Openbaring 10-22

Inleiding

Het boek Openbaring is één en al visioen. Het vertellen over dit boek is onvermijdelijk een interpretatie van de visioenen, want zelfs het iets anders verwoorden van de beelden, vergt op zich al een interpretatie van de visioenen. Wil je interpretatie vermijden, dan kan je het boek alleen maar voorlezen. En zelfs dan zal iedere hoorder haast als vanzelf gaan interpreteren.
Voor veel mensen lijkt het een verwarrend boek, met veel bizarre beelden. Een logische volgorde in de gebeurtenissen lijkt lastig te zien. Vragen als “Wat gebeurt nu wanneer?” en “Wat is nou echt en wat is figuurlijk bedoeld?” komen al snel op. Al met al maakt dit Openbaring voor velen tot een lastig boek.

Om te kunnen vertellen over dit prachtige maar ook schokkende boek, zal ik jullie meenemen in hoe ik er op dit moment tegenaan kijk en wat ik er op dit moment in ontdekt heb. Ik bestudeer het boek al meerdere jaren elk jaar opnieuw, soms ook samen met iemand anders, en telkens leer ik bij. Elke keer als ik iets niet snapte, dan vertelde ik dat aan God en vroeg Hem om inzicht; dat mag, dat heeft Hij zelf gezegd! En dan gaf Hij me helderheid en kon ik weer verder. Dus Hem alle eer!
Dat gezegd hebbende, wil ik wel benadrukken dat ook andere visies en interpretaties van het boek even veel recht van bestaan hebben als de visie die ik hieronder zal geven. Ik vind het heerlijk om ook andere gezichten op dit boek te horen en wil daar bij deze ook toe uitnodigen.
Er is geen mens die in zijn eentje de diepte van Gods rijke kennis kan doorgronden, ook niet van het boek Openbaring. Maar misschien dat we er juist samen, ieder met zijn eigen zienswijzen en met hulp van de Heilige Geest, iets meer van kunnen ontwaren en bevatten.
En ín dat alles komt God alle eer toe!

Na dit gezegd te hebben, durf ik van start te gaan.

 

Orde in de visioenen

Je zou de gebeurtenissen vanaf de kruisiging van Jezus tot het uiteindelijke oordeel over deze aarde kunnen voorstellen als een groot landschap. Het boek Openbaring verschaft dan drie uitkijktorens van waaraf je het landschap kan bekijken. De drie uitkijktorens geven steeds vanuit een ander perspectief zicht op het landschap. Soms staat er op zo’n uitkijktoren een verrekijker, waardoor je één specifiek deel van het landschap of zelfs één specifiek detail ervan in veel meer detail kan bekijken.

Het mooie is, dat de drie visioenen die in Openbaring beschreven staan elkaar op deze manier bevestigen én aanvullen.

En daarbij is er ook nog eens een sterkte verwevenheid met de visioenen die Daniël kreeg. Ook daar vinden we wederzijdse bevestiging en soms zelfs verklaringen over en weer van passages die anders onbegrepen waren gebleven! (Dan. 12:9)

Om orde te scheppen in de verschillende visioenen, maak ik gebruik van onderstaande tekening.

Nu eerst een globaal overzicht van het boek Openbaring, alvorens we erin duiken.
Het boek begint, zoals uitgebreid in het vorige deel te lezen is, met een prachtige beschrijving over hoe Jezus waakt over Zijn gemeenten (Op. 1,2,3).
Daarna mag Johannes (Op. 4) zien hoe almachtig en alwetend God is en wordt hij ervan verzekerd dat God niets, maar dan ook niets, uit de hand zal laten lopen. Dat is een grote geruststelling, ook voor ons, als we zo meteen de visioenen verder gaan bekijken.

En Openbaring 5 toont ons, dat het kostbare reddingsplan van God met deze wereld, nooit zonder Jezus’ offer aan het kruis ontrold had kunnen worden. Jezus ontvangt de boekrol, het plan van God, en vertelt ervan in Openbaring, opdat wij weten wat er spoedig zal gaan gebeuren (Op. 1:1).
De drie afzonderlijke uitzichten vanaf de uitkijktorens, ofwel de drie visioenen, zijn:

  1. Op. 6-11 beschrijft het strijdtoneel zelf: de aarde en de hele schepping in barensnood.
  2. Op. 12-18 toont de botsing tussen twee koninkrijken: Gods koninkrijk en dat van de duivel.
  3. Op. 20-22 toont de strijd tussen de twee machten achter deze koninkrijken: God en duivel.

Over het eerste visioen en ook een gedeelte van het tweede is al uitgebreid gesproken in het vorige deel, vandaar dat hier slechts een summiere samenvatting daarvan gegeven wordt ten behoeve van het overzicht. We zullen de draad in detail weer oppikken vanaf Openbaring 10.

 

1e UITKIJKTOREN – het strijdtoneel, barensweeën over de aarde (Op. 6-11)

 

De zeven zegels (Op. 6,7,8)

Vanaf de eerste uitkijktoren zien we hoe Jezus de boekrol met Gods plan voor de wereld ontrolt. Het schetst ons de wereld zoals we die nu kennen: evangelieverspreiding, oorlog, hongersnood, ziekte, natuurrampen, christenvervolging. Bij het open van het zesde zegel, tegen het einde van de tijd, wordt het allemaal zo heftig op aarde, dat de mensen in paniek aanvoelen: Gods oordeel komt eraan!

 

De zeven bazuinen (Op. 8,9,11)

Na het openen van het zesde zegel is er een pauze in het visioen. Er is zelfs een pauze van ongeveer een half uur in de hemel. Ho, stop! Nog niet het laatste zegel! God wil niemand verloren laten gaan en gaat de mensen eerst nog eens zeer indringend roepen, voordat het definitieve einde komt.
Hij doet dat door de mensen hun onmacht steeds te laten sterker ervaren, om hen zo te laten zien, dat ze echt niet op eigen prestaties moeten bouwen maar op Hem en op Jezus’ werk. Hoe? Daartoe zoomen we in op het laatste stukje van het ontrollen van de boekrol; we gebruiken de verrekijker op de eerste uitkijktoren.
De waarschuwingen van God schallen als bazuinen over de aarde tegen het einde van de wereldgeschiedenis. De rampen die erop volgen treffen slechts delen van de aarde, niet iedereen en zijn ook niet definitief. Het zijn waarschuwingen, serieuze waarschuwingen, die zeker het acht-uur-journaal en de kranten zullen halen en over de hele wereld bekend zullen worden, om mensen wakker te schudden en tot inkeer te brengen.
Gelukkig zijn Gods kinderen verzegeld en geestelijk veilig voor wat er aan druk en misleiding op hen afkomt. Ze zullen blijven staan, dat is zeker. De overige mensen blijven helaas halsstarrig doorgaan met hun leven zonder God en Jezus.

En dan….,alvorens de zevende en laatste bazuin klinkt en voordat het zevende zegel definitief geopend wordt en alles op aarde ten einde is, doet God een laatste, onvoorstelbaar kostbare zet om ook de onwillige mensen nog te redden.
En hier pakken we de draad weer op, waar het vorige deel was gebleven.

 

Evangelisatie tot het uiterste (Op. 10,11)

Johannes ziet Jezus staan als machtige Heerser over de volkeren en de aarde, met één voet op de zee (=de volkeren) en één voet op de aarde. Hij heeft een open boekje in Zijn hand, een voor ons toegankelijke boodschap van Hem (=het evangelie). Hij straalt Gods macht en gezag uit en roept met enorme kracht dat er haast geen tijd meer over is. Als de zevende bazuin klinkt, zullen namelijk alle laatste profetieën van de profeten in vervulling gaan en is alles volbracht. Er is haast! Nu moet echt alles op alles gezet worden!!!
Jezus geeft het open boekje aan Johannes, die het moet opeten. Hij krijgt daarbij de opdracht om opnieuw te gaan profeteren over vele volken, landen en koningen. Het woord dat Johannes tot zich neemt is zoet in zijn de mond, maar bitter in zijn buik. Dit vertelt ons dat het evangelie van Jezus nógmaals aan iedereen verteld moet worden. Het is een goed woord van redding (zoet in de mond), maar hoe afschuwelijk is het om tegelijk te zien hoe zondig en schuldig de hele wereld handelt voor Gods ogen. Het evangelie werpt er licht op en laat schuld zien, zware schuld! Het maakt verdrietig en schuldbewust: het Woord maakt de buik bitter.

Daarna krijgt Johannes de opdracht om de tempel op te meten, het altaar én de mensen die er aanbidden. Het gaat om de tempel met de binnenste voorhof waar het altaar staat en waar de Israëlieten en priesters mochten komen om God te aanbidden. Johannes mag de buitenste voorhof van de tempel, waar de heidenen ook mochten komen, niet opmeten, omdat die vertrapt wordt door de heidenen, drie-en-een-half jaar lang (42 maanden). Johannes meet daarmee eigenlijk Gods gemeente op en scheidt hen van de heidenen die God niet erkennen.
De drie-en-een-half jaar grijpen terug naar de profetie van Daniël (Dan. 9:27) waar staat dat de gruwelijke koning (antichrist) een (jaar)week lang zal regeren en halverwege die week de dienst aan God zal verwoesten. Het visioen laat zien met deze referentie, dat de laatste jaarweek nu is ingegaan! En dan klopt het maar al te goed, dat er haast is! Er moet getuigd worden! Er is haast geen tijd meer!

En dan zegt God dat Hij Zijn twee getuigen veel macht zal geven, zodat ze met kracht zullen kunnen getuigen. Niemand zal hen kunnen stoppen. Het Woord moet klinken met macht en kracht zodat iedereen op aarde het hoort, of ze nu willen of niet. Zijn twee getuigen krijgen macht om het niet te laten regenen en om allerlei andere plagen over de aarde te laten komen, om zo hun boodschap kracht bij te zetten. Hun woorden zijn zo krachtig, het is alsof er vuur uit hun mond komt en niemand kan tegen hen op gedurende drie-en-een-half jaar (1260 dagen, een profetisch jaar duurt 360 dagen). Het evangelie, Jezus’ open boekje, wordt met kracht verkondigd door deze twee getuigen om zo mensen tot God te brengen. Het feit dat het twéé getuigen zijn is ook prachtig, want volgens de Joodse wet staat de waarheid vast bij twee getuigen.
De twee getuigen dragen daarbij een boetekleed of rouwkleed, want het woord is wel zoet in de mond maar bitter in de buik, zeker als je weet dat de tijd nog maar heel kort is…

 

Wie zijn die twee getuigen? (Op. 11)

Ze worden omschreven als dé twee olijfbomen en dé twee kandelaars die voor de God van de aarde staan. Olijfbomen zijn dragers van olijfolie. Olijfolie en zalving met olijfolie staan voor het vervuld zijn met de Heilige Geest en het voor God apart gezet zijn, aan Hem gewijd. Koningen en priesters werden met olijfolie gezalfd.
Een kandelaar symboliseert in Openbaring 1 een gemeente. Jezus staat tussen zeven kandelaren, Zijn zeven gemeentes.
Nu is er echter sprake van twee kandelaren die voor Gód staan, de God van de aarde.
Wie zijn dan de twee gemeentes die op aarde voor God staan? Wie staan er voor Gods aangezicht, voor en door Hem apart gezet en zijn vervuld met de Heilige Geest, om van Hem op aarde te getuigen?
Heeft Israël niet als opdracht gekregen om van God te getuigen op de aarde, door een volk te Zijn dat mét God leeft en door Hem apart is gezet?
En hebben de volgelingen van Jezus niet de opdracht gekregen om te gaan getuigen van God en Jezus in de wereld? (Maar wel pas nadat ze de Heilige Geest ontvangen hebben, de olijfolie!)
De twee gemeentes die voor het aangezicht van de God van de aarde staan kunnen haast niet anders zijn dan: Israël en de gemeente uit de heidenen.

Niemand, zo mag Johannes zien, kan tegen de twee getuigen op, totdat hun getuigenis is volbracht na drie-en-een half jaar. Na deze tijd zal de duivel hen door de antichrist (het beest)aanvallen, overwinnen en doden. Een grote slachting onder de kinderen van God zal plaatsvinden (onder Israël en onder de Christenen uit de heidenen). De wereld zal het toejuichen, want ze hadden veel last van die getuigen en hun plagen. Ze haten de getuigen inmiddels zo erg dat ze niet eens bereid zijn om hun lijken met respect te behandelen en hen fatsoenlijk te begraven. De slachting zal de volle laatste drie-en-een-halve dag van de jaar week van Daniël doorgaan. (Dan 9:27, Dan. 12: 6,7, Dan. 7:24-27)

 

De opname (Op. 11)

Maar aan het eind van die periode gebeurt er iets ontzagwekkends. God wekt Zijn gesneuvelde twee getuigen, hen allemaal, op uit de dood. En de niet-gelovigen zien het en zien hen opgenomen worden in de wolk naar de hemel, hun Heer tegemoet. Op hetzelfde moment vindt er een grote aardbeving plaats die een tiende deel van de aarde treft. Een volheid (7000) aan bekende mensen komen om.

Wat een effect! De overlevenden schrikken enorm en geven in grote angst eer aan de God van de hemel.
God zij geloofd!!! Eindelijk! Ze gaan door de knieën….ze erkennen God. Maar wel uit angst…niet uit liefde.
‘Alle knie zal zich buigen en elke tong zal Mij belijden’ had God voorzegd door de mond van Jesaja.
Maar daarna vervolgt Jesaja: Tot Hem zullen ze komen. Maar zij zullen beschaamd worden, allen die tegen Hem in woede ontstoken zijn.
Heel het nageslacht van Ísraël zal gerechtvaardigd worden en zich beroemen in de Heere. (Jes. 45:22-25, Rom. 14:11)

De tijd is om, het is te laat…

Want dan klinkt de zevende bazuin. Het is voltooid. Het oordeel over de aarde gaat voltrokken worden.
Jezus’ Koningschap wordt in alle glorie zichtbaar. De vierentwintig oudsten aanbidden God in de hemel en zeggen: ‘De volken hebben genoeg in woede geraasd, nu is het de beurt aan God om een oordeel te vellen (zie ook Ps. 2). Ook is het nu tijd voor God om de doden te oordelen. Gods kinderen zullen hun loon ontvangen, iedereen, de kleinen en de groten. En zij die de aarde vernietigd hebben zullen nu zelf vernietigd worden.’
Gods denkt aan Zijn beloftes aan Israël: het verbondsteken met Israël, de ark, wordt zichtbaar in de hemel en Gods almacht stort zich uit over de aarde in bliksemstalen, stemmen, donderslagen, een aardbeving en grote hagelstenen.

Meer details over deze toorn en het oordeel komen naar voren in Op. 15, 16 en 19; dat is onderdeel van het volgende visioen dat we nu gaan bekijken.
We verlaten nu de eerste uitkijktoren en beklimmen de tweede.

 

2e UITKIJKTOREN – twee botsende koninkrijken, Jezus en Zijn Koninkrijk overwint! (Op. 12-19)

Dit tweede visioen omschrijft alles nogmaals, maar dan gezien vanuit het Koninkrijk van God op aarde, dat bestaat uit de kinderen van God uit Israël en ook uit de kinderen van God uit de heidenen door Jezus’ offer. Dit koninkrijk wordt bestreden door de duivel en zijn koninkrijk.

Johannes ziet een vrouw bekleed met de zon en de maan en met twaalf sterren als kroon op haar hoofd. Het stelt Israël voor met de 12 stammen. De zon en de maan daarbij doen denken aan de droom van Jozef (Gen. 37:9). Israël baart een Kind, Jezus, de lang verwachte Verlosser en Heerser.
Ook ziet Johannes een grote vuurrode draak, met zeven koppen en zeven kronen. Dit is de duivel (Op. 12:9). Die heeft het voorzien op het kind, maar dat wordt gered en naar de hemel gevoerd (Jezus is gekruisigd maar opgestaan en zit nu op Zijn troon aan de rechterhand van God in de hemel).

De draak sleept met zijn staart een derde van de sterren mee. Dit vertelt ons dat de duivel in zijn opstand tegen God een significant deel (één derde) van de engelen meeneemt.
De zeven koppen met kronen stellen zeven grote wereldrijken voor die Israël willen opslokken: Egypte ten tijde van de slavernij(?), Assyrië, Babylonië, de Meden en Perzen, het Hellenistische rijk van Alexander de Grote, het Romeinse Rijk en nog een rijk dat moet komen (Op. 17:10). Zeven aardse rijken, want de duivel sleept naast engelen ook mensen mee in zijn strijd tegen God en Gods volk.

Het lukt de duivel niet om de vrouw (Israël) te verslinden. Israël vlucht uiteindelijk naar een door God voor haar gereedgemaakte plek in de woestijn. Dit is het land Israël, waar ze drie-en-een-half jaar (1260 dagen) veilig zal zijn. Bedenk dat het land Israël ook letterlijk een woestenij was toen de eerste Joden er naartoe terugkeerden. Ze hebben het geheel opnieuw moeten ontginnen.
Haar vlucht naar deze plek wordt omschreven als een vlucht met vleugels als van een adelaar (=arend). Het is leuk om te weten dat de hedendaagse grootscheepse operatie vanuit Israël om de Joden terug te brengen naar Israël de naam draagt: Op adelaarsvleugels.

De duivel, voor wie na Jezus overwinning aan het kruis, geen plaats meer is in de hemel als aanklager van Gods kinderen (we zijn immers rechtvaardig in Jezus, wat valt er nog aan te klagen?!), wordt door de beschermengel van Israël, Michaël (Dan. 12:1) op de aarde gesmeten. Hij weet dat hij nog maar heel weinig tijd heeft. Als hij merkt dat hij Israël niet kan verslinden en dat ze zichzelf voor hem in veiligheid brengt in het land Israël, stuurt hij haar een enorme waterstroom achterna om haar alsnog weg te spoelen. Een waterstroom kan heel goed staan voor een stoom aan volkeren die hij achter haar aanstuurt om haar weg te spoelen; wateren en zee staan vaak voor volkeren. Maar de aarde komt Israël te hulp en ze verzwelgt de rivier. Hoe dat is? Vaak wordt gedacht aan een aardbeving zodat de aarde opensplijt en de volkeren opgeslokt worden. Maar waarom zou het ook niet letterlijk kunnen en dat de wereld zijn mond open doet en Israël politiek de ruimte geeft om te ontstaan?

De duivel is woest en stort zich op het andere nageslacht van Israël: de volgelingen van Jezus die, door hun geloof in Jezus, nu ook bij het Gods volk Israël mogen horen, ook nageslacht van Abraham zijn.
En, hij heeft een plan….!

Hij laat het laatste koninkrijk, het zevende (de zevende kop van het beest uit Daniël), opkomen uit de volkeren. Dit koninkrijk met als uiteindelijke machthebber de antichrist, wordt aangeduid met ‘het beest’ en lijkt verdacht veel op de duivel zelf. De machthebber ervan ontvangt zijn macht van 10 koningen die hun macht vrijwillig aan hem overdragen (Op. 17:12,13). Ook in Dan. 7:20, 24 worden deze 10 koningen tussen wie de antichrist groots oprijst (ten koste van drie koningen) genoemd.
De duivel geeft de antichrist zijn eigen duivelse kracht, zijn eigen troon over de wereld en grote macht. Het rijk zelf heeft alle snelheid, kracht en macht van voorgaande rijken in zich. De gebruikte beelden, panter(=luipaard), beer en leeuw zijn de beelden die Daniël zag in zijn visioen over het hellenistische rijk, het rijk van de Meden en Perzen en het Babylonische rijk.

Dit zevende rijk ziet er eerst als geslacht uit, maar het herstelt zich wonderbaarlijk en de hele wereld loopt het in verdwaasde verwondering achterna: Wie kan het tegen dit rijk en tegen zijn machthebber opnemen?! Wouw! Niemand toch?!
Iedereen zal het in aanbidding achternagaan, behalve de kinderen van God, die het zegel dragen. Zij alleen zien wat er echt gaande is en lopen er niet blindelings achteraan.
God staat toe dat het beest God lastert en dat het Zijn volk aanvalt en overwint gedurende drie-en-een-half jaar (42 maanden). De voorbereidingen daartoe worden ons getoond in het vervolg van het visioen.

Pas op, waarschuwt God ons eerst, blijf volharden in het je houden aan Jezus’ gebod: heb lief zoals Ik heb liefgehad, zelfs je vijanden. Want als jij zelf wraak wilt nemen en het zwaard oppakt of als jij zelf gevangen gaat nemen, dan wordt je zelf door het kwaad meegesleurd en raak jij juist gevangen; het zal je geestelijke dood betekenen door het tweesnijdend zwaar, Gods Woord. In deze periode zal de volharding en het geloof ten volle zichtbaar worden van Gods kinderen.

De antichrist zal hulp krijgen van een beest uit de aarde. Het is iemand die lijkt op Jezus (als een lam) maar spreekt met de woorden van de duivel. Hij heeft twee horens, dat kan betekenen dat hij twee machten vertegenwoordigt. Dit beest uit de aarde, later ook wel ‘valse (leugen) profeet’ genoemd, oefent de uitvoerende macht in het rijk van de antichrist uit. Het verstevigt de macht en het aanzien van de antichrist. Het doet grote wondertekenen zoals vuur uit de hemel laten neerkomen op de aarde en misleidt de mensen op die manier.
Het gaat maatregelen treffen om een harde dictatuur mogelijk te maken. Er moet iets gemaakt worden (een beeld) dat aanbeden of vereerd moet worden en dat gebruikt kan worden om aan te geven wie zich niet aan deze verering overgeeft. Wie dat namelijk niet doet, moet gedood worden.
Ook zal het de mensen verplichten om een merkteken van de antichrist of van zijn rijk op hun voorhoofd of rechterhand te laten aanbrengen, omdat ze anders niet meer kunnen kopen of verkopen. Het merkteken bestaat uit de naam van het beest of het getal van die naam.
Hier is wijsheid. Wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig. (Op. 13:18)
In de tijd van Johannes heerste Nero als afschuwelijk brute keizer die veel christenen doodde omdat ze weigerde hem als god te aanbidden. Zijn naam in Griekse getalwaarden is 666. Soms zijn mensen een voorafschaduwing van wie komen gaat, ook in negatieve zin…

Zo zie je de voorbereidingen die getroffen worden voor de uiteindelijke slachting onder Gods volk.

 

Maar er wordt gezongen! (Op. 14)

Johannes krijgt op dit spannende moment in de afwikkeling van de Gods plan in de geschiedenis een enorme bemoediging, die ook de kinderen van God op dat moment zo nodig zullen hebben. Hij ziet Jezus staan op de tempelberg met 144.000 mensen om Hem heen met Gods Naam op hun voorhoofd. En ze zingen!!!
Jezus zal overwinnen en met Hem zijn hele volk. Jezus staat immers op de tempelberg en niks of niemand anders!
En wat er ook gebeurt, Gods kinderen weten dat ze bij Jezus horen en ze zullen Hem volgen waar Hij ook heen gaat, zelfs deze grote verdrukking in, die zo groot zal zijn als er nog nooit geweest is. Dé verdrukking waar Jezus hen Zelf van verteld heeft, in Openbaring, maar ook toen Hij Zelf nog op aarde rondliep (Matt: 24:15-31).
Ze dragen Góds Naam op hun voorhoofd en niet het teken van het beest. Ze zijn vrijgekocht met het bloed van Jezus, zowel uit Israël als uit de heidenen. (144.000: 12 stammen van Israël van waaruit het heil is ontsproten voor de heidenen via het evangelie, gesymboliseerd door de 12 discipelen. Dat geeft 12 x 12 = 144 twijgen aan de wortel van Israël. En dat maal het getal van de volheid: 10x10x10=1000 geeft het totale volk van Jezus aan: 144.000)
Ze zijn door alles heen trouw aan God gebleven, maagd gebleven, en zijn niet overspelig geworden door het beest te aanbidden in plaats van, of naast God. Ze hebben daarin niet gehuicheld en zijn niet schijnheilig geweest. Ze hebben de leugen weerstaan en hem zelf ook niet gesproken.
Jezus is bij hen, onder hen, ze staan samen op de tempelberg. Ze zijn van Hem en volgen Hem waar Hij ook heen gaat, ook de verdrukking in. En juist daarom kunnen zij een nieuw lied zingen, juist ook onder deze omstandigheden, in een wereld waar niemand meer zingen kan. Want ze zijn van Hem en ze zijn uit deze wereld vrijgekocht, ook al staan ze er nu nog midden in.

 

Evangelisatie gevolgd door verdrukking en de wederkomst van Jezus. (Op. 14)

Daarna hervat het visioen zich weer en ziet Johannes drie engelen vliegen, hoog in de lucht. En de eerste engel verkondigt met luide stem het eeuwige evangelie aan de hele wereld. De satan kan het niet verhinderen, want de engel vliegt onbereikbaar hoog aan de hemel. De boodschap is: “Vrees God en geef Hem eer, want het uur van Zijn oordeel is gekomen. En aanbid Hem Die de hemel, de aarde, de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.”
Hier zien we dat dit tweede visioen in alles het eerste visioen volgt. Vlak voor de aanval van de antichrist op Gods kinderen zal het evangelie over de hele aarde klinken.
Een tweede engel, die de eerste volgt, roept dat Babylon, de grote stad, gevallen is omdat ze alle volken in haar hoererij heeft meegesleurd. Wat hiermee bedoeld wordt, wordt straks door een engel nader uitgelegd aan Johannes in Openbaring 17 en 18.
En dan klinkt een heel indringende waarschuwing van een derde engel die volgt: Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt, en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt, dan zal hij ook onder de toorn van God vallen, net zoals het beest en de valse profeet.
Nu komt de volharding van de kinderen van God aan het licht. Wie zal zich in dit alles blijven houden aan de geboden van God en het geloof in Jezus behouden? Want het zal levens gaan kosten!
Een stem klinkt uit de hemel: ‘Zalig zijn de doden die in de Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun inspanningen, en hun werken volgen met hen.’

Hier zien we opnieuw de bloedige vervolging genoemd van Gods volk door het rijk van het beest, zoals die al eerder in ditzelfde visioen maar ook in het eerste visioen werd getoond.

 

De opname (Op. 14)

En daarna ziet Johannes dat Jezus komt op een wolk om Zijn kinderen op te halen. Zo belooft Hij ook in Matt. 24: 30,31 en Marc. 13:26,27, en zo staat het ook in het eerste visioen, waar Hij Zijn kinderen opwekt en naar Zich tot roept. Luister hoe mooi het hier omschreven staat, in dit tweede visioen: Jezus zit op een witte wolk en heeft een scherpe sikkel in Zijn hand. De oogst is rijp op aarde! Hij mag eindelijk oogsten van God. En Hij wacht geen moment, en haalt de oogst op aarde binnen.
Wie er dan achterblijven, worden door een andere engel geoogst. Ze worden omschreven als druiven die, geoogst, in de wijnpersbak buiten de stad gegooid worden om met de voeten plat getreden te worden, totdat de rode bloedstroom uit de wijnpersbak is aangezwollen tot een stroom van wel 1600 stadiën.
1600 = 40 x 40. En 40 is onder andere het getal van de duur van boetedoening en toorn. Het regende 40 dagen tijdens de zondvloed en het volk Israël moest 40 jaar in de woestijn rondzwerven nadat het ongehoorzaam was geweest aan God. 40 x 40 staat daarmee voor de volledige en totale boetedoening, het eindoordeel.

 

Het oordeel over de wereld (Op. 15,16)

Hoe de toorn van God, zoals aangekondigd met de zevende bazuin in het eerste visioen en aangeduid met het treden van de wijnpersbak in het tweede visioen, zich dan over de wereld uitstort wordt omschreven in Op. 15 en 16 en een stukje in Op. 19. We zoomen nu in vanaf te tweede uitkijktoren op dit laatste oordeel over de aarde, als Gods kinderen al opgenomen zijn en bij Jezus in de hemel zijn.
Ze staan veilig bij de grote glazen zee voor Gods troon. De kristalheldere zee, die symboliseert dat God alles overziet en weet van wat zich afspeelt onder de volkeren op aarde. De zee is nu met vuur gemengd. (Gods toorn gaat zich over de volkeren uitstorten.) Ze zingen een overwinningslied en loven God om wat Hij doet: Rechtvaardigheid!!! Wat fout is wordt eindelijk openlijk als fout erkend en wat goed is als goed.
Daarna komen er zeven engelen met zeven schalen uit de tempel bij God vandaan. Ze zijn in smetteloos wit gekleed (= rechtvaardig), en ontvangen van één van de dieren de schalen met Gods toorn.
En dan gebeurt er iets verschrikkelijks. De tempel van God vult zich met rook vanwege Zijn geweldige heerlijkheid en kracht en niemand kan meer de tempel binnengaan vóórdat de zeven schalen met Gods toorn zijn uitgegoten over de aarde.
Niemand kan meer pleiten bij God, zoals Abraham ooit deed voor Sodom en Gomorra. Hoe afschuwelijk! Het is echt te laat voor de mensen op aarde! God is niet meer benaderbaar, ook niet in Jezus. Zoals Jezus al bezwoer, met het open boekje met Zijn evangelie in Zijn hand (Op.10: 6,7): Als de zevende bazuin klinkt is het te laat!
En dan stort Gods toorn zich in alle hevigheid over de hele aarde uit: kwaadaardige zweren bij de mensen, al het water wordt bloed, verzengende hitte van de zon en dan weer duisternis en pijn. Tot slot worden de mensen overgeleverd aan de duivel die demonen stuurt, zodat ze bezeten worden. Ze trekken massaal met het beest op ten strijde tegen God, want er is zelfs in al deze oordelen geen moment van berouw of inkeer bij de mensen geweest. Ze lasteren God alleen maar meer en meer. Ze haten Hem. Ik krijg de indruk dat de deur tussen God en deze mensen al in een veel eerder stadium, door henzelf, voor de neus van God was dichtgesmeten…

 

Armageddon (Op. 16)

Ze verzamelen zich bij Armageddon. Armageddon is vertaald: de berg bij Megiddo. Megiddo is een plaatsje dat in het Noordelijke deel van Israël ligt. Het was millennia lang een belangrijke strategische stad aan een smalle pas van een belangrijke handelsroute. Er zijn daar talloze veldslagen uitgevochten en ook tegenwoordig is het nog steeds een belangrijk knooppunt van doorgangswegen. En nu, op dit sinds mensenheugenis strategische kruispunt van wegen, kruisen de wegen van Satan en God elkaar. Satan staat klaar met zijn leger van engelen en mensen die hem gevolgd zijn de duisternis in, van God vandaan….

Dan hoort Johannes Gods stem: “Het is geschied.”
Gods almacht in al zijn kracht barst los op aarde: stemmen, donderslagen, bliksemstralen, een enorm grote aardbeving zoals nooit tevoren. De steden van de mensen storten in, eilanden en bergen verdwijnen gewoonweg en grote hagelstenen van wel 30 tot 35 kg storten zich uit de lucht. En wat doen de mensen tussen alle paniek door: ze lasteren God!

In Op. 19 zien we hoe Jezus daarna met Zijn leger afkomt op het leger van Satan. Maar eerst houden we hier even halt in het visioen om opnieuw een blik door een verrekijker te werpen. Hij staat gericht op Babylon. (Op. 17,18).

 

Babylon (Op. 17,18)

Babylon, de grote stad, is gevallen vóór het uiteindelijke oordeel over de gehele aarde zich voltrekt. Haar oordeel komt eerder, ergens tijdens de laatste jaarweek zoals de engel in Op. 14 over haar uitroept. En aan Johannes wordt zeer uitgebreid verteld over haar en haar val. Blijkbaar is het zeer belangrijk voor ons om te weten.

Wie of wat is Babylon dan?
Babylon wordt voorgesteld als een hoer die vele volkeren en mensen meesleept in haar ontucht. Johannes ziet haar zitten in de woestijn op de rug van het rode beest met de zeven koppen en de tien kronen en godslasterlijke namen erop (het rijk van de duivel en het beest, zoals eerder al beschreven) Ze is majesteitelijk gekleed in purper en scharlaken en volgehangen met de duurste juwelen. In haar hand heeft ze een gouden beker, vol gruwelen en onreinheid als gevolg van haar hoererij.
Op haar voorhoofd staat een naam: Geheimenis, het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde. Ze is dronken van het bloed van de kinderen van God en van de getuigen van Jezus.

De engel legt vervolgens uit dat de zeven koppen van het beest waarop de hoer meerijdt, naast zeven koningen, ook zeven bergen betekenen waarop de hoer zit.

Er is veel nagedacht over wie of wat de hoer zou kunnen zijn.
Een belangrijke aanwijzing is de benaming hoer, die ze van God krijgt. Ooit in de Bijbel is die benaming meer gebruikt door God, namelijk voor Israël dat God kende en daarna afdwaalde van Hem en haar zekerheid zocht in allianties met andere volken of in de aanbidding van beelden van afgoden. Israël vertrouwde dan niet langer op de kracht en bescherming van haar God, haar Man (Ez.16, Hos.1,2). Bij mijn weten wordt nooit enig volk hoererij verweten door God, als het niet eerst een verbond met God heeft gesloten, wat het vervolgens dan breekt door “vreemd te gaan”.
Babylon, de hoer, kan dus alleen hoereren in Gods ogen, als het eerst een trouwverbond heeft met God en dat vervolgens breekt en andere goden of machten achterna loopt.
Dat brengt het huiveringwekkend dichtbij. Want wie hebben er een verbond met God?
Israël, dat op dit moment door God zelf verblind is, en de kerk onder de heidenen.

De volgende aanwijzing geeft daarin haast een eng zeker uitsluitsel: de hoer zit op zeven bergen. Rome is gebouwd op zeven heuvels én ze is de zetel van de ‘aardse’ kerk (althans de katholieke kerk, maar daar komen de protestanten ook uit voort!). Dus blijft alleen de ‘aardse’ kerk over die bedoeld kan zijn. Onze eigen kerk…. Wij?!

Kloppen dan de overige aanwijzingen ook?
Heeft ze een koninklijke heerschappij over alle koningen van de aarde? (De paus is op dit moment de op drie na machtigste persoon op aarde)
Is ze schatrijk? (Ja!)
Heeft ze vele gruweldaden gedaan in de loop der tijd? (Ja!)
Druipen haar handen van het bloed, ook van het bloed van de heiligen, de kinderen van God? (Ja!)
Is ze politieke allianties aangegaan om haar macht te handhaven of zelfs te verstevigen. (Ja!)
Heeft ze (afgods)beelden aanbeden in plaats van God zelf? (Ja!)
Heeft ze vele volken meegetrokken in haar daden? (Ja!)

Ik vind het afschuwelijk, maar kan het haast niet ontkennen.
Als ik eraan denk hoe God, Die alles weet, óók wat er in het verborgene is gebeurd, in de achterkamertjes…. (Ez 8), zelfs met kindertjes…., dan moet ik er niet aan denken hoe groot Gods toorn is over de decadentie en de gruwelijke daden van Zijn eigen kerk, die Zijn onbesproken trouwe vrouw had moeten wezen!!!

Aan Johannes wordt getoond hoe ze ten slotte ten val gebracht wordt. De tien koningen die hun macht zullen delen met het beest zullen de hoer haten. Ze zullen haar in één klap verwoesten, volledig ontkleden en verbranden. God gebruikt de handlangers van de duivel, die het gemunt hebben op Zijn eigen ‘echte’ kinderen, om Zijn toorn over de hoer tot uitvoer te brengen.

Met bovenstaande wil ik niet zeggen dat alle katholieken of dat de paus niet een kind van God zou zijn. Het gaat over het instituut kerk. Gods kinderen bevinden zich namelijk zeker óók binnen die ‘aardse’ kerk. En dat is gevaarlijk, want ze kunnen, als ze niet goed opletten, zo meegezogen worden in de zonden die daar gaande zijn.
Daarom hoort Johannes een stem uit de hemel klinken: Ga uit Babylon weg, Mijn volk, zodat je niet mee gaat doen met haar zonden en ook gestraft zal worden. Want haar zonden zijn zo hoog opgestapeld dat ze de hemel raken.
Ja, klinkt het, laat haar dubbel overkomen wat zij zelf anderen heeft aangedaan! Ze is zo voldaan en zeker van zichzelf. Ze denkt bij zichzelf: Ik zit hier als een koningin. Niemand krijgt mij hier weg. God zal mij tóch nooit verlaten. Ik ben veilig.

Maar zo is het niet! Gods oordeel komt in één dag, in één uur, over haar heen: dood, rouw, honger en brand.
De wereld zal ontzet zijn, maar niet durven toesnellen om te helpen, te bang als ze is voor de pijn. Kooplieden zullen diep geschokt zijn: Al die rijkdom! In één klap weg. En ook onze broodwinning…!
Maar in hemel heerst opluchting en blijdschap. Eindelijk gerechtigheid voor zoveel leed en moord!

 

De bruid van Jezus (Op. 19)

Nu Babylon gevallen is, kan de echte bruid van Jezus zich gereed gaan maken. De bruid bestaat uit al Gods kinderen uit Israël en de heidenen. Wat is ze in mooi zuiver wit gekleed! Zo gerechtvaardigd! Wat heerlijk als we daar straks bij mogen zijn!

 

Jezus wint! (Op. 19)

Dan ziet Johannes dat Jezus vanuit de hemel als Koning op een wit paard uitrijdt. Hij wordt gevolgd door Zijn hemelse legers, gekleed in smetteloos wit linnen op witte paarden. Met Zijn leger daalt Hij af naar de aarde, naar het leger dat het beest en zijn valse profeet bijeen heeft verzameld, zoals we al eerder zagen. De eindstrijd volgt. Jezus sabelt iedereen neer op basis van Zijn Woord (een scherp zwaard uit Zijn mond). Het beest en zijn valse profeet werpt Hij meteen levend in de poel van vuur (ook wel de tweede dood genoemd, voor eeuwig bij God vandaan). De overigen worden allemaal gedood. Zij zullen niet nu maar straks, met alle andere doden, geoordeeld worden, zoals we in het laatste visioen zullen zien.

 

3e UITKIJKTOREN – twee botsende machten, het nieuwe leven begint! (Op. 20-22)

Tot slot beklimmen we de derde uitzichttoren en kunnen tot onze verrassing ineens tot over de horizon kijken en zien een volledig nieuwe wereld.

Maar eerst kijken we nogmaals naar de periode tussen Jezus en het oordeel over deze aarde. Nu vanuit het perspectief van de machten die achter de botsende koninkrijken schuil gaan.

Op het moment dat Jezus de dood en de duivel overwonnen heeft aan het kruis en Zich zet op Zijn troon in de hemel, wordt de duivel voorgoed onttroond. Dat is in het tweede visioen gesymboliseerd doordat Hij door Michael uit de hemel op de aarde gesmeten wordt.

En bij de onttroning van de duivel door Jezus kruisdood begint het derde visioen.
God laat niet langer meer toe dat de duivel hele volken misleidt. De duivel wordt gebonden en opgesloten in de afgrond voor 1000 jaar, dat betekent de volledige periode (1000=10x10x10). Ook Petrus (Pet. 2:4) en Judas (Jud1:6) vertellen dat de engelen die gezondigd hebben gebonden zijn tot aan het oordeel. De duivel is daarmee beperkt in wat hij kan in deze periode, dezelfde periode waar overigens ook de telling van de jaarweken van Daniël even pauzeren!

Johannes ziet nu hoe het koninkrijk van God groeit. Gods kinderen krijgen nu juist macht van God. Zij zijn een volk van koningen en priesters (Op. 1:5,6). Zij die vermoord zijn omdat ze van Jezus getuigden en die het beest en het beeld niet aanbeden hebben of het merkteken niet hebben ontvangen op hun voorhoofd of hand, worden weer levend en mogen samen met Jezus (in de hemel, Op 5:69) regeren tot deze volle periode voorbij is.

Dat de duivel beperkt is in zijn doen en laten wil niet zeggen dat er geen enkele invloed merkbaar is van hem en zijn demonen in deze periode. Zoals Johannes ons vertelt in zijn eerste brief (1Joh 2:18-23) zijn er door de eeuwen heen (Zie ook Op. 17:8) steeds weer voorafschaduwingen van de antichrist. Alles en iedereen die de Vader en de Zoon, Jezus de gezalfde, ontkent is een uiting van die macht, zegt hij. In Johannes’ tijd is er Nero, die waanzinnig tekeer gaat tegen de christenen en hen uitmoordt, omdat ze weigeren hem als een god te aanbidden. Ook in onze recente geschiedenis en huidige tijd kennen we mensen die bloeddorstig te keer gaan tegen Gods volk, de Joden en ook tegen de Christenen. Soms zelfs letterlijk omdat ze niet buigen willen voor het beeld van de machthebber.

De gesneuvelde mensen in deze machtsstrijd van alle eeuwen mogen dus, nadat Jezus de overwinning aan het kruis heeft behaald, opstaan en mee regeren met Jezus! (Zouden er daarom zoveel lichamen van heiligen zijn opgestaan uit het graf toen Jezus uit de dood werd opgewerkt? (Matt 17:52,53)

Het visioen vertelt dat na deze volle periode (1000 jaar) de duivel nog één keer volledig los gaat: de laatste jaarweek van Daniël gaat in. De duivel zal de volkeren over de hele aarde misleiden en hen verzamelen voor de oorlog tegen God, Jezus en Zijn volk. Maar dan daalt er vuur uit de hemel en God verslindt hen. Deze ene zin vat samen het oordeel dat over de aarde en haar volkeren voltrokken wordt en dat Jezus het beest en zijn valse profeet verslaat en in de poel van vuur werpt, zoals uitgebreid te zien was vanaf de tweede uitkijktoren (het tweede visioen). De duivel zelf wordt vervolgens na deze alles verpletterende nederlaag door God ook in de poel van vuur gegooid, het beest en zijn valse profeet achterna. De macht van de duivel is voorgoed vernietigd!

 

Het laatste oordeel (Op. 20)

Johannes ziet hierna God op een witte troon (wit=rechtvaardig). De aarde en de hemel vluchten voor Zijn aangezicht weg en alle doden die nog niet opgewekt zijn, worden nu weer levend. Ze worden voor God geleid. De boeken, waarin hun werken staan opgetekend, worden geopend en iedereen wordt geoordeeld naar zijn werken en ontvangt “loon naar werken” (Op. 14:13, Matt 25: 14-30). Maar, echt doorslaggevend is of iemands Naam staat opgetekend in een heel ander boek, namelijk het boek van Jezus het Lam, het boek des levens! Zij die vrijgekocht zijn met het bloed van het Lam staan er allemaal in en mogen voor eeuwig bij Hem zijn!
Als iemands naam niet in het boek des levens staat, wordt diegene in de poel van vuur gegooid, de tweede dood, bij God vandaan, voor eeuwig. In diezelfde poel ziet Johannes nu ook de dood en het rijk van de dood verdwijnen. De macht van de dood is voorgoed vernietigd!

 

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde (Op. 21,22)

En dan draaien we on om op onze uitkijktoren en mogen we vanaf onze uitkijktoren een heel andere kant opkijken, tot over de horizon van onze tijd heen. Daar ziet Johannes de nieuwe hemel en de nieuwe aarde! Hij komt woorden te kort om haar schoonheid te omschrijven.
Het is overweldigend. Hij ziet Gods bruid als een schitterend nieuw Jeruzalem zachtjes neerdalen uit de hemel. Ze straalt met de heerlijkheid van God.
Ze heeft hoge muren met daarin maar liefst 12 poorten (de twaalf stammen van Israël) via welke Gods kinderen van alle kanten binnen kunnen komen.
En de stad is stevig gebouwd op 12 fundamenten met de namen van de apostelen van het Lam (het evangelie).
En de poorten en fundamenten zijn prachtige edelstenen en parels!
En ook vanbinnen is de stad schoon en heerlijk : de straten zijn van goud, ja de hele stad lijkt Johannes wel van goud! Alles is ‘Goddelijk mooi’.
De oppervlakte van de stad is 12.000×12.000 stadiën, (denk aan de volheid die dit getal inhoudt) en heeft zelfs ook een hoogte van 12.000 stadiën. Kan het nog voller, nog vollediger? Niemand van Gods volk ontbreekt!
Jezus troon zal er staan en God zal bij Zijn kinderen wonen. Er zal geen dood meer zijn, geen verdriet, rouw of moeite. Het zal weer zijn als eerst in het paradijs. Zelfs de Boom des levens zal er weer staan en voor iedereen zijn vruchten geven, het jaar rond. Een eeuwig leven bij onze God en Jezus!

En dan roept God het uit tegen Johannes: Schrijf toch op wat Ik zeg:
Ik ben het begin en het einde van alles. Als je dorst hebt, kom dan toch naar Mij en Ik zal je voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens. Overwin, dan is dit alles voor jou! Ik zal je God zijn en jij Mijn zoon of dochter.

Neem het boek Openbaring ter harte. Het gaat snel gebeuren. Jezus zegt: Ik kom snel.
Het onderscheid tussen goede en slechte mensen zal steeds duidelijker gaan worden. Doe jíj dan het goede en kom tot Jezus, want tovenaars, ontuchtplegers, moordenaars, afgodendienaars en iedereen die de leugen liefheeft en doet zal buiten blijven staan.

Kom dan, iedereen die dit hoort, en neem, als je wilt, het water des levens voor niets!
Amen