jezus wél aangenomen. Ze zijn niet allemaal verhard en blind gemaakt. Een rest is overgebleven, zoals God al vaker met Zijn volk is doorgegaan via een kleine rest.

En zo worstelt Paulus met de gang van zake in Gods plan: Waarom sluit God de ogen van de Israëlieten voor de weg naar redding? Waarom?!

Paulus voert een grote inwendige strijd voordat hij kan zeggen: Wie ben ik, dat ik God bekritiseer over hoe Hij het aanpakt? Wat God doet is goed. Ooit koos Hij de weg via Abraham en daarna via Izaäk, de zoon van de belofte, en later de weg via Jacob en niet via zijn oudere broer Ezau. God kiest steeds weer. Waarom zou ik nú twijfelen aan de weg die God kiest….

En pas vanuit die overgave komt de rust, waardoor hij langzaam kan gaan ontwaren waarom deze weg , die God kiest, toch goed is.

Deze brief aan de Romeinen legt zo openlijk de worsteling van Paulus bloot, dat ik het één van de aangrijpendste brieven vind. Het deel over Paulus zorg om Israël is haast meer een psalm dan een brief. Door de worsteling komt Paulus tot overgave en daarna tot inzicht en troost en dan zelfs tot een jubelende lofprijzing over Gods wijsheid.

Wat ontdekt Paulus namelijk na zijn overgave aan Gods wil.

 

Gods hogere plan

Paulus verzucht: er moet nog zoveel gebeuren om de Israëlieten tot geloof in Jezus te brengen. Hoe kunnen we hen toch bereiken als ze niet eens willen luisteren?
God heeft echter ooit eens door zijn profeten gezegd: De heidenen zullen Israël nog eens jaloers maken. Ik zal door de heidenen gevonden worden, terwijl Ik heel de dag Mijn handen uitstrek naar het ongehoorzame en tegensprekende Israël.

Dus, Israël zal uiteindelijk jaloers worden op de heidenen? De heidenen die God en de redding door Jezus wel aannemen en leren kennen?! Maar waar past dan die verharding van Israël. Is het dan om Israël eerst te laten vallen ?
Nee! Israël is juist verhard om de heidenen te kunnen redden! Door de verharding van Israël gaat het evangelie, mede via Paulus zelf, naar de heidenen toe.
Paulus begint het te zien….!
En híj is degene die het heil naar de heidenen mag brengen. Daarom gaat Paulus nog gemotiveerder aan het werk, om via de heidenen uiteindelijk ook zijn eigen broeders te kunnen redden door hen jaloers te maken.

Moet je nagaan, roept hij uit. Als de verwerping van Israël nu al heil brengt voor heel de heidense wereld, wat zal het dan wel niet teweeg brengen als Israël straks weer aangenomen zal worden! Dat kan niets minder zijn dan leven uit de dood!
Want hun verblinding zal tijdelijk zijn, tot alle heidenen de kans hebben gekregen om tot geloof te komen. En dan zal heel Israël alsnog gered worden, zoals ook door de profeten voorzegd is.

 

Paulus’ waarschuwing aan ons

Dus vergis je niet, waarschuwt Paulus de heidenen, de Israëlieten die nu, omwille van jullie redding, het evangelie niet aanvaarden, blijven wél het volk dat God uitgekozen heeft als Zijn volk. God komt nooit terug op Zijn beloftes, ook niet op de beloftes gedaan aan de aardsvaderen van Israël.

Jullie heil, heidenen, is uit Israël gekomen. Verhef je niet boven Israël omdat je je nu beter voelt omdat je Jezus aanvaard hebt en zij nog niet. Je bent niets beter. Bedenk dat jullie eerst ook niets van God wilden weten en nu zomaar de redding van God krijgen toegeworpen die jullie helemaal niet zochten. Zo zal Hij ook doen bij Israël. En daarmee ontfermt Hij Zich in genade over alle ongehoorzamen, Israël en de heidenen. Door het bloed van Jezus zullen de heidenen bij Israël mogen gaan horen en één volk worden.

 

Paulus’ uitzinnige vreugde

En na het ontvangen van dit inzicht is Paulus vreugde zo groot dat hij uitroept: O God, wat zijn Uw wijsheid en kennis diep en rijk! Hoe ondoorgrondelijk zijn Uw oordelen en onnaspeurbaar Uw wegen! U heeft echt niemand nodig om U te adviseren. Alles is uit U ontstaan, alles is door U geschapen, alles heeft in U zijn doel. U komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen!

 

Gods Koninkrijk krijgt vorm op aarde

Via het gedreven werk van Paulus en de andere apostelen groeit het Koninkrijk van God onder de heidenen en verspreidt zich over de hele wereld. Gods Heilige Geest stort zich uit in Jood en heiden en gaat aan het werk. Hij bouwt de mensen op in hun geloof, in het kennen en liefhebben van God met hun hele hart en ziel en met hun hele verstand en al hun kracht, kortom, in alle facetten van hun menszijn. De mensen veranderen daardoor zichtbaar voor de buitenwereld. Waar ze eerst meededen met de wereld in alle geneugten van het leven en meegingen in de hartstochten van de mens, krijgen ze nu een andere kijk op dit alles. Niet omdat dat moet volgens nieuwe regels, maar omdat ze van binnenuit veranderen. Ze gaan zien wat écht belangrijk is in hun leven. Hun ogen worden als het ware geopend voor een waarheid die alles overstijgt, maar nu duidelijk zichtbaar wordt voor hen. Een leegte in hun leven wordt opgevuld met echt Leven, eeuwig Leven.

In de brieven wordt over deze verandering lyrisch geschreven door alle schrijvers.

 

Een geheel nieuw leven

Je wordt innerlijk veranderd, zodat je gaat zien en diep van binnen “begrijpen” wat de goede wil van God is en wat Hem plezier doet.
Je gaat een ongekende vrijheid ervaren. Een ongekende vrijheid omdat je niet langer meer hoeft te voldoen aan harde en strenge regels om bij God te mogen horen. Jezus heeft immers aan die regels voldaan voor jou en de wet voor eens en altijd vervuld. Jij bent daardoor nu vrij, een vrij kind van God. Van binnenuit groeit een intense liefde voor God en Jezus die dit uit liefde voor jou gedaan hebben.
En de Geest zorgt er voor dat je ook van de mensen om je heen gaat houden. En hóe je die liefde voor God en de mensen dan vorm geeft, is opnieuw helemaal vrij; alles is goed omdat het vanuit de liefde gebeurt. De liefde doet immers niemand kwaad!
Vanuit de liefde heb je geduld met elkaar en ben je vriendelijk. Je bent blij als het een ander goed gaat en je doet een stapje terug om de ander een beter plekje te gunnen. Je wilt de ander helpen als het nodig is. Je kijkt naar de mooie kanten in de ander en verdraagt zijn of haar moeilijke kanten met geduld en liefde die je van God ontvangt. Je hoopt en bidt het goede voor de ander.
Echte liefde doet niemand kwaad, daarom ben je vrij om God en de ander lief te hebben zoals je hart je ingeeft.
Liefde is de basis van alles, van het hele nieuwe leven. Ja, God zelf ís liefde en God woont met Zijn Geest in ons. Hoe kan het dan ook anders dan dat wij gaan liefhebben?!

En het mooie is dat Gods Geest je blijft onderwijzen, je leven lang. Steeds meer mag je gaan zien van de liefde van God voor jou en steeds meer mag je leren om zelf lief te hebben zoals Jezus dat doet.

 

Samen één in Jezus

Onontkoombaar heeft dit nieuwe leven gevolgen. Er ontstaat een hechte gemeenschap van mensen die Jezus en God op die manier kennen en volgen. Er wordt in die gemeenschap naar elkaar omgezien, gedeeld, aangemoedigd en getroost.
Paulus schrijft: Bemoedig elkaar en bouw elkaar op.
Loop niet over elkaar heen en bedrieg elkaar nooit in je handelswijze.
Lees je Bijbel met aandacht om te leren wat goed is en wat kwaad.
Wijs elkaar in liefde terecht als dat nodig is.
Ondersteun de zwakken en heb geduld met iedereen.
Vergeld geen kwaad met kwaad; jaag het goede na voor elkaar en voor iedereen.
Verblijd je in het goede, bid zonder ophouden en dank God voor alles wat je mag doen, ziet gebeuren of ontvangt.
Laat zo de Heilige Geest Zijn werk doen in jullie.

De Heilige Geest draagt zorg voor iedereen afzonderlijk, maar daardoor ook voor de gemeenschap van Gods kinderen als geheel. Ieder lid van de gemeenschap is een levende steen van het grotere bouwwerk, de gemeenschap van Gods kinderen of kortweg de gemeente. En de gemeente is onderdeel van Gods Koninkrijk. En de Geest laat het Koninkrijk groeien tot eer van God en Jezus en tot redding van de mensen van wie God zo intens veel houdt.

Daartoe schenkt de Heilige Geest bijzondere gaven aan de gemeente. Dat doet Hij in de vorm van het schenken van bijvoorbeeld goede leraren om de Bijbel en de boodschap van Jezus goed uit te leggen aan de mensen. Maar ook door mensen te geven die heel goed kunnen uitleggen hoe je Gods Woord in de praktijk moet toepassen. En ook door mensen te geven die kunnen troosten en aanmoedigen als het moeilijk is, en mensen die goed kunnen leiding geven, mensen die anderen haast onvermoeibaar kunnen helpen en dienen, mensen die zich met blijdschap over anderen kunnen ontfermen. Mensen met wijsheid waar je om raad kunt vragen, mensen met een sterk geloof waar je op kan steunen als je zelf door twijfel geraakt wordt en zelfs mensen die op gezag van Gods Woord genezingen en wonderen verrichten. Ook mensen die in tongentaal God kunnen bidden, loven en prijzen en mensen die tongentaal verstaan en kunnen vertalen.
Al die gaven zijn belangrijk voor de groei van de gemeente en Gods Koninkrijk, maar als ze zonder liefde worden uitgeoefend dan zijn ze nutteloos en wellicht zelfs pijnlijk en schadelijk. Paulus vergelijkt het in dat geval met veel te hard en schel kinkende bekkens. Het doet zeer aan je oren. Dus de allerbelangrijkste gave van de Heilige Geest is de liefde en die krijgt iedereen.

Het is aan de Heilige Geest zelf aan wie Hij de overige gaven in de gemeente geeft. De één krijgt de ene gave en de ander de andere gave. Maar iedereen en elke gave is even hard nodig. Paulus vergelijkt de gemeente in dat opzicht met een lichaam.
Het hoofd van het lichaam is dan Jezus. Jezus stuurt alles aan en zorgt voor de groei. Het lichaam heeft één Geest, de Heilige Geest, die capaciteiten, gaven, uitdeelt aan iedereen. Ieder krijgt eigen persoonlijke capaciteiten, waarmee hij het hele lichaam dient. Een oor krijgt toebedeeld dat hij goed kan horen en een oog dat hij oog goed kan zien, een voet dat hij goed kan lopen enz. Zo heeft elk lid een functie en hoeft niemand jaloers te zijn op een ander.
En mocht je denken dat jouw gave minder belangrijk is dan die van een ander…? Niemand kan gemist worden. Stel je voor dat een oor er mee stopt omdat hij zien veel belangrijker vindt dan horen. Hoe zou het hele lichaam daardoor gedupeerd worden. We kunnen niet eens meer met elkaar praten! Dus alles is belangrijk.
Maar stel, dat je toch dat minderwaardigheidsgevoel met je meedraagt; ook bij een lichaam vinden wij, afhankelijk van de modegrillen van de tijd, sommige lichaamsdelen minder eervol dan andere. Maar juist die delen bekleden we dan zorgvuldig met mooie kleding. En zo komen ze zelfs dan niets aan eer te kort.
Zo heeft God het lichaam ook samengesteld. Het lid dat tekort dreigt te komen krijgt groter eer, zodat er geen verdeeldheid in de gemeente hoeft te zijn. De leden kunnen zo voor elkaar gelijke zorg dragen. En als één lid lijdt, lijden alle leden mee. En als één lid eer ontvangt, verblijden alle leden zich mee. Zo, zegt Paulus, vormen wij allemaal tezamen het lichaam van Christus.
En Petrus zegt het ook mooi: Wij vormen als levende stenen Gods tempel, Gods huis. En Jezus is de hoeksteen die het hele gebouw bijeen houdt.

 

Gods Koninkrijk groeit!

En zo ontstaat, door de werking van Gods Heilige Geest, een eenheid onder de mensen die ongekend is. Een eenheid die rechtstreeks verwijst naar Gods liefde en de eenheid met Hem. Het heeft een enorme aantrekkingskracht op de mensen. Het is een leesbare brief van God voor de hele wereld, een brief waar de mensen de Bijbel niet eens voor ter hand hoeven te nemen. En zo groeit Gods Koninkrijk! Wat een vervulling van Jezus gebed vlak voor Zijn kruisiging: Vader, Ik bid dat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt. (Joh 17: 21)

 

Aanval op Gods Koninkrijk

Groei van Gods Koninkrijk door de eenheid in Jezus. Eenheid die zichtbaar wordt in de onderlinge liefde en eenheid in Zijn gemeente,…. geen wonder dat de duivel zich sterk maakt om juist díe eenheid ten koste van alles te breken.

Dat doet hij door leden afzonderlijk aan te vallen in hun relatie met God, zodat de Heilige Geest niet goed meer in hen kan doorwerken, en hij doet het door de eenheid tussen mensen onderling aan te vallen en aan te sturen op scheuring in de gemeente.
Beide zijn even gevaarlijk.
Als iemand uit de gemeente onderuit gaat, heeft dat gevolgen voor de eenheid in de gemeente. En als een gemeente scheurt, worden veel mensen zo geraakt, dat hun relatie met God eronder lijdt. Ook hier geldt dat als één lid van het lichaam pijn lijdt, het hele lichaam er ziek van is en, omgekeerd, als het lichaam ziek is, alle leden lijden.
Daarom roepen alle schrijvers van de brieven op om de eenheid in de gemeente te bewaren in Jezus en ook om persoonlijk Gods wapenuitrusting te dragen zodat je zelf beschermt bent tegen de aanvallen van de duivel.

En de schrijvers zijn heel specifiek in de bedreigingen die de gemeente en haar leden te weerstaan hebben. Bedreigingen die van alle tijden zijn, want de mens van toen is in wezen niet anders dan die van nu.

Een aantal van deze bedreigingen en hoe de briefschrijvers adviseren ermee om te gaan, zal ik behandelen, te beginnen bij interne ruzies.

 

Verschil van inzicht binnen de gemeente

Zoveel mensen zoveel meningen. Onder sommige omstandigheden kunnen meningsverschillen echter leiden tot een serieuze woordenstrijd binnen de gemeente. En die draagt het gevaar in zich een onderlinge verwijdering of scheuring te weeg te brengen binnen de gemeente.
Paulus waarschuwt om je niet mee te laten slepen in zo’n ogenschijnlijk belangrijke maar inhoudsloze woordenstrijd die uiteindelijk alleen maar tot gevolg heeft dat toehoorders gehavend raken in hun geloofsleven.
Want het lijkt voor de deelnemers van zo’n discussie wel over een heel belangrijk onderwerp te gaan, maar vaak gaat het over iets volkomen onbelangrijks, zoals wat je wel of niet hoort te doen op zondag, of over of je misschien de sabbat moet vieren in plaats van de zondag. Of over of je wel of geen halalvlees mag eten waar Allahs naam over uit is geroepen.
Wat dit soort dingen betreft ben je namelijk helemaal vrij om te doen wat jij zelf goed vindt. Je bent vrij, vergeet dat niet. Je bent niet meer gebonden aan regels die je móet opvolgen om Gods kind te mogen zijn.
Als je de zondag heiligt en je jezelf dingen ontzegt op die dag om jezelf te richten op God, dan doe je dat tot eer van God en je dankt God ervoor en dat is goed.
Als je de zondag viert door te doen waar je zin in hebt en geniet van de vrijheid die God je geeft, dan doe je dat tot eer van God en je dankt God ervoor en dat is goed.
Zolang we, wat we doen, maar met overtuiging doen tot eer van God en Hem ervoor danken, dan bezoedelt het ons niet. Maar als je twijfelt, doe het dan niet! Want dan ben je niet overtuigd dat het tot Gods eer is en dan zondig je wél.
Pas dus op dat je iemand, die de zondag niet hetzelfde viert als jij, niet minacht of veroordeelt. God aanvaart die persoon immers wel; wie zijn wij dan om dat niet te doen. Gód bepaalt uiteindelijk of die ander gerechtvaardigd zal worden. Maar dat zál gebeuren, want God is bij machte om ook die ander te rechtvaardigen door het bloed van Jezus.

Maar, toch is er iets heel belangrijks om op te letten!
Het kan zijn dat als jij gebruik maakt van jouw vrijheid, je anderen in geestelijke verwarring brengt of in verleiding. Dat is níet goed.
Stel dat jij ervan overtuigd bent dat het eten van halalvlees geen enkel probleem is, omdat er maar één God is en dat is de Vader van Jezus Christus en dat alle andere uitroepen of claims over andere goden niet meer dan loze woorden zijn zonder enige kracht of inhoud. Maar stel dat er ook een ander is, die het eten van Halalvlees ervaart als het zich besmetten met een andere godsdienst en zich daardoor onrein zou voelen. Deze laatste persoon moet zeker geen halalvlees eten, want dat zou tegen zijn geweten in gaan en hij zou zich onrein voelen voor God. Hij zou God nauwelijks onder ogen durven komen en Hem al helemaal niet durven danken voor dat stukje vlees.
Als jij nu, door het eten van halalvlees in het bijzijn van die ander, hem in verleiding brengt ook een lekker hapje te proeven, of als je hem in verwarring brengt doordat hij helemaal niet meer begrijpt hoe jij als gelovige dit kan doen, doe het dan niet. Als je dan toch halalvlees eet, dan zondig je! Want dan handel je niet in liefde naar je medebroeder of -zuster.
Je kan nog beter vegetariër worden, dan het risico te lopen dat je iemand in zijn geloof laat wankelen omwille van jouw lekker hapje vlees!

De belangrijke zaken in het Koninkrijk van God draaien om het rechtvaardig zijn louter en alleen door Jezus’ offer en om liefde, vrede en blijdschap in de Heilige Geest.

 

Verschil van inzicht tussen gemeentes

Zo zijn er niet alleen binnen een gemeente maar ook tussen gemeentes verschillen. Al in de tijd van Paulus riepen ze: Ik ben van de richting van Paulus, ik van de richting van Petrus, ik van de richting…. en er ontstond onenigheid en ruzie tussen de richtingen.
Volkomen ten onrechte, zegt Paulus, want het fundament van iedere stroming is Jezus die voor onze zonden gestorven is waardoor wij rechtvaardig zijn voor God en vrije kinderen van God zijn. Dát is het fundament van Gods Koninkrijk. En hoe er op dat fundament gebouwd wordt, in het ene geval wellicht met stro en in het andere geval wellicht met zilver of met bakstenen, dat zal blijken op de laatste dag als God zal oordelen. Oordeel elkaar niet. Wij kunnen nog niet eens ons eigen werk beoordelen, laat staan dat van een ander. God neemt namelijk bij dat oordeel ook de voornemens van het hart mee. Maar één ding is zeker, elke opbouwer op dit fundament, zal gered worden. Maar als iemand Gods tempel te gronde richt, dan zal God hem te gronde richten.

 

Aanval op het fundament van de gemeente

Soms komen er uit een gemeente ook leerstellingen naar boven die het fundament van het evangelie en Gods Koninkrijk raken. Zo is er steeds de dreiging van het terugkeren van de oude functie van de wet. Dan wordt er gezegd: Je moet je wel aan Gods regels houden, anders zondig je tegen God en hoor je er niet bij. In de tijd van de briefschrijvers kwam dat naar voren in de stelling dat christenen ook besneden moesten worden, net als de Joden, en zich aan Gods wet moesten houden. Paulus ging hier fel tegenin, want het haalt namelijk het verlossingswerk van Jezus onderuit. Het betreft hier een belangrijke zaak in het Koninkrijk van God, namelijk onze rechtvaardiging louter en alleen door Jezus’ offer.
Als we namelijk weer aan wetten en regels moeten voldoen om erbij te mogen horen, gaan we ons heil weer zelf verdienen. Dan worden we weer slaven van de wet. En we weten al, dat we dat nooit voor elkaar zullen kunnen krijgen. Gods wet is niet feilloos te volbrengen door ons, zeker niet omdat Jezus ons leerde dat het ook om de intentie van ons hart gaat en niet alleen om de buitenkant van het volbrengen van de regeltjes. Daarom zullen wij nooit gered worden door onze eigen goede daden. Als dat wel zou kunnen, dan had Jezus niet hoeven komen om voor ons te sterven.
Maar juist Jezus is onze enige redding. Hij alleen heeft de wet volledig goed volbracht op deze aarde. En doordat Hij Zichzelf als Lam op Pesach heeft geofferd om verzoening voor ons te krijgen bij God, zijn wij voor altijd vrijgemaakt van de eis van de wet. De wet was er eens om ons te laten zien hoe we eigenlijk hadden moeten leven en is er nog steeds voor hen die Jezus niet aanvaarden. Maar wij zijn vrij en hoeven niet en nooit meer gebukt te gaan onder de angst dat we niet goed genoeg zouden zijn voor God.

Paulus waarschuwt voor de mensen die deze leer, het wettisisme, verkondigen. Hij is bikkelhard daarin: Deze mensen zijn een gevaar voor de gemeente. Ze voelen zich verheven boven de rest. Ze hebben een ziekelijke neiging tot twistvragen en woordenstrijd. Dat veroorzaakt jaloezie, ruzie, lastering en kwaadaardige verdachtmakingen binnen de gemeente.
Keer deze mensen de rug toe, zegt Paulus resoluut.

De verkregen vrijheid in Jezus is dus een belangrijke zaak om te verdedigen. Maar, daar ligt dan meteen een ander gevaar op de loer. Er zijn ook in Paulus tijd mensen uit de gemeente die het prachtig vinden om ruim te denken en in hun verworven vrijheid mee te gaan met de heidense hartstochtelijke of soms zeer intellectuele geloofs- en levensbeschouwingen.
‘Je bent vrij, leert Jezus je toch, dus volg je eigen geest en laat je lichaam maar spreken en stort je in alles wat je hartje begeert, drugs, drank, seks,… ‘
Of juist het tegenovergestelde : ‘Reinig jezelf en breng jezelf in hoger sferen door je lichaam te kastijden en je te richten op je eigen geest.’
Onzin, roept Paulus. In beide gevallen vergeet je dat je lichaam een tempel is van God. God woont ín jou met Zijn Geest. De gemeente is Gods tempel maar jijzelf bent dat óók. Hoe kan je dan zo slecht omgaan met je lichaam door het óf te bezoedelen met drugs, seks en drank óf door het te veronachtzamen of zelfs te kastijden? Dat doe je toch niet met Gods woning, met het lichaam van Jezus?!

 

Mensen die kwaad doen in de gemeente

Mochten er dan mensen in het midden van de gemeente zijn die moedwillig misbruik blijven maken van hun vrijheid en kwaad doen (Denk daarbij aan mensen die moedwillig verboden seks hebben of alleen maar gericht zijn op geld of andere afgoden vereren. Of mensen die anderen continu in een kwaad daglicht stellen of die drank misbruiken of stelen) laat dit dan niet onbelemmerd voortbestaan. Het tast de hele gemeente aan zoals een klein schimmelplekje zich al snel door de hele etenswaar heen verspreid. Zulke mensen moeten jullie uít de gemeente zetten.
Dat is niet alleen noodzakelijk voor de gezondheid van de gemeente, maar ook voor die mensen zelf. Ze krijgen dan wel een klap in het gezicht, maar ze worden misschien tot bezinning geroepen en gered voor het eeuwige leven. Als ze tot nieuw inzicht komen, zijn ze weer van harte welkom en mag je ze met vreugde ontvangen.

 

Leven in vrijheid

Maar, hoe ga je dan wél om met je vrijheid? Hoe werkt het geloof dan wél uit in de praktijk?
Jacobus legt het heel mooi uit in zijn brief. Er is een groot verschil tussen iemand die alleen maar alles wéét van het geloof en iemand die het ook gelooft. De eerste zal je alles over het geloof kunnen vertellen, de tweede leeft het je voor. Het is duidelijk wie van de twee een kind van God genoemd kan worden.
Het kan niet anders, dan dat je geloof zichtbaar wordt in wat je doet en hoe je leeft. De Heilige Geest gaat immers onmiddellijk aan de slag om je te leren leven naar Jezus’ wet: Heb elkaar lief zoals Ik jullie lief heb gehad. Dit is een nieuwe levenshouding; de Heilige Geest schrijft de wet als het ware in je hart. Het is geen moeten, maar iets wat spontaan gebeurt als je Jezus aanvaart als je redder en van Hem gaat houden.

En wat de vrijheid in de gemeente betreft, Paulus en Petrus benadrukken daarin het belang van de orde in de gemeente en in de kerkdiensten:
Het is goed als niemand zich, in zijn vrijheid, voor laat staan op een ander, maar dat iedereen zijn plaats accepteert en de anderen dient op de plaats waar hij of zij gesteld is.
Ook de leiders in de gemeente moeten niet heersen maar dienen. Voorgangers of leiders zijn leiders in díe zin, dat zij een voorbeeld zijn om na te volgen voor de overige gemeenteleden. Daarbij worden de gemeenteleden opgeroepen om goede voorgangers en leiders in ere te houden.

 

Persoonlijke aanval op de kinderen van God

De duivel valt ook Gods Kinderen persoonlijk aan.
Het is niet altijd eenvoudig jezelf te richten op Gods wil en niet mee te gaan in de lusten en schijnvrijheden die de wereld je aanbiedt. Soms verlang je sterk naar het doen van dingen waarvan je weet dat je ze niet zou moeten doen. Je weet dat ze je slaaf zullen maken van iets waar je niet meer van loskomt. Dan ben je weer slaaf van angst of leugen en geen vrij kind meer van God.
Dat soort sterke verlangens heten verzoekingen en ze komen voort uit je eigen begeerten.
Schrik niet van zulke verleidingen. God zal nooit toelaten dat ze zo sterk zijn dat je ze niet aankunt. Zoek hulp bij God of medechristenen. En als je zo leert staande te blijven in de verzoeking, leer je je vast te klampen aan God en vol te houden onder moeilijke omstandigheden. Zo groei je als christen en wordt je sterker in je geloof.

Het kan ook zijn dat je op andere manieren aangevallen wordt door de hemelse kwade machten. Periodes van twijfel of moedeloosheid en zelfs depressie of eenzaamheid, het komt allemaal voor. Dan is het goed om te weten dat wij niet sterk hoeven te zijn maar dat God in ons sterk is, als wij zwak zijn. Dan geldt, zoals Paulus zegt: Wij worden verdrukt, maar niet in het nauw gedreven; wij zijn in twijfel, maar niet vertwijfeld, wij worden vervolgd, maar niet verlaten, neergeworpen maar niet te gronde gericht. Wij dragen het sterven maar ook het leven van Jezus in onze lichamen mee. Wat ben ik blij met Gods kracht in mijn zwakheid!

Toch staan we niet helemaal weerloos in deze geestelijke strijd. Want bedenk, soms lijkt het wel of we met aanvallen van mensen te maken hebben, maar in wezen strijden we tegen de duistere geestelijke macht van de duivel. God biedt ons daarom een wapenrusting aan, zoals Paulus het noemt, en die wapenrustig bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Ken de Waarheid dat je verlossing alleen in Jezus Christus ligt. Laat je niet opnieuw iets anders voorspiegelen zoals de duivel ooit in het paradijs deed.
  • Weet dat je rechtvaardig bént voor God, door het offer van Jezus. Laat niemand, ook jijzelf niet, je aanpraten dat je het voor God verknald hebt.
  • Kies altijd weer de weg van de vrede en liefde die Jezus je wijst. Leer die weg te gaan door Gods Geest en laat je niet verleiden tot de weg van haat en vergelding. God zal ooit Zelf rechtvaardig oordelen.
  • Bouw aan je geloof en vertrouwen in God. Je geloof zal je beschermen als de duivel het je moeilijk maakt.
  • Weet, ook met je verstand, dat jouw geluk en zaligheid nu al voor je klaar liggen in de hemel. Wat er ook gebeurt, niemand kan die van je afnemen. God zelf waakt erover voor jou.
  • Ken het Woord van God, lees je Bijbel! Je zult met Gods Woord de duivel kunnen doorzien en met Gods Woord zijn redeneringen kunnen weerleggen.
  • Bid zonder ophouden. Houdt het onder alle omstandigheden vol om te bidden of laat voor je bidden. Al is je gebed maar één schreeuw of één zucht, de Heilige Geest zal voor je pleiten en met je meebidden. En dank God ook voor alles in je gebeden en bid ook voor elkaar.

 

Vervolging

Het kan je als kind van God ook overkomen dat je kwaad wordt aangedaan door mensen omdat jij van Jezus bent, een kind van God en niet langer een kind van deze wereld. Hoe gek het ook klinkt, maar in dat geval mag je jezelf, ondanks de moeite die je draagt omwille van Jezus’ Naam, eigenlijk gelukkig prijzen. Want in dat geval, zegt Petrus, weet je zéker dat de Heilige Geest in jou werkt.
De mensen merken het duidelijk aan je! ;-

 

Tot dat…

En zo mogen wij, door de Heilige Geest, via de zichtbare eenheid en liefde in onze gemeente en via onze persoonlijke liefde voor Jezus en God onze Vader, het evangelie uitdragen in deze wereld, totdat Jezus Christus, onze Redder, Hoge Priester en Koning terugkomt.
Dan zal duidelijk worden wie er bij Zijn Koninkrijk horen en daar kijken Gods kinderen, en heel de schepping met hen, reikhalzend naar uit!