Waarom is koning David een man naar Gods hart?

God noemde David een koning naar Zijn hart. Maar God wist toch dat David overspel zou plegen met Batseba en haar man Uria ook nog eens vermoorden zou? Waarom koos God dan David als koning? Was er niemand te vinden die zo trouw aan God was als Abraham?

Ik begin met een citaat uit een boek van Henk Binnendijk: Dit is een geheimenis van God:
Waarom riep God Abram en niet Lot?
Waarom Saulus en niet Gamaliël? (Hand.22:3)
Waarom David en niet Eliab? (1 Sam.16:6,7)

Het is een geheim verborgen in Gods hart. En daar moet het ook blijven. Maar: we mogen er wél over nadenken! Het is Gods keuze, maar je krijgt toch ook de indruk dat God in deze mensen iets vindt dat Hem bekoort.

  1. God spreekt later over Mijn vriend Abraham (Jes.41:8) Dat heeft iets teders, van God uit gezien. Gij hebt zijn hart getrouw gevonden… zegt Nehemia 9:8.
  2. En God zegt van Paulus: deze is Mij een uitverkoren werktuig (Hand.9:15). Dat heeft iets kostbaars, van God uit gezien.
  3. God zegt van David: Ik heb David gevonden, een man naar Mijn hart, die al Mijn bevelen zal volbrengen. (Hand.13:22) Dat heeft iets intiems, van God uit gezien.

Want God ziet het hart aan! (1 Sam.16:7) God heeft in deze mannen iets gezien van gehoorzaamheid en toewijding, wat Hem bekoorde. Gods keus is nooit willekeurig, maar gegrond op de gesteldheid van het hart. Zeker, God wist dat ook David niet zondeloos zou zijn. David is een mens, en er is geen mens die zonder zonde is, behalve Jezus. David had telkens berouw als hij zijn fout inzag. Hij luisterde naar Gods profeet. Hij smeekte God om vergeving.
Davids leven was zó goed begonnen:

Als herdersjongen verslaat hij de reus Goliath van de Filistijnen, omdat David leeft in vertrouwen op de God van Israël, Die hij liefhad. (1 Sam.17:45-47). En Goliath hoonde zijn God…!
Saul merkt dat de Geest van God wél bij David is, maar niet bij hem. En dat maakt jaloers.
Als na Saul David koning wordt, doet hij alles in overleg met de Here. Hij wordt gezegend.
En als hij zich vestigt in Jeruzalem, brengt hij de ark van het verbond naar die stad, want hij wil in de nabijheid van de Here wonen.
Uit alles blijkt dat David een koning uit Woord en Geest is. Jezus wordt ‘Zoon van David’ genoemd; Hij was DE Man naar Gods hart.

Maar David is óók een koning van vlees en bloed. En zo gaat hij vreselijk in de fout met de mooie Batseba. Hij misbruikt zijn macht, die hij van God gekregen had. En God straft hem daarvoor. Hij zal zelf moeten ervaren wat hij Uria heeft aangedaan. Hij zal schande en verdriet ervaren in zijn eigen huisgezin, bij zijn zonen: incest, moord… En het kind dat hij bij Batseba verwekte, zal sterven. Wat een ellende!
Maar David erkent dat hij fout was. En vraagt vergeving. En dan mag hij weer opnieuw beginnen. En toch: we zien na dit gebeurde, dat hij als koning niet veel meer kan. Hij heeft zelfs geen regie over zijn eigen kinderen.
Nee, God kiest niet David om zijn edele karakter! Zonder God is David nergens…. Maar David richt zijn hart naar God. En God houdt van David zoals een ouder van zijn kind, ook als die ‘stout geweest’ is.

Was er dan niemand te vinden die zo trouw was als Abraham?
Een tegenvraag: hoe trouw was Abraham?

Zeker, Abram hoort dat God hem vraagt uit Ur weg te gaan, naar Kanaän zal later blijken.
Maar dan komt er hongersnood en hij trekt naar Egypte, omdat ze daar niet zo afhankelijk zijn van regen vanwege de Nijl. Hij woont er als vreemdeling. (Gen.12:10)
Je kunt zeggen GOED, want hij moet toch voor eten voor zijn familie en vee zorgen.
Je kunt zeggen FOUT, want God had hem naar Kanaän geroepen, dus had hij ook kunnen zeggen: Ik blijf en vertrouw op God.
Nergens lees je dat Abram er met God over praat. Hij neemt gewoon een besluit.

Bij David is dat anders: als die te maken krijgt met hongersnood (2 Sam.21:1), zoekt hij het aangezicht des Heren. En God geeft hem antwoord.
Abram gaat gewoon, en God laat hem gaan.
Als Isaäk later naar Egypte wil vanwege hongersnood, houdt God hem tegen. (Gen.26:2)
Als Jacob in een tijd van hongersnood door Jozef gevraagd wordt naar Egypte te komen, moedigt God hem aan: Vrees niet, Ik zal Zelf meetrekken.(Gen.46:3)

Als Abram God ook gewoon gevraagd had of hij naar Egypte moest gaan, wat zou dat een verschil hebben kunnen maken!
Dan had hij zekerheid gehad of het goed was of fout. Dan zou hij misschien niet zó onzeker geweest zijn, dat hij later uit angst zijn eigen maatregelen treft en zijn vrouw Sara voor zijn zus laat doorgaan met alle gevolgen van dien. Waar is de liefde voor zijn vrouw? Ze belandt zo in de harem van farao. En ondanks dat hij zich geschaamd moet hebben toen farao hem er op aansprak, doet hij het later nóg een keer.
En hoe zat het met Abram toen hij lang moest wachten op een kind? Hij gaat in op het aanbod om Sara’s slavin Hagar maar te nemen om bij haar een kind te verwekken. Maar God had over Sara gezegd: Ik zal haar zegenen en uit haar een zoon geven. (Gen.17:16). Maar Abraham nam Hagar. Wat een ellende komt er uit voort! Hagars kind krijgt niet het eerstgeboorterecht, vernedering, haat. Verdriet voor Abraham als hij Hagar moet wegsturen…

En toch werd Abraham vriend van God genoemd. Want in Abraham was geen geest van vijandigheid tegen God, of weerspannigheid. Zijn vlees was zwak, maar zijn hart trok naar God. Net zoals het hart van David, de man naar Gods hart.

Een mens naar Gods hart ben je niet omdat je zo geweldig bent.
Een mens naar Gods hart ben je, omdat je weet waar je naar toe moet met alles wat niet goed is!

Als jij met al je stommiteiten naar God gaat, ben je ook een mens naar Gods hart!
Je hart moet op de juiste plaats zijn: bij God.