Openbaring 1-9

Inleiding

Openbaring moeten we lezen met bescheidenheid en voorzichtigheid. We moeten vooral luisteren en vergelijken. Calvijn schreef op alle Bijbelboeken een commentaar, maar Openbaring sloeg hij over! Dat is niet zomaar….
Veel onderwerpen kunnen letterlijk worden opgevat, maar ook geestelijk, of beide.
Er staan veel getallen in. Die hebben betekenis, maar het is geen wiskunde. Als Jezus zegt je moet 70×7 keer vergeven, weet ieder dat je niet dus 490x vergeven moet, en de 491ste keer niet meer. Maar soms is het niet duidelijk of je een getal wel of niet letterlijk moet nemen….

Het boek Openbaring is waarschijnlijk rond 95 na Christus geschreven.
Openbaring wordt ook wel Apocalyps genoemd, wat wijst op ‘het deksel ergens af nemen’. God tilt het deksel op zodat wij zien wat de toekomst biedt. In beeldspraak. Soms in parallel lopende taferelen.
Het is dan ook niet Openbaring van Johannes, het is Gods openbaring die Jezus aan Johannes geeft, die het opschrijft. Het doel is enerzijds: een troostboek voor Gods volk i.v.m. de zware tijden die komen moeten: de Heer regeert; heel de wereld ontwikkelt zich volgens Gods heilsraad. God werkt naar het heerlijk einde! Anderzijds: Gods volk wakend houden, zodat het Christus blijft verwachten en met groot verlangen uitziet naar de dag waarop Gods eer zal schitteren in al Zijn werken. Niet alleen onze zaligheid zoeken, maar strijden of lijden voor Zijn naam en zaak omdat we Hem liefhebben. Het is prediking van het oordeel over zonden, en oproep tot bekering, maar alles in het teken van de overwinning.

 

We mogen het zien: Christus komt!

God haalt het deksel van de toekomst. Hij wil tonen wat er moet gebeuren in de tijd tussen Hemelvaart en Wederkomst van Christus. Johannes mag het zien om het op te schrijven en bekend te maken. En opvallend: al vóór het eigenlijke visioen begint (1:3), én nadat het heeft plaatsgehad (22:7), moet hij schrijven: ‘Zalig is hij die dit leest en zijn zij die deze profetie horen, en zich houden aan wat hier gezegd wordt. Want de tijd is nabij.

Johannes moet 7 brieven schrijven, aan 7 gemeenten. Met dit getal wordt bedoeld: de héle kerk wordt aangesproken, in al de brieven.

Genade en vrede van God, de Heilige Geest en Jezus. Kort gezegd. Maar zoals het er staat roept het het beeld van de tabernakel op: het allerheiligste, het heilige en de voorhof.
De God van het verbond, onveranderlijk en trouw in het allerheiligste.
De 7 geesten voor zijn troon, de 7-armige kandelaar in het heilige – de Heilige Geest.
Jezus offer-bloed: de voorhof met het brandoffer altaar. Het is Zijn priesterlijk werk. Hij heeft ons lief en verlost van de zonde door zijn bloed. Hij heeft die in Hem geloven tot één koninkrijk gemaakt van priesters die God eeuwig dienen. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid

Dan begint het thema van het boek: Daar komt de komende Christus! En ieder zal hem zien. Fijn voor wie Hem liefhebben, maar vreselijk voor Zijn vijanden. Ook de eersten zullen klagen, maar van het besef hoeveel leed ze Hem hebben aangedaan.

Johannes weet wat het is te lijden voor Zijn Heer. Daarom zit hij op Patmos. Verbannen omdat hij de keizer geen goddelijke eer wilde bewijzen. En daar krijgt hij een visioen, een soort geestelijk waarnemen buiten de zintuigen om. Een stem, zo helder als een bazuin zegt: Schrijf alles wat je ziet in een boek en stuur het naar de 7 gemeenten.

 

Christus tussen de kandelaren

Johannes keert zich om om te zien wie dat zegt, maar ziet 7 gouden kandelaren = de 7 gemeenten. Die staan als lichtdragers in de wereld, ontstoken door Christus.
Daar tussen staat Christus in een priestergewaad met de gouden gordel als teken van het koningschap. Zijn witte haren tonen zijn wijsheid. Hij doorziet alles en verteert wat onrein is in de gloed van zijn ogen. En hij staat vast op zijn voeten! Zijn stem is majesteitelijk, je moet er naar luisteren of je wilt of niet. En hij houdt de 7 voorgangers van de gemeente, die Gods boodschap verkondigen, als sterren in zijn hand. Hij draagt ze, bewaart ze. In zijn hand is hun lot veilig.
Zijn woord treft altijd doel, het is als een tweesnijdend zwaard, splijt goed en kwaad.
En zijn aanzien is stralend, levenwekkend als de zon.
En als Johannes Hem ziet in Zijn heerlijkheid, valt Hij aan zijn voeten. Maar Jezus zegt: “Wees niet bang. Ik was dood, maar God nam mijn offer aan, nu leef ik tot in eeuwigheid. Ik kan de Mijnen uit dood en dodenrijk verlossen. Schrijf op wat je gezien hebt en wat God je verder zal openbaren.”

Samengevat: Verdrukking en geweld kunnen de Zijnen niet van Zijn liefde scheiden, dus vrees niet. Getuig van Hem. Laat Zijn licht uitstralen in de duisternis van deze wereld. Luister naar Zijn stem en volg hem…

Nu volgen de 7 gemeenten onder Romeinse heerschappij in Asia, waaraan Johannes de brieven schrijft, maar dus voor héél de kerk.

 

Brieven aan de gemeenten in Asia

De brief aan Efeze, handelsstad met de beroemde Artemis-tempel ter ere van de Griekse godin. Hier heeft Johannes lang gewerkt en gewoond. De gemeente werd door Paulus gesticht.
Christus zegt: Ik, die de verkondigers in mijn hand houdt zodat de evangelieverkondiging zal blijven klinken, en tussen de gemeenten sta en over hen waak, Ik weet hoe ijverig u bent en volhardend in goede werken; de trouw wankelde niet. Maar: de liefde is verflauwd. Ze brandt niet meer als eerst. Het enthousiasme van de 1e liefde wordt gemist. Het vuur van de liefde moet doorgegeven worden! Bekeer je. Zo niet, dan wordt Gods licht weggenomen. Toch is er ook nog iets goeds: U haat de sekte van de Nicolaïeten die zichzelf als overwinnaars zien.
Geef gehoor aan wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie de zonde weerstand biedt, geef ik te eten van de boom des levens die in Gods paradijs staat.
Dus: al wie God blijft liefhebben, met warme liefde en daden, zal daar eens volmaakt en ongestoord Gods gemeenschap genieten, nog heerlijker dan Adam en Eva.

De brief aan Smyrna, havenstad met tempel voor Roma. Polycarpus, leerling van Johannes, woonde er en werd gedood wegens het niet vergoddelijken van de keizer. Is hij de engel / voorganger van de gemeente hier?
Dit zegt Hij die het laatste Woord zal hebben over de onderdrukkers, Christus: Ik weet dat u arm en verdrukt bent, werelds gezien, maar jullie hebben een grote schat in de hemel! En ik weet van de lastering van zogenaamde Joden die bij satan horen Wees niet bang voor het lijden. Satan mag dan Gods kinderen onderdrukken, maar de tijd ervan is bij God bepaald. [10 dagen = een kleine volheid. Ook dagen is een kleine maat al kan het voor ons besef beangstigend lang duren.]
Wees trouw. Wie sterft door het woeden van de vijand verliest niet, maar krijgt de overwinningskrans, het echte volle leven.
Geef gehoor aan wat de Geest tegen de gemeenten, ons, zegt. Wie overwint zal van de eeuwige dood geen last hebben.

De brief aan Pergamum, koningsstad, zetel van het bestuur en bekend om zijn perkament. Zeer afgodisch: Dionysius, Athene, Zeus, tempel van Asklepios, de god van gezondheid waar het artsenteken (slang) van komt. Maar voor christenen is de slang een teken van de duivel. Vandaar: ‘de stad waar de troon van satan is’ als bijnaam.
Dit zegt Christus, wiens woord altijd doel treft, kwaad en goed scheidt: Ik weet dat je woont waar Satans troon staat, en dat jullie Mij bleven belijden als Heer zelfs toen de evangelieverkondiger Antipas bij jullie gedood werd.
Maar: jullie passen geen kerkelijke tucht toe als zonden worden goedgepraat, als beweerd wordt dat je zowel de Here kunt dienen als de afgoden. Houd op met die zondige verdraagzaamheid en oefen tucht, zodat de leugenleraars zich bekeren of anders uit de gemeente worden uitgebannen.
Als de kerk geen tucht oefent, zal Ik dat Zelf doen en de overtreders verdelgen met Mijn Woord.
Geef gehoor aan wat de Geest zegt……
Wie overwint geef ik van het verborgen manna (Christus is het brood dat uit de hemel is neergedaald en nu voor ons oog verborgen. Het manna gaf leven in de woestijn. Jezus zegt hier: Dan geef Ik je het eeuwige leven.). En ook krijg je een wit steentje (die rechters iemand gaven als teken van onschuld. God houdt je dan voor onschuldig!).
En daarop staat een nieuwe naam want je bent dan een vernieuwd heilig wezen.

Brief aan Tyatira, waar het gildewezen sterk was met heidense afgoden als beschermheren. Als je bij een gilde wilde horen moest je deelnemen aan de afgodische feesten. Daardoor kon een christen bijna niet zijn brood verdienen.
Dit zegt Gods Zoon die alles ziet en stevig staat: Ik weet dat u vooraan staat in ijver en goede werken. Het breidt zich zelfs nog uit. Maar: u laat een verleidster tot afgodendienst, die grote kracht heeft, begaan: “Doe toch gewoon mee met de gildefeesten! Wat maakt het uit of ze eindigen in ontucht – proef de diepten van satan maar houd het vlees rein, zo kun je satan overwinnen.”
Ik zal de verleidster met een ernstige ziekte slaan, en die zich lieten verleiden in grote verdrukking brengen., tenzij ze met haar breken! Dat wat de grote verleidster gebaard heeft, zal gedood worden! En allen zullen inzien dat Ik door alle schijn-vroomheid heen zie: Ieder krijgt wat hij verdient.
Tegen wie zich verre heeft gehouden van de zondige leer zeg ik: Blijf trouw aan wat u geleerd is. Tot ik terugkom. Geen compromis met de wereld.
Wie daaraan vasthoudt zal Ik in de overwinning laten delen. Je krijgt macht over de heidenen zoals Ik dat van Mijn Vader kreeg, én de belofte van de nieuwe dag (morgenster). [Christus heet ook ‘de blinkende Morgenster’]

Brief aan Sardes, hoofdstad geweest van Lydische rijk met koning Croesus. Verwoest door aardbeving en opgebouwd in 17 na Christus door keizer Tiberius, maar minder mooi.
Dit zegt Hij die vervuld is van de Geest en de voorgangers in zijn hand houdt (vertroostend!): Ik weet dat er goed over u gesproken wordt. Maar: in werkelijkheid bent u dood. Word wakker! (Dat kan Jezus met de levendmakende Geest!) Neem verantwoordelijkheid voor de anderen, u kent de boodschap. Niemand mag tevreden zijn met de wetenschap dat hij door Christus behouden is, terwijl zijn naaste dreigt onder te gaan. Dan doe je God oneer aan!
Belijd je geestelijke dorheid als zonde. En zoek bij Mij leven. Zo niet, zal ik plotseling die zelfgenoegzaamheid wegdoen.
Enkelen hebben het ware geloof behouden. Zij zullen met Mij het kleed der gerechtigheid krijgen. Wie overwint krijgt het ook. Ik zal voor Mijn Vader en de engelen verklaren, dat ze Mij toebehoren.
Wie oren heeft moet luisteren naar wat de Geest zegt!

Brief aan Filadelfia, = broederliefde. Kleine onopvallende gemeente in vulkanisch gebied, eveneens herbouwd. Ze hebben heel veel weldaad ontvangen; ze worden geprezen door God in plaats van de wereld. Zijn oordeel is anders dan menselijk oordeel.
Dit zegt de Heilige ….. die de toegang tot al het heil kan openen en sluiten……:
Ik weet de begeerte van uw hart om anderen voor Mij te winnen: Ik open voor u deuren van harten. Naar wereldse maatstaf hebben jullie kleine kracht, maar alle druk en moeite ten spijt, zijn jullie Mij trouw gebleven.. Ik zal van enkele Joden die satan volgen hun hart openen voor de waarheid van het evangelie zodat ze zich in het midden der gemeente zullen neerbuigen en Jezus aanbidden. Ze zullen erkennen dat Ik u liefhad. Omdat jullie trouw gebleven zijn, zal ik jullie bewaren als de grote verzoeking komt. Ik kom spoedig – laat jullie geen ogenblik te lang wachten. Houd Gods genade vast, uw volhardend geloof, anders ontgaat u de overwinnings-krans. Wie overwint zal Ik een eervolle plaats geven in de gemeente des Heren. En als grote eer, krijg je het teken van God, van het nieuw Jeruzalem en van Mijn nieuwe naam. Wie oren heeft….

Brief aan Laodicea, belangrijke industriestad met lauwwarme bronnen; het bankwezen bloeide er. Tempel van Mem met geneesmiddelen voor oogziektes. Nooit verdrukking of vervolging. De burgers waren er zelfgenoegzaam, trots op de welstand. De Here zou wel tevreden over hen moeten zijn… Nee dus.
Dit zegt Hij die waarachtig is en door wie alles geschapen is: Ik weet uw werken [ja, daar waren ze helemaal niet bang voor….]. Jullie zijn noch koud zoals mijn tegenstanders, noch heet als ware gelovigen waar het liefdesvuur brandt! Was dat maar zo! Ik walg er van. Jullie weten niet eens dat je beklagenswaardig, arm, blind en naakt bent. Ik raad jullie aan: Kom bij Mij zodat je rijk bent met een schat in de hemel. Je krijgt het witte kleed van gerechtigheid dat je zonden bedekt. En leer jezelf zien in je gebrek. Heidenen gaan naar de tempel van Mem. Jullie moeten naar Mij gaan om te genezen van je geestelijke blindheid. Ik zeg dit tot behoud.
Zie, Ik sta aan de deur van je hart, laat me binnen. Laat me heersen in je leven, we eten samen….
[Wie de lauwheid wegdoet uit zijn binnenste mag met Jezus als koning heersen. Het kost wat de lauwheid te overwinnen, maar Jezus heeft ook veel strijd geleverd en nu is dat heerlijk bekroond.]
Wie oren heeft….

Christus heeft zich in al deze brieven bekend gemaakt op een andere wijze, steeds passend bij de gemeente. Is mooi om nog eens met de Bijbel erbij naar te kijken! Het is Christus die ons voorbereidt op het grote heerlijke einddoel van al Gods wegen: een nieuwe hemel en nieuwe aarde met de verloste gemeente, het nieuw Jeruzalem daar in, waar God regeert.

 

Een blik in de open hemel

Hier begint de Apocalyps echt. Opnieuw ziet Johannes een visioen na al de brieven: Een toegangsdeur staat open in de hemel. We kunnen er niet door zolang we in leven zijn. Maar de bazuinstem van Christus zegt tegen Johannes: “Kom met je geest hierbinnen en Ik zal laten zien wat er na dezen gebeuren moet.
Meteen raakt hij in visionaire toestand. Hij ziet zichzelf verplaatst in de hemel. En omdat daar geen voorhangsels zijn, ziet hij meteen het allerheiligste: een troon en Iemand zat er op. Daar gaat rust van uit. Er wordt geregeerd / bestuurd. Daar ontvangt een Koning zijn onderdanen. [God zelf wordt niet genoemd, maar Hij is wel het uitgangspunt – middelpunt – eindpunt.]
Maar hoe teken je de heerlijkheid van die bestuurder? Johannes doet zijn best:

Schitterend verblindend wit, (God is één en al licht) en als diamant met helder bloedrode glans. Want Gods rechtvaardigheid (wit) hoort bij zijn heiligheid (rood). Elke belediging van zijn heiligheid móet wel bestraft. Maar…..hoe moet dat met ons, als die gloed over ons leven gaat?
Om de troon is een regenboog, smaragdgroen als beeld van Gods trouw. Bij die boog is het volbracht, daar is Jezus.
Om de troon heen staan er nog 24 met daarop 24 ouderlingen van de kerk, de verloste gemeente. Het zijn 12 apostelen (het nieuwe verbond) en 12 patriarchen, stammen van Israël (het oude verbond). Ze dragen witte kleren (gereinigd) en gouden kransen als koninklijke overwinning. Ze verkeren met blijdschap in het blinkend licht van God. Het is een koningschap niet tot eigen eer, maar tot lof en prijs van hun Heer en Koning. Daar hebben ze innerlijke rust bij.
[Er zijn ook mensen die menen: 24 sterren van de Babylonische astrologie.]
[Nog een mening: de 24 priesterklassen uit de tempel (1Kron. 24:5)]

Rust, ondanks dat van de Troon bliksem en donderslagen en veel geraas uitgaan, teken van Gods majesteit en kracht. [Zoals bij de wetgeving op de Sinaï Ex. 19:16 en 20:18]
De gerichten gaan over de volkeren zoals nog nooit gebeurd is. Maar het zal tot Gods verheerlijking leiden. Daarom verlangt de triomferende kerk naar dat gericht. Haar ziel is stil tot God. Maar de rest van de wereld zal beven.
Vóór de Troon branden 7 vurige fakkels. In de tempel stond de 7-armige kandelaar, het symbool voor de verlichting met de Heilige Geest. Hier zijn het de 7 geesten van God, de alomtegenwoordige volheid van de Geest van God. Zij bedient graag de gemeente uit Gods Wezen, raad, verzoening. Het vuur van de Geest loutert ook hemel en aarde. (3 hemel +4 aarde =7)
Voor het heilige in de tabernakel was het wasvat / de koperen zee in de tempel. Hier voor de Troon in de hemel de glazen zee. Als kristal, geheel doorzichtig. Verzoening is een mysterie, maar we zullen het zien, de diepte ervan, glashelder.

 

De hele verscheidenheid van de schepping bij God!

Er is nog meer rond en voor de Troon: 4 wezens met overal ogen. Ook zij zijn onder de regenboog verlost. Wij trokken de schepping los van God, brachten disharmonie. Maar Johannes ziet dat de schepping weer in harmonie is! Alles en allen samen lof zingend rond Gods troon, zo zal het zijn als Gods Koninkrijk volkomen zal hebben getriomfeerd! Weer worstelt Johannes hoe hij die verscheidenheid in de schepping, de 4 wezens moet omschrijven:
1e: Als een leeuw – wild dier – moed en kracht en majesteit
2e: als een rund of kalf- tam dier – nieuwe kracht (lente)
3e: als met ‘een mensengezicht’ – bewuste schepping – verstand,wijsheid
4e: als een arend – gevogelte – scherp vergezicht en waarneming en hoge snelheid.
(Let op Ezechiël 1 en Jesaja 6!)
[In de schilderkunst: leeuw = Marcus, rund of kalf = Lucas, ‘mensengezicht’ = Mattheüs, arend = Johannes]
Al die dieren hadden 6 vleugels (denk aan de serafijnen uit Jesaja voor Gods troon!) en overal ogen. Niets blijft onopgemerkt en ze stralen Gods heerlijkheid uit. Ze bezingen onvermoeibaar Gods heiligheid. Zo heilig, dat Hij geen kwaad kan zien. Daarom moeten Zijn oordelen wel komen. Ze bezingen ook Gods almacht. God is machtig de zijnen te bewaren te midden van de oordelen. Ze bezingen vooral ook Zijn trouw (Die was en is en komt). (Jesaja 6!)
En terwijl de schepping Hem eert, stemt de gemeente in: de 24 oudsten werpen zich voor Hem neer in aanbidding. Hoe kan het ook anders als de Geest je hart vult met liefde….
En de oudsten erkennen God als een zó groot Koning, dat ze hun eigen overwinningskransen vóór Zijn troon werpen. Want zij hebben die alleen aan Zijn genade te danken.

Samengevat: Het eind zal heerlijk zijn. Maar door verdrukking moeten we Gods Koninkrijk ingaan. Opdat we niet te veel schrikken eerst het oog ‘omhoog’: via Johannes een blik in de hemel. Kijk niet naar waar de dreiging is. Heft uw harten omhoog. Daar is een troon, vandaar wordt geregeerd. En op die troon zit God. Wij zullen net als al het schepsel in de hemel, ’s Heren lof zingen. / De oudsten en dieren eren, aanbidden, loven Hem die op de troon zit, omdat Hij alles geschapen heeft.

 

Hoe komt het tot uitvoering van Gods raadsbesluit?

Hoe moet dit doel nu werkelijkheid worden? Johannes kijkt naar de troon: God heeft een boekrol in zijn hand, aan beide kanten helemaal vol. Gods raadsbesluit staat erop tot in detail. Verzegeld met 7 zegels, door God Zelf.
[7 is ook Verbondsgetal dus is Gods trouw waarborg dat de zegels verbroken zullen worden.]
En een engel roept luid zodat het overal doordringt: “Wie komt het toe de boekrol te openen?”
Maar er was niemand die dat kon. Adam waar ben je? God had toch de mens geschapen naar zijn beeld, ook om te regeren? Henoch, Abraham, Mozes, Daniël, Paulus – niemand?
Johannes moet er van huilen. Als niemand dat kan, gaat het heilswerk niet door. Dan moeten de ouderlingen en dieren de hemel weer uit met hun lofliederen. Dan heeft Johannes tevergeefs geloofd. Dan lacht satan. Dit heilige boek kan alleen aangepakt worden met reine handen….

Maar een ouderling zegt (hij moet dat zeggen, want het is een boodschap van de kerk, het evangelie van Jezus): “Huil niet, kijk, de leeuw uit Juda, de Messias, heeft de dood overwonnen en mag de boekrol met de 7 zegels openen.”
Midden voor de Troon, te midden van de dieren en oudsten [als hoofd en middelpunt van Zijn gemeente], staat in volle kracht een Lam. Het heeft de tekenen van zijn lijden nog; Het heeft de zonde van de wereld gedragen en verzoend. Het heeft 7 hoorns die staan voor kracht en heerschappij. De 7 ogen zijn de 7 geesten Gods = vol van de Geest die uitstraalt van Hem. En die geest is over de hele wereld werkzaam. De leeuw van Juda, die lam werd. Hij heeft moeten kruipen, hangen, liggen in het graf, maar staat en neemt de rol aan. Jezus zal als Middelaar zijn kerk verlossen uit de bek van de slang. Nu zal Gods plan werkelijkheid worden. Johannes kan wel juichen!
Dan werpen de 4 dieren en 24 oudsten, de verloste schepping en kerk, zich voor het Lam neer. Zij bezingen de lof van het Lam. Met muziekinstrumenten en gouden schalen vol reukwerk. Het zijn de dankgebeden van de heiligen. Ze omringen de troon met haar liefdegeur, zoals vroeger de schalen met reukwerk in de tempel opstegen tot eer van God.
Ze zingen een nog nooit gehoord lied: Christus heeft het wereldregiment aanvaard! U mag de zegels van de boekrol verbreken, doordat U Uw bloed gegeven heeft, heeft U Uw volk tot een eigendom gemaakt om God te eren!
En ook de engelen beginnen te zingen, zij mengen hun zang in het loflied van de verloste wereld. Zeer veel: 10 duizenden 10 duizendtallen en duizenden duizendtallen. En ze zeggen:
Lof voor God en het Lam. In die volgorde! Voor altijd. De vertegenwoordigers van al het schepsel (de 4 dieren) bevestigen de lof: Amen! En de oudsten werpen zich neer in aanbidding.

 

De eerste 4 zegels en hun paarden

Het Lam gaat nu snel achter elkaar zegels openen, God werkt snel naar het einde toe. Als de 1e opengaat om ten uitvoer te brengen wat er staat, roept één van de 4 dieren luid: Kom!
Johannes ziet een wit paard, een strijdros in de kleur van gerechtigheid en overwinning. De ruiter die er op zit heeft een wapen, een boog. En, terwijl hij nog uit moet gaan rijden, krijgt hij een zegekrans als een overwinnaar! Hij zal dus oorlog voeren in gerechtigheid én overwinnen. Dat moet Christus zijn! Hij heeft al overwonnen! En dat wapen is niet om te doden, maar pijlen worden op mensenharten afgeschoten zodat ze Hem niet langer zullen weerstaan. Zodat een wond gemaakt wordt die roept om genezing. Het evangelie moet als eerste gepredikt worden over heel de aarde om nog velen te overwinnen, te winnen voor Gods Koninkrijk. Wij kunnen allemaal getuigen, maar alleen Jezus overtuigt. [zie voor de paarden ook Zacharias 1:7-15 en 6:1-8]

Als er dan toch nog tegenstand blijft tegen het witte paard, ja dan geldt:
als het niet goedschiks gaat, dan moet het maar kwaadschiks. Het 2e zegel wordt verbroken en het 2e dier roept: Kom! Met Christus voorop kunnen de anderen ook uittrekken. Misschien zijn er nog harten te bereiken….met 3 paarden die rampen brengen die mensen elkaar aandoen:
En er komt een roskleurig paard: kleur van bloed en vuur, van brandende steden en dorpen die in de oorlog verwoest worden. De ruiter erop mocht de vrede op aarde wegnemen, ook uit verhoudingen tot in de kerk en gezinnen; tot in je eigen gemoedsleven. Zodat mensen elkaar afslachten. De ruiter kreeg een groot zwaard, velen kwamen om. En dit is pas het begin!
Bij het 3e zegel roept het 3e dier Kom! Er komt een zwart paard, dat wijst op honger. En de ruiter heeft een weegschaal in de hand: de levensmiddelen worden mondjesmaat of nog minder afgewogen. Er heerst honger en ongerechtigheid: want de wijn en olie, de weelde van de rijken, wordt niet aangetast. Wat een ellende!
Het 4e zegel wordt verbroken en het 4e dier roept: Kom!
Er komt een vaal paard, de kleur van de dood. De ruiter was de dood en hij maakte al maar doden. De dood heeft het goed als oorlog, ongerechtigheid en honger over de aarde gaan.
Zij kregen macht om op 1/4 der aarde dood en verderf te zaaien. Opeenhoping van rampen: het zwaard, honger, de pest. Koning Jezus liet de paarden los en ze rijden rond. Misschien zijn zo nog mensen tot inkeer te brengen: de verloren zoon moest het ook eerst heel slecht krijgen voor hij naar zijn vader terugging…. Vlucht toch naar het witte paard, voor het te laat is! Bij Hem is het veilig!

 

Verlangen naar gerechtigheid en nog een waarschuwing

Het heeft niet meer geholpen…. wat dan? Dan moet de macht van satan verbroken worden.
Maar daar gaan nog 2 dingen aan vooraf: het heimwee van de gemeente van Christus als eerste:
Het 5e zegel wordt geopend: een heel ander tafereel. Een deel van het hemelse heiligdom: Er is hier 1 altaar dat afwisselend dienst doet als brandoffer- of reukofferaltaar. ( het brandoffer was in de voorhof en het reukoffer in het heilige). Hier is het nu het brandofferaltaar en daar zitten de zielen/geesten van de martelaren. Johannes ziet het in een visioen. Bloed, waar ‘de ziel’ in zat, werd altijd aan de voet van het altaar uitgegoten. Zij hebben hun leven aan God geofferd. Hun lichamen zijn nog op aarde, hun geesten genieten zaligheid. Zij maken hun verlangen aan God bekend en staan daarbij voor elke gelovige: ‘Here U kunt toch niet ongestraft het kwaad laten voortwoekeren! Juist omdat U heilig bent, moet U toch de zonde teniet doen? Het gaat toch om Uw eer? Uw dienstknechten zijn onschuldig gedood. – Hoelang moet de vervolging nog doorgaan, wanneer doet U recht op aarde?’ – Het is een zucht naar Gods eer, geen wraakgevoelens!
Ze krijgen een wit gewaad, rechtvaardiging en heiliging in Christus, de verzegeling van Gods trouw en genade. Wel moeten ze nog even wachten tot de tijd van hun broeders ook vol is. Eerst als de volle oogst binnen is, komt de Heiland en het gericht.

Bij de opening van het 6e zegel: een zware aardbeving! Het waarschuwende voorgericht: als je niet luistert, ga je ten onder! Maar de mensen spotten, zoals in de tijd van Noach. Ze vertrouwen op de aarde, en daarom laat Christus die schudden, en dampkring en planeten doen mee.
De zon wordt zwart, zij rouwt. En de maan is een bloedrode getuige tegen de zonde. Sterren vallen op aarde en zorgen voor onrust: brand en dood. De hemel wijkt als een boekrol die oprolt, niets blijft op zijn plaats.
Johannes kijkt weer naar de aarde: Bergen bewegen, eilanden worden op en neer gegooid – alles is verstoord en mensen zoeken in paniek hun heil in rotsspleten, ook de machtigen die dachten veilig te zijn. Ze proberen zich voor God te verbergen…..Ze weten dat het Gods toorn is…
Ze zoeken Hem niet, maar verachten Zijn barmhartigheid. Terwijl er nog een kans is, want nog steeds is dit het eindoordeel niet!

Dat moet toch een diepe indruk gemaakt hebben. Wie zou die rampen kunnen weerstaan? Niemand eigenlijk…… Maar God troost zijn gelovigen.

 

God geeft zijn kinderen een zegel en dat brengt tot lofzegging!

Johannes ziet 4 gerichtsengelen staan aan de 4 hoeken van de aarde om de 4 oordeelswinden tegen te houden. Ze mogen hun verschrikkelijke werking/vernieling nog niet doen. Een andere engel houdt hen tegen. Die komt uit het oosten, waar het licht vandaan komt, symbool voor verlossing van Gods volk. Die engel heeft het zegel van God. Geen zichtbaar teken, het is het goddelijk stempel waaruit blijkt dat je van Hem bent en voor eeuwig behouden. Wat er ook gebeurt: Gods verzegelden gaan niet verloren.
Johannes weet wat de profeten zeiden: het volk van het Verbond, Israël, dat de Messias verwierp en verhard werd, daarvan zou de verharding opgeheven worden vlak voor Jezus’ terugkomst. Voor het oordeel, als de volheid van de gelovigen uit de heidenen vol zou zijn! En Johannes mag dat zien:
Het getal van hen die het zegel droegen: 144.000, het getal van opperste volmaaktheid, en er kan er niet één gemist worden!
En uit alle 12 stammen van Jacob. Juda staat bovenaan, al is hij niet de oudste; maar Jezus is uit Juda geboren. Er zijn meer veranderingen in de lijst van Jakobs zonen, maar God wil laten zien: het gaat niet om het ‘vleselijke’ Israël, maar het geestelijke Israël. Wie heeft de Here lief en zoekt Zijn eer? Dat zijn niet alleen Israëlieten, daar zijn ook de gelovigen uit de heidenen aan toegevoegd, ook uit de apostelen. Je moet door het levend geloof met de Here Jezus verbonden zijn. Dan ontvang je van Christus Gods zegel.
[Jehovah’s nemen het getal letterlijk: die bruidsklasse zou in de hemel het eeuwig leven krijgen, en gewone gelovigen op aarde blijven]
Als Israël op zijn bestemming komt, dan komt ook Immanuël en het Vrederijk.

Wat is het eind nu van die verzegelden?
Johannes ziet een ontelbare menigte, overal vandaan; God lovend en prijzend in witte gewaden met een palmtak in de hand, triomferend voor de troon en voor het Lam.
Eén van de ouderlingen [het is zijn taak Gods heil aan mensen bekend te maken!] zal Johannes verklaren wie het zijn. Het is de triomferende kerk, de gelovigen. Verlost van zonde en pijn. Ze zijn gereinigd door Jezus’ bloed door hun zonden te belijden. Ze roepen luid: “De zaligheid die wij genieten is te danken aan God en het Lam.”
Al de engelen staan rond de troon en de vertegenwoordigers van hemel, kerk en verloste schepping willen niet achterblijven en zeggen: “De lof en heerlijkheid, wijsheid en dankzegging, eer en macht en sterkte (7!) zij onze God tot in alle eeuwigheid, amen.”
Zij mogen nu in hemelse vreugde eeuwig bij de Here zijn en Hem volmaakt dienen zonder zwakte of vermoeidheid. Dag en nacht. En God geeft rust, Zijn tent geeft bescherming. Ze zijn volmaakt veilig.
Geen aards gebrek, ook geen honger of dorst naar gerechtigheid. Geen verdrukking om het geloof, want: Het Lam zal hen weiden en voeren naar de waterbronnen van het leven. En de vreugde over Gods heil zal zó groot zijn, dat er niet meer wordt gedacht aan de vergoten tranen…

 

Het laatste zegel kan geopend

Nu kan het 7e zegel geopend worden – wat zullen de oordelen verschrikkelijk zijn….
De lof in de hemel zwijgt, een half uur. Ze houden de adem in. Van ontroering en ontzag.
Zoals Jezus huilde over Jeruzalem, zo is er deernis in de hemel. Maar ín die stilte gebeurt iets:
7 engelen treden naar voren om hun taak te vervullen. Ze krijgen bazuinen om iets aan te kondigen, te waarschuwen of op te roepen tot de strijd. Hun geschal roept Gods oordeel op en de wereld tot bekering. En nóg iets trekt de aandacht van Johannes:
Een andere engel gaat met een wierookvat bij het altaar staan dat nu reukofferaltaar is. Hij krijgt van God veel reukwerk. De gebeden van Gods volk moeten gereinigd en gezuiverd worden op het altaar, anders kunnen ze God niet aangenaam zijn. Dit is werk voor de Hogepriester, de engel zal Jezus vast zijn…..Hij krijgt de gebeden van de kerk die de Heilige Geest Hem geeft. De Zoon heiligt het gebed en geeft het aan de Vader. Zo’n gebed kan niet ongehoord blijven! Ze hebben grote uitwerking: Nu komen de oordelen op aarde op gang…..
De wierookschaal wordt gevuld met het vuur van het altaar en op aarde geworpen. Vuur loutert of verteert. Er volgen donderslagen, geluiden, bliksem, aardbeving. Gooi maar eens een schaal vol vuur in een magazijn met ontplofbare stoffen!

 

De eerste 4 bazuinen

De 7 engelen maken aanstalten op de bazuin te blazen. Als de 1e blaast worden hagel en vuur, gemengd met bloed op aarde gegooid. Dat is niet symbolisch, God deed dat eerder [denk aan Elia die vuur van de hemel deed neerdalen! En ook Joël heeft het daarover]. Het kan ook in een groot onweer zijn. En een derde deel van de aarde, bomen en alle groen brandde af. De druk neemt dus toe. (eerst 1/4)
De tweede engel blaast: Een soort grote brandende berg wordt in zee geworpen. En 1/3 van de zee wordt bloed. 1/3 van de schepselen in zee sterft. 1/3 van de schepen vergaat. Misschien een grote meteoorsteen? [Bloed doet aan 1e Egyptische plaag denken (Ex.7:14-25)]
Als de 3e engel bazuint, valt een grote ster als fakkel uit de hemel. 1/3e deel van het zoete water is niet meer te gebruiken, door het bittere alsem en misschien ziektes, epidemieën? Veel mensen stierven.
De 4e engel blaast:1/3e deel van zon, maan en sterren wordt getroffen, verduisterd. Wat bracht de 3 uur durende duisternis bij Jezus’ overlijden al niet teweeg! Dat raakt een mens! [9e plaag Egypte]

Hier wordt het blazen even onderbroken, voordat veel verschrikkelijker oordelen komen. Er vliegt een arend door de lucht, een roofvogel die dood en verderf brengt. Hij schreeuwt: Wee, wee, wee de mensen die op aarde wonen. Dat vanwege de 3 komende bazuinen. Ze zullen nog erger zijn dan de vorige. Ze zullen de ziel diep raken. Gelukkig als je dan mag weten dat je verzegeld bent! Vreselijk voor wie zich blijft verharden…

 

Geboorte-weeën

Nu beginnen de echte weeën; ze bereiden het geboorte uur van Jezus’ glorie voor.
De 5e engel blaast: Johannes ziet een gevallen ster. Die doet dingen die alleen een mens kan doen, dus het is een wezen. Diep gevallen tot in de afgrond. Dat is Gods tegenstander, satan. Hier ster genoemd, omdat hij vroeger heerlijkheid bezat. Christus heeft hem lang tegengehouden [als vuur in een vulkaan], maar als de wereld satan als koning wil, moeten ze maar ondervinden hoe dat is.
Hij mag de sleutel van de afgrond hebben, van de demonische machten.
Daar opent de schatkamer van de duistere machten: Rook stijgt op als van een vulkaanuitbarsting en daardoor worden zon en hemel verduisterd. [Oftewel: de boze invloed van demonische machten verduistert op aarde het licht van Gods genadezon.]
De rook wordt een sprinkhanenzwerm. Niet letterlijk, maar Johannes schildert de uitwerking van die vele boze geesten. En ze krijgen van God de macht van schorpioenen. Ze veroorzaken hevige pijn, koorts, maar hun steek is niet dodelijk. Dit oordeel mag echter alleen de ongelovigen treffen! Zij hebben het licht van God veracht, en moeten ondervinden hoe het zonder licht is, en met (geestelijke) pijn. 5 maanden lang = een door God vastgestelde vrij lange tijd.
Als alle licht van Gods goedheid is weggenomen, wordt het leven tot een hel. Ze zullen dood willen, maar tevergeefs. God laat ook hier de mens niet los!

Die boze geesten leken wel sprinkhanen. Van voren wel mooi, maar eigenlijk waren het paarden, klaar voor de oorlog. Met een gezicht als een mens, geslepen verleider. Hun tooien zijn vals, namaak-goud. Verleidelijk haar en de sterke tanden van een leeuw: die bekoren eerst, maar verscheuren dan. Borstschilden. En het geluid van hun vleugels is als strijdwagens.
Maar het venijn zit in de staart: Een angel als een schorpioen om mensen te pijnigen. En ze zijn georganiseerd, want hun koning is satan. Wat is die engel diep gevallen!
[Allerlei anti-christelijke leringen kunnen eerst wel mooi en aantrekkelijk lijken, maar van dichtbij en vooral achteraf gezien blijken ze verderfelijk.]

Niets scheen ze te kunnen overwinnen. Maar nog is het einde niet.
De rook vervliegt, sprinkhanen trekken weg, alles leeft op. Gods genade schijnt weer. Maar voor optimisme geen tijd: er zullen nog twee weeën komen.
De 6e engel blaast de bazuin: het gouden altaar met de gebeden der heiligen staat voor God. God houdt rekening met de gebeden van de gemeente. Dat de engel nu bazuinen mag, is Zijn antwoord op het door de Middelaar op het altaar gebrachte gebed. Het ‘Uw Koninkrijk kome’ kan wel degelijk iets in werking zetten!
God beveelt: “Laat de 4 engelen los die gebonden zijn bij de grote rivier de Eufraat”. [Daar kwamen de grote wereldmachten op, Assur en Babel.]
De 4 wraakengelen stonden al klaar om precies op Gods bepaalde tijd 1/3 van de mensen te doden.
Johannes zag het leger:
200 miljoen, een enorme oorlog. Hij ziet de paarden en ruiters, met rossige, blauwe en zwavel-kleurige harnassen hun koppen als leeuwenkoppen, uit hun bek vuur, rook , zwavel. Daardoor werd 1/3 gedood. Het paard was snelste krijgswapen. Maar dit zijn geen echte. Hun macht zit in bek en staart. Het zijn slangen met koppen en daarmee brengen ze schade toe.

Maar wie niet gedood was, bekeerde zich niet. Dat is nog het ergste. Verharding. Ze bleven boze geesten aanbidden en de afgoden, die niet kunnen zien of horen; ze bekeerden zich niet van moorden, tovenarijen, hoererij, dieverij. – Wanneer de eindtijd nadert, schijnt het geweten van velen zozeer buiten werking te zijn gesteld, dat ze zich niet bekeren maar verharden.