Levend Woord – juni 2017

  • -

Levend Woord – juni 2017

Categorie:Levende Woorden

Maar ik, ik heb Uw geboden lief
(Psalm 119: 127a)

Lyrisch over Gods Woord

Psalm 119, waaruit onze tekst komt, is de langste psalm van alle 150 psalmen. Tweeëntwintig keer acht verzen, en ze gaan allemaal over hoe geweldig de Thora is! De Thora beslaat de eerste vijf boeken van onze Bijbel. Daarin geeft God o.a. Zijn geboden en verboden via Mozes door aan Zijn volk. Maar, in deze psalm verwijst het woord Thora ook naar het hele Oude Testament, dat voor de schrijver toentertijd het hele Woord van God was. De psalmist raakt niet uitgesproken over de rijkdom van Gods Woord. Het geeft leiding, troost, wijsheid, kracht en blijdschap.

Dat er sprake is van 22 keer 8 verzen is niet zomaar. Het Hebreeuwse alfabet bestaat uit 22 letters en van iedere set van acht achtereenvolgende verzen is de beginletter dezelfde letter uit het alfabet. Op deze manier wordt systematisch het hele alfabet doorlopen.

Naast acht regels per letter komt het getal acht ook nog op een andere manier terug in de psalm: de schrijver gebuikt acht verschillende woorden om de Thora aan te duiden.
Acht komt vaker voor in de Bijbel: op de achtste dag wordt een Joods jongetje besneden en valt dan onder het verbond ofwel onder de wet. Maar ook acht mensen (Noach en zijn gezin) werden gered door middel van de ark, waarna God een verbond sloot met Noach en hem de Noachitische wet gaf (Genesis 9: 1-17). En het Loofhuttenfeest, waarop men de reis van het volk Israël uit het land Egypte herdenkt, duurt ook acht dagen(Leviticus 23: 36). Op die reis ontving het volk de wet.

De psalmist is lyrisch over Gods Woord en Zijn geboden. Maar wat roepen “Gods geboden” eigenlijk bij ons op?

Niet 10 maar 613 verplichtingen?!

Vaak denken we bij “Gods geboden” of “Gods wet” aan de tien geboden. Maar het is goed om ons te realiseren dat er veel meer geboden en verboden in Gods Woord staan, zoals spijswetten (wat mag je wel en niet eten), offerwetten (wanneer moet je wat offeren aan God), reinigingswetten (hoe wordt je weer rein om voor God te kunnen verschijnen), sociale wetten (hoe draag je zorg voor de zwakkeren), juridische wetten (hoe leef je rechtvaardig). Volgens de rabbijnse traditie zijn het er wel 613 in totaal!

De zegen van de wet

De geboden die God ons in Zijn Woord voorhoudt, geven aan hoe we op een goede manier met elkaar en de wereld om kunnen gaan. Als we ons aan die richtlijnen houden, voorkomt dat chaos en biedt het een veilige leefomgeving voor alle mensen. Want deze geboden gaan uit van liefde en respect voor elkaar, voor al het leven, voor de hele schepping en voor de Schepper. Jezus vat deze geboden krachtig samen met de woorden: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. (Mattheüs 22: 37-40)

Wie zou in een wereld waarin consequent zo geleefd wordt niet willen leven?!

Ware en valse veiligheid

Vanwege haar grote waarde is, bij sommigen, Gods wet er al van jongs af aan goed ingeprent. Het betrof dan met name de tien geboden en allerlei daaraan gerelateerde geschreven en ongeschreven leefregels. Er werd daarbij geleerd zich daaraan te houden, zodat het zeker zou zijn dat je God niet zou teleurstellen of zelf zou afdwalen. Op die manier geeft de wet veiligheid ten opzichte van God en een weg naar het eeuwige leven. Maar … dat is een schijnveiligheid, of nog sterker, een misleidende veiligheid!
Want als je probeert om je vlekkeloos aan de wet van God te houden, leidt dat tenslotte altijd tot een mislukking, want niemand leeft volkomen zonder zonden, niet één (Romeinen 3: 12). Daarom kan je niet rechtvaardig worden door de wet. Je merkt alleen maar hoe zondig je eigenlijk bent als je hem probeert te houden en steeds weer faalt (Rom. 3:20) Jezus leert ons een andere weg, namelijk die van het geloof. Ieder die in Gods eniggeboren Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven. (Johannes 3: 16)

Geen oordeel meer maar vrijheid

En daarmee komt de wet in een heel ander daglicht te staan. We worden niet meer beoordeeld aan de hand van de wet en we krijgen straks geen voldoende of onvoldoende meer voor ons leven. Als je het vergelijkt met een schoolrapport dat je aan het einde van het schooljaar krijgt, dan weten wij nu al, midden in het jaar, dat we zullen overgaan! We zullen, ondanks de strenge wet die onze meetlat is, “voldoende staan”, omdat Jezus voor ons gestorven is ter verzoening van al onze blunders tegen diezelfde wet.
Daarmee is de angst en de dodelijke scherpte van de wet af, maar blijft zij wel als zeer waardevolle richtlijn voor ons leven bestaan. We mogen haar wijsheid omarmen en uit liefde voor elkaar en God haar zo goed mogelijk leren doorgronden en toepassen in ons leven.

Zie, hoe Psalm 119 haar op deze manier bejubelt!

Dat betekent dus geen starheid meer, maar een onmisbare hulp bij het vinden van respectvolle omgang met God en met elkaar. Zie hoe Elisa hiermee omgaat in 2 Koningen 5: 18. Naäman, bevelhebber in het leger van de koning van Syrië, is door God via de profeet Elisa genezen en Naäman is zo gelukkig dat hij uitroept dat hij nooit meer aan enige andere afgod zal offeren. Dat is geweldig, helemaal volgens de wet ‘Gij zult u voor afgoden niet buigen noch hen dienen.’

Maar dan … dan realiseert hij zich plotseling dat hij verplichtingen heeft op zijn werk. Als zijn heer de afgod Rimmon in zijn tempel gaat vereren, steunt zijn heer altijd op Naäman die met hem mee gaat bij de aanbidding. Als zijn heer dan voor de afgod buigt, moet Naäman ook mee buigen om zijn heer te kunnen ondersteunen. Hoe moet dat nu? Kan God hem deze handeling vergeven? Het staat duidelijk in de wet dat hij dit niet doen mag! Elisa stelt hem gerust en zegt: Ga in vrede.

En kijk ook eens hoe Paulus, opgeleid als farizeeër en zeer trouwe en strenge Joodse wetsbetrachter, omgaat met de wet in Romeinen 14. Hij pakt daar het dilemma van de sabbatsviering. Vertaal het maar naar onze zondagsviering. (vers 5) De één maakt er een gewijde dag van en houdt zich aan bepaalde regels. De ander gaat gerust zijn auto wassen op die dag en naar de film. Wie doet het nu goed?

Paulus zegt dat wie God aan het einde van de dag kan danken voor alles wat hij op die dag gedaan heeft, het goed gedaan heeft. Leven voor God gaat verder dan een uiterlijke uitvoering van een regel, het gaat om je hart, je intentie, je oprechtheid. Heb je God lief en toon je dat in jouw manier van leven? Alleen God kan dat beoordelen, dus hoeven wij aan elkaar daarover geen rekenschap af te leggen. Maar, uit liefde en zorg voor elkaar, zullen we elkaar op dit punt ook niet willen kwetsen of in verlegenheid willen brengen, want we hebben elkaar lief. (Tot zover uit Romeinen 14)

En zie daar, hoe de wet (heb elkaar lief als jezelf) in zo’n heikele kwestie een houding van liefde en respect brengt in plaats van oordeel. Zij brengt zelfs een dienende houding, omdat wij elkaar geen aanstoot willen geven, in plaats van een heersende houding, die zich kan uiten in felle discussies om de ander van de eigen inzichten te overtuigen.

Weet hebben van onze tekortkomingen, maar toch vrij zijn van oordeel door de wet én vrij zijn van oordeel over elkaar, dat heeft God ons gegeven door Jezus die de wet voor ons volbracht heeft en voor ons gestorven is, zodat de wet niet meer over ons heerst.

Hoe ga je om met zoveel vrijheid?

Als het dan zo is dat je in vrijheid mag leven, dan valt er plotseling heel veel te kiezen en te overwegen. De strenge regels waarmee je wellicht opgevoed bent vallen weg. De keuzes in je leven zijn ineens niet langer meer simpelweg zwart-wit. En het kan zelfs voorkomen dat je in verschillende situaties anders kiezen zult. Hoe weet je nu of je het goede kiest? Hoe leef je met zoveel vrijheid?

Daar heb je wijsheid voor nodig! Gods Woord staat vol wijsheid. En de Bijbel roept ons op om die wijsheid te zoeken. En als je wijsheid te kort komt, mag je erom vragen aan God (Jacobus 1: 5). God belooft ze overvloedig te schenken.

Om het heel concreet te maken, hier een suggestie. Begin elke dag met de vraag om wijsheid aan God voor die dag. Lees en bestudeer ook elke dag Gods Woord, opdat je leert wie God is en hoe God wil dat je leeft. Deze aanpak wordt immers vol blijdschap bezongen in psalm 119. En laat jezelf vervolgens die dag mede leiden door de Heilige Geest die in je woont. En wees dan niet bang. Geen mens leeft zonder fouten, maar God verwacht van ons geen foutloos leven. Hij vraagt van ons geloof, geloof in Zijn liefde en Zijn genade en barmhartigheid gegeven in Zijn Zoon Jezus. Hij veroordeelt ons niet, dus laten wij onszelf ook niet veroordelen, wat er ook ooit fout gegaan mag zijn in onze eigen ogen, in andermans ogen en/of gemeten naar Zijn wet.

We kunnen zonder vrees en met blijdschap Gods wet omarmen omdat ze ons niet meer veroordeelt maar in alle vrijheid een rijke bron van wijsheid is om eerlijk en in liefde met elkaar en God te kunnen leven. En zo’n leven is met geen goud te betalen! (Psalm 119: 127b)