De evangeliën – deel 1

Van het Oude Testament naar het Nieuwe Testament

‘In het begin’, zo zijn we begonnen in Genesis, schiep God hemel en aarde.
En heel het Oude Testament door hebben we gezien hoe de Schepper heeft toegewerkt naar een Verlosser die komen zou. Hij heeft het verlangen in ons levend gehouden, ook via profeten die het mochten verkondigen.
Na de laatste profeet is het zo’n 400 jaar stil geweest. En dan opeens roept Johannes de Doper dat de Verlosser er is!
Israël had het voorbeeld moeten zijn voor alle volken, hoe Gods volk zou moeten leven, maar wat was er van terecht gekomen?
Maar hier komt Iemand die volkomen één is met de Vader in de hemel.

We gaan een indruk geven van wat de 4 evangeliën ons vertellen over De Verlosser.
Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes laten ieder eigen kanten van De Verlosser zien. Het zijn ‘losse’ verhalen en herinneringen, vaak mondeling overgeleverd. Wel heilshistorie, waar gebeurd, maar niet in chronologische volgorde opgeschreven.

 

Aankondiging van de wegbereider

Laten we beginnen met de tijd vlak vóór onze jaartelling. Koning Herodes regeert over de Joden in Judéa. Zacharias is priester en zijn vrouw Elisabeth is een verre nakomeling van Aäron. [Dat was de hogepriester die met Mozes het volk uit Egypte leidde door de woestijn.]
Zacharias en Elisabeth zijn rechtvaardige mensen die hun God willen eren. Ze hebben geen kinderen. Dan krijgt de oude Zacharias van een engel te horen, dat zij een zoon krijgen die ze Johannes moeten noemen = de Here is genadig. En het zal een heel bijzonder kind zijn:
Hij zal velen blijdschap brengen, groots zijn in karakter, geloof en arbeid; geen wijn drinken, aan God gewijd zijn, vervuld worden met de Heilige Geest al vanaf de moederschoot.
En hij zal een wegbereider zijn: hij zal het volk gereed maken om Christus te ontvangen; ook is hij boeteprediker om het volk op te roepen tot een godsdienstige herleving tot de Here.
Als je dát mag horen van een boodschapper van God, dan is er echt iets bijzonders aanstaande!

 

Aankondiging van nóg een bijzonder kind

Als Elisabeth 6 maand in verwachting is, gebeurt er opnieuw iets bijzonders.
Haar jonge nichtje Maria krijgt in Nazareth in Galiléa eveneens bezoek van de engel Gabriël. En ook zij krijgt te horen dat ze een zoon zal baren en dat het kind groot zal zijn in karakter, geloof en arbeid. Net als Johannes. Maar Gods bode zegt er nog iets bij:
Hij zal de Zoon des Allerhoogsten genoemd worden. Dit kind zou de koning zijn die de profeten hebben verwacht, ‘de troon van David’. [Maria’s vader was een nakomeling van koning David.]
Dit Kind zal niet in Joodse trant een aards rijk besturen, maar heersen over de gemeente Gods, het geestelijk Israël, tot in eeuwigheid!
Als Maria vraagt hoe dat dan allemaal kan, omdat ze nog niet eens getrouwd is, – krijgt ze alleen een omsluierd antwoord: De Heilige Geest, Schepper van leven in de natuur en de mensenwereld, zal over u komen, en de kracht van de Allerhoogste u overschaduwen. Daarom ook wordt het Heilige, zondeloze, dat in u verwekt wordt, Zoon van God genoemd.
En Maria stelt zich tot beschikking van God, zich ootmoedig onderwerpend aan Zijn wil.
Jesaja had het al geprofeteerd: (Jes. 7:14) De Heer zal u een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren.

 

Geboren

Dan gaat de jonge Maria naar haar oude nicht Elisabeth. Twee nog ongeboren baby’s ontmoeten elkaar: de baby in Elisabeths buik springt op. Ja, precies zoals Gabriël zei: al van de moederschoot af vervuld met de Heilige Geest.
En zoals Elisabeth zich de mindere betuigt tegenover haar nichtje Maria als ze zegt: “Waaraan heb ik te danken dat de moeder van mijn Heer bij mij komt?”, zo zal ook Johannes als mindere tegenover het kind van Maria staan later. Dát kind is Heer, en Johannes zal de wegbereider zijn die op Hem wijzen zal. Wanneer Maria’s kind eenmaal geboren is….

Maar Maria’s kind zal niet in Nazareth geboren worden. God heeft anders bepaald en zorgt ervoor dat Maria en Jozef vanwege de volkstelling naar Bethlehem gaan. Micha mocht het voorzeggen: (Micha 5:1) Uit jou, Bethlehem,…. uit jou komt iemand voort die voor Mij over Israël zal heersen. Zijn oorsprong ligt in lang vervlogen tijden, in de dagen van weleer.” – Eigenlijk zou iedereen de eerste verzen van Micha 5 moeten lezen; het gaat over de herder bekleed met Gods macht!

De godsdienstleraren wisten dit allemaal en ze keken er naar uit: Toen de wijzen de ster zagen en wisten dat de Koning der Joden geboren was, werd verwezen naar Micha 5:1. Bethlehem was de stad van de grote koning David, man naar Gods hart. Jozef was uit zijn geslacht.
Daar stond de tempel, daar werden de offerlammeren gefokt. Dáár moet ook de grote Verlosser geboren worden, die later Zichzelf als Lam zal offeren…. Voor Hem was geen plaats in de herberg. Hij wordt in de voerbak voor het vee gelegd, gewikkeld in doeken. Zo wordt de Zoon van God, de Koning uit Davids huis, in armoede en vernedering geboren (Jes. 53:2). Hij werd arm om ons rijk te maken. Hij kwam om Gods wil te doen opdat wij behouden kunnen worden.
Vader Jozef moet Hem van de engel Gabriël Jezus noemen = de Here redt. Hij is het Die Zijn volk zal redden van hun zonden. Dit alles is geschied [het wonder van de geboorte en het heil in die geboorte aanwezig] opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft.
(Jes. 7:14) = De jonge zwangere vrouw zal een zoon baren en hem Immanuël noemen = God is met ons.

 

Zijn jeugd

Van Zijn jeugd weten we niet zo veel. Lucas vermeldt dat Hij besneden werd op de 8e dag. En na 40 dagen [zodra Maria weer rein is na de bevalling volgens Mozes’ wet] gaan ze naar de tempel en brengen God het gebruikelijke offer: 2 duiven.
De Heilige Geest stuurt op dat moment ook een oude man, Simeon, naar de tempel. Simeon wachtte al zijn hele leven op de Verlosser, en als hij het kindje van Maria ziet, neemt hij het in zijn armen en dankt God en zegt: “Nu heb ik de Redder met eigen ogen gezien. U hebt Hem gestuurd om alle volken te redden. Hij is het Licht dat de volken de weg naar U wijst. Hij verheerlijkt Uw volk.”

Jozef en Maria zijn verbaasd… Ze wisten dat de Verlosser Zijn bediening onder álle volken zou hebben; dat had Jesaja voorspeld: Hij zal alle volken het recht doen kennen (Jes. 42:1) en Eilanden, hoor Mij aan, verre volken luister aandachtig….(Jes. 49:1).
En Simeon zegent hen en zegt tegen Maria: “Dit Kind zal velen een nieuw leven geven en anderen zullen zich tegen Hem verzetten. Die zullen niet gered worden. Je zult verdriet om Hem hebben, maar dat moet gebeuren, zodat duidelijk wordt hoe de mensen van binnen echt zijn.”
In de tempel is ook een oude profetes, Hanna. Ook zij dankt God!
En Jozef en Maria gaan weer met Jezus naar huis. Daar groeit Hij op en wordt gesterkt in de geest en vervuld met wijsheid. God was bij Hem met Zijn liefde.

Dan horen we dat Jezus 12 jaar is, en mee mag met Zijn ouders naar Jeruzalem om het Joodse Paasfeest te vieren. Als het feest voorbij is, blijft Hij onopgemerkt achter. ’s Avonds wordt Hij gemist. Na 3 dagen zoeken vinden ze Hem in de tempel, te midden van de leraren.
Hij luistert naar hen en stelt vragen. En iedereen is verbaasd over Zijn wijsheid.
En, staat er, Jezus neemt toe in wijsheid en in de genade bij God en bij de mensen.

 

Johannes

Ook Johannes groeit op, wordt volwassen en gaat afgezonderd in de woestijn leven.
Daar wordt hij door God geroepen om te gaan prediken: “Mensen, begin een nieuw leven en laat je dopen! Dan zal God je zonden vergeven!”
Jesaja had het al geprofeteerd (Jes.40:3-5): Hij roept in de woestijn: Opzij voor de Heer! Maak de weg voor Hem klaar, recht, zonder bochten; vlak, haal bergen weg en dalen. Dan zal iedereen kunnen zien dat God redding brengt.
Dat de verkondiging van Gods Woord moest leiden tot de doop, was nieuw voor de Joden!
Die was toch bedoeld voor proselieten die naar de Israëlische gemeente overgingen….; maar Johannes stelt de doop als eis voor de Joden zelf. Je innerlijk leven moet veranderd worden om vergeving van je zonden te verkrijgen!
En Johannes vertelt de mensen hoe ze goed moeten leven en er komen heel veel mensen naar hem toe. Die verwachten veel van Johannes en denken dat hij misschien wel de Messias is….
Maar Johannes is er duidelijk in: “Ik doop maar met water. Maar na mij komt Iemand die veel machtiger is. Hij zal jullie dopen met het vuur van de Heilige Geest.”
Johannes doopt veel mensen, ook Jezus. [Hij heeft geen zonden die vergeven hoeven te worden, maar Zijn doop is een heenwijzing naar Zijn dood, begrafenis en opstanding!]
En als Jezus weer uit het water opkomt, tijdens het gebed erna?, gaat de hemel open en komt de Heilige Geest naar Jezus toe in de vorm van een duif. En Gods stem klinkt uit de hemel: “Jij bent Mijn geliefde Zoon. In Jou heb Ik welbehagen.”

Johannes waarschuwt iedereen dat ze hun leven echt moeten willen veranderen en vrucht dragen…. Dat doet hij ook tegen de koning, waarop die hem laat gevangenzetten.
Uiteindelijk wordt hij zelfs onthoofd.

 

De volwassen Verlosser

Nu de Heilige Geest op Jezus is neergedaald, is ook Hij klaargemaakt om Zijn werk aan te vangen. Maar dat werk begint eerst met een gang naar de woestijn waar Hij door de tegenstander van God, satan, verzocht wordt. Maar Jezus láát Zich niet misleiden en volgt in alles Zijn Vader trouw; Hij weet wat Zijn Vader wil en gehoorzaamt. Letterlijk: zo Vader, zo Zoon.
Het Koninkrijk van God is op aarde gekomen; hier is de koning die ze verwachtten en waar naar uitgekeken werd, de grote Adventskoning te midden van het volk. En Hij legt de Schriften aan hen uit. De wet van Mozes en de profeten.

Het was voor de Israëlieten wel moeilijk: Zij verwachtten wel de Messias, maar dachten dat die hen zou verlossen van vijandelijke volken. Hier op aarde. En dat Hij koning op aarde zou zijn en zo vrede stichten zou.
Maar Jezus predikt: “Bekeer u, want het Koninkrijk van de hemelen is nabij gekomen.”
Het brengt hen in verwarring. Ze toetsen het aan wat ze weten en begrijpen het niet.
Maar Jezus legt uit hoe Hij de vervulling is van wat voorzegd is door de profeten.
Dat zegt Hij ook als Johannes in de gevangenis zit en vertwijfeld laat vragen: “Bent U het, of moeten we een ander verwachten?”
Dan zegt Jezus: “Blinden worden ziende en lammen wandelen. Melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen het evengelie.”
Dan zou Johannes genoeg weten. Want die weet wat de profeet Jesaja gezegd heeft (Jes.29:18):
Op die dag zullen doven kunnen horen… en blinden zullen met eigen ogen zien. En (Jes.35:5,6):
Dan zullen blinden de ogen geopend, de oren van doven ontsloten worden. Verlamden zullen springen als herten, de mond van stommen zal jubelen.” (Jes. 61:1) En aan armen zal het goede nieuws gebracht worden….

Hij is écht de grote Koning-Profeet-Priester. Zijn geslachtsregister vermeldt: uit het geslacht van Abraham, Juda, David. Hij komt geestelijk heil brengen. Een volkomen gave gemeenschap met de mensen stichten. Pure genade. Hier staat Een met de geest van Elia (Mal. 4:5) en nu is een nieuwe tijd aangebroken. “Nog nooit heeft iemand gesproken als Deze Mens”, wordt er doorverteld. = Zijn gerucht ging uit door het ganse land.
En de vele genezingen en wonderen zijn getuigenis dat de Messias gekomen is.

 

Oude profetieën vervuld

Mensen stromen toe. De discipelen die Jezus om zich heen verzameld heeft, begrijpen het fijne er ook niet van, maar helpen waar ze kunnen, en leren vertrouwen op Hem. Ze zien hoe profetieën vervuld worden.

Er staan in de Bijbel zo’n 2500 profetieën, las ik. Daarvan zijn er al 2000 met een nauwkeurigheid van 100% uitgekomen. Vele zijn gewoon geschiedkundig vastgesteld: steden verwoest, landen ingenomen etc. De overblijvende 500 gaan over de toekomst en zullen we zien uitkomen als de tijd vordert, steeds meer.
Maar heeft Yeshua, Jezus, veel oude profetieën vervuld? Ja! Zelfs zeker 365 die koningen en profeten voorzegd hadden! Een paar heb ik al genoemd; en ik zal er nog een paar vermelden:

Jezus is nog maar net geboren of Herodes neemt een fors besluit in de hoop zo de nieuwgeboren Koning van de Joden te doden: alle jongetjes in en om Jeruzalem t/m 2 jaar oud moeten omgebracht…. Mattheüs schrijft (Mat. 2:17,18): Toen is vervuld wat gesproken is door de profeet Jeremia (Jer.31:15): Een stem is in Rama gehoord, geklaag, gejammer en veel gekerm; Rachel huilde over haar kinderen, en wilde niet vertroost worden, omdat zij er niet meer zijn.
Jezus werd niet gedood, omdat Hij met zijn ouders mee was genomen op de vlucht naar Egypte. Daar verbleef Hij tot de dood van Herodes opdat vervuld zou worden wat door de Heere gesproken is door de profeet: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen. (Hosea 11:1).

Mattheüs zegt het tientallen keren: opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet!!!

 

IK BEN-woorden

In Johannes lees je veel over wat Jezus van Zichzelf zegt: “IK BEN ….”
We lezen daar vaak overheen door onze vertaling, maar als ik het ‘de Ik Ben – woorden’ van Jezus noem, begrijpen we misschien meer dat er een verband is tussen de naam van God en de uitspraken van Jezus.
Mozes kreeg bij de brandende braamstruik van God te horen (Ex.3:13,14): “Ik stuur jou naar de farao, jij moet de Israëlieten uit Egypte wegleiden.” Ja maar, zegt Mozes, “als ze me nu vragen wat is de naam van die God die dat zegt, wat moet ik dan zeggen?” En dan zegt God tegen Mozes: “Zeg maar IK BEN heeft mij gestuurd.”
Jezus zegt hier steeds hetzelfde: Hij stelt Zich op dezelfde lijn als God! God is IK BEN.

Psalm 27:1 zegt: God, de Heere, is mijn licht.
Jezus zegt: Ik ben het licht voor de wereld (Joh. 8:12).

Wanneer zegt Hij dat? De farizeeërs en Schriftgeleerden hadden een overspelige vrouw betrapt en bij Hem gebracht in de tempel. Ze vragen Hem of Hij net als Mozes vindt dat ze gestenigd moet worden. Jezus antwoordt eerst niet. Als ze aandringen zegt Hij: “Wie van jullie zonder zonde is moet de 1e steen gooien”. Dat durft niemand want ze weten best dat niemand daaraan voldoet, en ze lopen stuk voor stuk weg. Dan zegt Jezus tegen de vrouw: “Heeft niemand u veroordeeld? … Ik doe het ook niet.” Hij zou de enige zijn die wél een steen had mogen gooien trouwens – maar Hij zegt er nog iets achteraan: “Ga naar huis en zondig niet meer.”
Ja, maar hóe moet dan dan? En dan geeft Jezus aan waar de weg loopt om die zonde te overwinnen: “Ik ben het licht der wereld, wie Mij volgt zal niet meer in duisternis wandelen.” In Zijn licht kan zonde niet leven!
De farizeeërs worden er boos door: dit is godslasterlijk! Ze roepen: “Uw getuigenis is niet betrouwbaar! U getuigt over Uzelf!” Maar Jezus was eerlijk en legt uit dat zij oordelen met menselijke maatstaven, maar dat Hij daar niet in past – Hij is van goddelijke oorsprong.

Opnieuw stelt Hij zich op gelijke lijn met God:
Psalm 23:1 zegt: God, de Heere, is mijn Herder
Jezus zegt: Ik ben de goede Herder (Joh. 10:11).

En een goede herder geeft zijn leven voor de schapen…Een herder gaat altijd vóór de schapen uit. Zo kom je nooit op plaatsen waar Hij niet geweest is. Wij mogen Hem volgen. Wij kennen Zijn stem, en Hij kent ons bij name. Ons, want oorspronkelijk gold dit voor de Israëlieten, maar Johannes 10:16 leert ons: “Nog andere schapen heb Ik die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar Mijn stem horen en het zal worden één kudde, één Herder.” (voorzegd in Ez. 34:11 en 23)

 

Ik ben het

Jezus gaat elke sabbat naar gewoonte naar de synagoge. Hij ging naar voren om te lezen en kreeg het boek van de profeet Jesaja aangereikt. En hij leest (Jes.61:1): De geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken van hart zijn, om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken.”
En toen Hij dat gelezen had, sprak Hij: “Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan.”
Eigenlijk zegt Hij: IK BEN het.

 

Wat Hij verder zegt over Zichzelf

Verder zegt Jezus over Zichzelf:
Ik ben de Waarheid. En niemand kan bij de Vader komen, dan dóór Mij (Joh.14:6).
Want Ik ben de unieke weg naar de Vader toe. Als je een relatie met God wilt hebben, moet je bij Mij zijn. Ik ben de Deur. Ik ben het Leven.
En Ik ben uit de hemel neergedaald op aarde, door God gezonden (Joh.7:16,33). Ik bestond al voor Mijn geboorte op aarde!

Tot 4x toe staat in Johannes 6: Hij is het brood des levens, het levende brood.
Jezus verandert water in wijn (Joh.2), zorgt voor voldoende voedsel (Marc.6), gebiedt de storm te gaan liggen (Marc.4) en geneest zieken (Joh.5).
Hij is barmhartig, bemoedigt en spreekt woorden vol van wijsheid en liefde. (Jes.42:3): Het geknakte riet breekt Hij niet af, de kwijnende vlam zal Hij niet doven.

 

Barmhartig en zacht, maar geen doetje

Ja, Jezus is barmhartig, zachtaardig. Maar dat betekent niet dat Hij alles over Zijn kant laat gaan en nooit boos wordt!
Het is aan het eind van Zijn leven. Mat. 21:13 verhaalt ervan. Jezus is in de tempel van Jeruzalem aangekomen en treft daar de praktijk aan van levendige handel: duivenverkopers, geldwisselaars etc. met al hun onzuivere praktijken. En dan jaagt Hij iedereen eruit, gooit hun tafels en stoelen om en roept: “Er staat geschreven: Mijn huis moet een huis van gebed zijn, maar jullie maken er een rovershol van!
Waarom was Hij nu zó geraakt? Nou, Hij was gekomen om het volk te redden. En de profeten hadden al gezegd (Jer.7:11): Denken jullie soms dat het huis dat Mijn naam draagt een rovershol is? Ik zie wat jullie doen, spreekt de Heer.” Priesters die moorden, dat zijn het. Want als je ook Jes. 56:7 ernaast legt: En de vreemdeling… hem schenk ik vreugde in Mijn huis van gebed. Mijn tempel zal heten ‘huis van gebed’…..
Dat is dus wat er hier in de tempel aan de gang is: De reiniging van de godsdienst zou de redding van het volk zijn! Dáárom moest de tempel plaats van aanbidding zijn! En wat hier gebeurde – zo wordt Gods reddingswerk tegengewerkt! Terecht wordt Jezus boos.

Ja, Jezus is de Zoon van God, Vader en Zoon zijn één.
Velen komen tot geloof als ze Jezus horen spreken (Joh. 8:30) en zo de Vader leren kennen.

En wij? …… Geloven wij in Hem, zó, zo als Hij Zichzelf heeft bekend gemaakt?
Want Hij is niet alleen een inspirerend leraar, of een bijzonder mens!