Levend Woord – april 2017

  • -

Levend Woord – april 2017

Categorie:Levende Woorden

Legt dus af alle vuilheid en uitwas van boosheid …
(Jacobus 1: 21)

Gij geheel anders

Wij zijn nieuw geboren mensen, herschapen door Gods wil en Jezus’ offer. Daarom mogen en kunnen wij anders leven. Leven naar Jezus’ gebod: Heb je naaste lief als jezelf. Daarom, zo zegt Jacobus, moeten we goed naar elkaar leren luisteren, niet te snel oordelen en al helemaal niet te snel boos worden op elkaar. Menselijke boosheid leidt niet tot rechtvaardigheid, dat doet alleen Gods toorn.

En daarom zegt Jacobus: Leg dus alle vuilheid en alle dingen die voortkomen uit je boosheid van je af.

Als je dat doet, is dat niet alleen een zegen voor diegene op wie je boos bent, maar eerst en vooral een grote zegen voor jezelf. Je zult een grote rust en vrijheid ervaren zodra je je boosheid echt los kunt laten. Simpel is dat echter niet.

Boosheid

Ook al maant Jacobus ons om niet te snel boos te worden, toch kan het gebeuren dat je boos wordt. Dat is niet altijd verkeerd. Boosheid kan volkomen terecht zijn. Jezus werd zelf ook wel eens boos. Denk daarbij maar aan de tempelreiniging of aan de confrontatie met de Farizeeërs, waar Hij ze adderengebroed noemt.

Als iemand onrecht wordt aangedaan, en dat kan ook jouzelf overkomen, is boosheid terecht. Boosheid omdat je eer wordt geschonden of uit jaloezie zijn voorbeelden van slechte redenen om boos te worden.

Soms is het herkennen van boosheid bij jezelf nog best lastig. Bij sommigen slaat boosheid namelijk al heel snel om in verdriet. Maar beide, de boosheid en het verdriet, komen voort uit dezelfde gekwetstheid. Hoe de boosheid gestalte krijgt in jou, hangt af van jouw aard. De één slaat er meteen letterlijk of figuurlijk op los en de ander kropt het zo lang mogelijk op tot de grens bereikt is en de boosheid er als een explosie uitkomt. En sommigen houden het helemaal binnen en raken verstrikt in verdriet en neerslachtigheid.

Het is in alle gevallen niet makkelijk om je boosheid in goede banen te leiden.

Omgaan met boosheid

Hoe kan je dan goed omgaan met je boosheid, zodat je niet te maken krijgt met de vuilheid en uitwas waar Jacobus over spreekt? Paulus geeft in Colossenzen 3:8 een aantal voorbeelden van die vuilheid zoals toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit je mond. Tja inderdaad, wat te denken van alle vuiligheid die over je lippen komt als je hart vol boosheid is… (Jacobus 3: 8). Hoe voorkom je dat?

Als je (terecht) boos wordt, is dat op zich nog niet verkeerd en mag je dat ook toelaten om tijd te krijgen om je boosheid te verwerken. Dat kan je bijvoorbeeld doen door op te schrijven waar je zo boos om bent en dat dan later te verscheuren. Of door een flink eind te gaan fietsen of op een veilige plaats stoom af te blazen, soms alleen, soms bij een wijze vriend of bij God.
Belangrijk echter is, dat je niet in je boosheid blijft volharden. Dat brengt namelijk zelf opnieuw onrecht voort, soms zelfs groot onrecht. De Bijbel staat er vol mee. Denk maar eens aan Kaïn die Abel dood slaat, koning Achab die de wijngaard van Nabot persé wil hebben, wat Nabot het leven kost en aan Herodes die besluit tot de kindermoord in Bethlehem.

Niet in je boosheid volharden is moeilijk. Daar is gebed voor nodig, dan gaat God je helpen. Als je bijvoorbeeld bidt om Zijn wijsheid, zal Hij je die zeker gaan geven. En die wijsheid van boven is ten eerste rein, vervolgens vreedzaam, vriendelijk, gezeglijk, vol ontferming en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd. Die wijsheid leidt ons geleidelijk weer terug naar de weg van naastenliefde en brengt ons ook weer terug naar de heerlijke vrijheid waar Paulus over schrijft in Romeinen 8.

Vergeven

Dit alles kan daarmee het begin zijn van vergeven. Vergeven is een moeilijk proces, vooral als de ‘dader’ niet erkent dat hij onrecht heeft aangedaan en al helemaal niet van plan is om zijn excuses aan te bieden. Maar je kan dan toch vergeven, met hulp van onze Heer!
Vergeven hoeft niet te wachten op de bereidheid van de ander om sorry te zeggen en ook niet op jouw gevoelens en emoties om milder te worden. Vergeven is iets tussen jou en God en begint puur met een keuze. Als je vergeeft, geef je namelijk je recht op genoegdoening uit handen en accepteer je dat je in dit leven zult leven met de gevolgen van het onrecht dat je is aangedaan. Dat betekent dat je de ander nooit meer zult achtervolgen met zijn wandaad tegen jou, ook niet in je gedachten. Je vertelt God je beslissing om te vergeven en vraagt Hem vervolgens om hulp daarbij.

Als je vergeving geschonken hebt, zal je een enorme rust en vrede gaan ervaren van God. De herinneringen aan het onrecht blijven wel, maar de wonden ervan worden niet steeds meer opengescheurd. God kan ze gaan helen en je gevoelens, gedachten en emoties zullen daardoor ook langzaam gaan verzachten en genezen.

Hoe leg ik mijn vuilheid af?

Hoe wordt je weer zuiver, als je vuilheid hebt opgehoest in woede of anderszins? Hoe krijg je weer een zuiver geweten, zonder last van schuldgevoel? Dat kan door schuldbelijdenis! Schuldbelijdenis naar God toe, maar ook naar de mensen. Daar is heel veel lef voor nodig maar brengt ook grote bevrijding. We mogen elkaar nooit veroordelen als iemand schuld belijdt. Het verdient juist respect en ontferming! (2 Korintiërs 2: 5-8)
Zelf redden we het nooit om geheel zuiver te leven, terwijl we wel Gods kinderen zijn. We zijn heiligen in Jezus Naam die ook af en toe zondigen. Maar het belijden van zonden geeft wel dat er verandering komt. We gaan minder zondigen en zuiverder leven. Je gaat met Christus steeds beter de leugens en verleidingen van de satan doorzien.

Volledig zuiver worden voor God kan alleen door Jezus. Daarvan lezen we al in het Oude Testament in een visioen van Zacharia (Zacharia 3): Jozua staat voor de Engel van de Heere (is het Jezus?) en satan staat naast hem en klaagt hem aan bij God, wijzend op al de vuilheid van Jozua. God reageert furieus. Niet op Jozua, maar op satan die hem aanklaagt: “Heb Ik Jozua niet gered!? “, bestraft Hij satan. God laat de vuile kleding van Jozua uittrekken en geeft hem schone hogepriesterkleding te dragen, zonder enige smet. God verklaart Jozua daarmee rein van schuld. Alles is vergeven, Jozua is heilig verklaard. En dan verwijst het visioen in één vloeiende lijn door naar Jezus die alle schuld zal wegnemen: Zie, Ik ga Mijn Knecht, de SPRUIT, doen komen … Ik zal de ongerechtigheid van dit land op één dag wegnemen (Zacharia 3: 8b,9b)

Jezus is de Jozua van het Nieuwe Verbond. Mattheüs 1: 21 vertelt van Hem: ”Gij zult Zijn Naam heten Jezus (=Jozua); want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.”
Jezus legt op Paasmorgen Zijn zondekleed af en doet de zuivere mantel der gerechtigheid aan! En wij staan, in Hem, nu ook zuiver voor God, zonder enige smet!

Maar ik voel me nog steeds vuil! Wat nu?

Soms worstel je met gedachten of verleidingen die steeds weer terugkomen. Bedenk dan, dat jíj het niet bent die die gedachten en verleidingen doet opkomen, maar de verleider, de duivel. Het gaat dan om de geestelijke strijd tussen God en satan om jou. Jij bent niet verantwoordelijk voor de pijlen die satan soms haast onophoudelijk op je afschiet. Dat zijn niet jouw zonden. Het gaat er dan alleen maar om hoe jij je verweert tegen deze pijlen. Als je de gedachten en verleidingen niet omhelst maar ze afweert door je naar God te keren, zondig je niet en ben je ook niet vuil geworden.

Soms kan je ook worstelen met een zonde die maar steeds terugkeert. Als dat hardnekkig zo blijft, ben je in de greep van dat kwade en als het ware slaaf van die zonde (je hebt er zelf geen zeggenschap meer over of je de zonde doet of niet). Dat is een bekend verschijnsel en komt veel voor. Ook daar wil God je graag bij helpen. Hij kan je volkomen bevrijden, zodat je je gedrag weer volledig zelf in de hand hebt. Daartoe zal een weg van schuldbelijdenis horen, die je het beste samen kan gaan met een ervaren gelovige broeder of zuster.

Tot slot kan je je ook nog vergissen in je waarneming. Als je je zonden belijdt, wordt je steeds zuiverder in je manier van leven, maar tegelijk ook gevoeliger voor recht en onrecht. Je geweten wordt gevoeliger en dan zie je elk klein vlekje op jouw kleding terwijl een buitenstaander alleen maar oog heeft voor jouw mooie witte kleding.
Laat je dan niet door satan betichten dat er nog steeds te veel vlekken op je witte kleding zitten, want God kijkt naar ons door Zijn Zoon Jezus Christus en ziet niet één vlek meer, want er is niemand meer die je aanklaagt. Christus heeft de aanklager, satan, overwonnen, voor eens en altijd!


Heer Uw licht en Uw liefde schijnen
waar U bent zal de nacht verdwijnen
Jezus licht van de wereld vernieuw ons
levend woord ja Uw waarheid bevrijd ons
schijn in mij, schijn door mij

(refrein)
kom Jezus kom
vul dit land met Uw heerlijkheid
kom heilge geest stort op ons Uw vuur
zend Uw rivier
laat Uw heil heel de aard vervullen
spreek Heer Uw woord dat het licht overwint

Heer ik wil komen in Uw nabijheid
uit de schaduwen in Uw heerlijkheid
door het bloed mag ik U toebehoren
leer mij toets mij Uw stem wil ik horen
schijn in mij, schijn door mij

(refrein)

Staan wij oog in oog met U Heer
daalt Uw stralende licht op ons neer
zichtbaar tastbaar word U in ons leven
U volmaakt wie volkomen zich geven
schijn in mij, schijn door mij

(refrein)